W.G. Sebald, Naar de natuur

Afstand tot de wereld

W.G. Sebald
Naar de natuur
Uit het Duits (Nach der Natur: ein Elementargedicht, 1988) vertaald door Ria van Hengel
De Bezige Bij, 103 blz., € 18,90

Georg Wilhelm Steller, student natuurwetenschappen in Halle, leest over een Russische expeditie onder bevel van Vitus Bering – die van de Beringstraat – en rust niet voordat hij zich erbij kan aansluiten. Tien jaar later is het zo ver, in 1736, nog net op tijd om de legendarische Bering in zijn arctische nadagen mee te maken. Mettertijd zondert Steller zich meer en meer van anderen af, verzamelt botanisch materiaal, geeft inheemse kinderen les en wordt als opruiend element gearresteerd. Bij die gelegenheid leert hij naar eigen zeggen het verschil tussen natuur en maatschappij te begrijpen. De goddeloze Duitse lutheraan trekt zich daarna nog verder terug en schrijft op een eiland in de ijszee zijn zoölogisch meesterwerk.

En ging ik wonen aan het uiterste der zee is het tweede deel van een poëtisch drieluik Nach der Natur (wat in het Duits ook na de natuur betekent) met als ondertitel «ein Elementargedicht», zoiets als een leerdicht.

Met poëzie hebben de drie teksten alleen de korte regels gemeen; het effect is een vertelling in beknopte, fragmentarische vorm. Het werkt bijvoorbeeld in een stukje waar de op ordening in de chaos gerichte wetenschappelijke geest oog heeft voor «de werking van achtergelaten dingen in een vreemde ruimte».

Deel 1 gaat over de zestiende-eeuwse schilder Matthias Grünewald, zijn leven en werk. En dat zonder illustraties, wat opmerkelijk is omdat Sebald in later werk veel met plaatjes werkte.

Het derde deel gaat over Sebalds eigen jeugd in de Alpen en zijn leven in Manchester, zo summier dat het allemaal nogal particulier blijft. Het is toch al raden wat de drie mannen uit respectievelijk de zestiende, achttiende en twintigste eeuw meer met elkaar gemeen hebben dan een zekere afstand tot de wereld. De titel moet het werk doen en dat levert al gauw algemeenheden op als de invloed van de mens op de natuur en vice versa, of een van de laatste pagina’s parafraserend: de verzuchting dat de nietige mens het ondanks alle techniek uiteindelijk tegen de natuur zal afleggen.

Het was het eerste literaire werk dat Sebald (1944-2001) na een wetenschappelijke loopbaan schreef. In ruim tien jaar schreef hij een respectabel oeuvre. Waren dit probeersels? Verkenningen in ongewone genres? Als verzameling historische portretten doet het boekje nogal gewrocht aan vergeleken met bijvoorbeeld de gedichten van Enzensberger in Mausoleum.