Nederland wereldkampioen telefoontappen

Aftappers in het nauw

De Nederlandse politie en inlichtingendiensten zijn wereldrecordhouder in het aftappen van telefoonlijnen. Maar de methode raakt in opspraak nu is bewezen dat deze techniek openstaat voor misbruik en manipulatie. Een justitiële
crisis met dramatische politieke repercussies is in aantocht.

De zaak-Baybasin, het proces tegen de Turks-Koerdische drugshandelaar Huseyin Baybasin dat zich al vier jaar voortsleept voor diverse Nederlandse gerechtshoven, is uitgegroeid tot een bom onder het Nederlandse rechtsstelsel. Afgelopen week verzochten de advocaten van Baybasin, mr. P. Bakker Schut en zijn kantoorgenote mr. A. van der Plas, de president van het hof van Den Bosch over te gaan tot wraking van de gehele strafkamer inzake Baybasin, omdat volgens hen is bewezen dat het Openbaar Ministerie gebruik heeft gemaakt van gemanipuleerde opnames van afgeluisterde telefoongesprekken en het hof daar geen consequenties aan verbindt. Gesteund door verklaringen van onder anderen een oud-medewerker van de Militaire Inlichtingendienst (MID) stellen Bakker Schut en Van der Plas dat de opnames op grond waarvan Baybasin onlangs tot twintig jaar gevangenisstraf (het Nederlandse equivalent van levenslang) werd veroordeeld, aantoonbaar aan elkaar zijn geknipt en geplakt.

Oud-MID’er J.W.M. van de Ven, een autoriteit op het gebied van afluistertechnieken, deed op verzoek van de verdediging een steekproef naar de echtheidsgraad van de opnames en stuitte hierbij naar eigen zeggen inderdaad op aantoonbare manipulatie. Voor de aanklagers is dat een dramatisch gegeven, want de zaak-Baybasin is het eerste proces in de geschiedenis van justitie in Nederland dat in zijn geheel steunt op afgeluisterde telefoongesprekken. De aanklacht tegen de Koerd, die altijd heeft volgehouden dat hij slachtoffer is van een politiek proces vanwege zijn openlijke sympathieën voor de Koerdische onafhankelijkheidsbeweging PKK, werd geadstrueerd met maar liefst zesduizend afgeluisterde telefoongesprekken, waaruit glashard zou moeten blijken dat de verdachte leiding gaf aan een omvangrijk crimineel kartel, gespecialiseerd in drugshandel, afpersing en liquidaties.

Deze banden waren de afgelopen vier jaar het onderwerp van slepende polemieken tussen de advocaten van Baybasin en het Openbaar Ministerie. Zo meenden de aanklagers in een Engelstalig gesprek van Baybasin de uitspraak «to make him cold» te horen, waarin zij een bevel tot liquidatie vermoedden, terwijl Baybasin volgens zijn verdediging alleen het verzoek «to make him call» had gebezigd. De laatste versie wordt overigens bevestigd door afluisterspecialist Van de Ven, die de betreffende opname analyseerde. Ook de vertalingen van de vele in het Koerdisch gevoerde gesprekken van Baybasin waren al het onderwerp van venijnige discussies voor de rechtbank. Een van de tolken zou volgens de verdediging een agent van de Turkse politie zijn geweest, die al jaren jacht maakt op Baybasin.

Na de arrestatie van PKK-leider Öcalan geldt de uiterst vermogende Baybasin als staatsvijand nummer één in Turkije. In het eerder dit jaar verschenen boek Trial by Silence: At War With the State, dat Baybasin in samenwerking met de inmiddels overleden Koerdische auteur Mahmut Baksi schreef, verkondigt Baybasin dat hij het slachtoffer is van extreem rechtse krachten in Turkije, die hem niet hebben vergeven dat hij in de internationale pers onthullingen heeft gedaan over de banden tussen belangrijke politici als oud-premier Ciller en de Turkse heroïnemaffia. De Koerdische zakenman geeft toe dat hij in de jaren zeventig en tachtig veel geld heeft verdiend als smokkelaar van aanvankelijk sigaretten en later drugs. Zo raakte hij naar eigen zeggen vertrouwd met het milieu van corrupte politie en politiechefs in Turkije, die hem broederlijk behandelden zolang hij een deel van de recette aan hen doneerde. Pas toen hij de kennis die hij aldus had opgedaan aan de grote klok ging hangen en zich nadrukkelijk solidariseerde met de Koerdische onafhankelijkheidsbeweging (Baybasin financierde onder meer het Koerdische parlement in ballingschap in Den Haag, waarvan hij ook onderdeel uitmaakte) werd hij voor die elite, aldus nog steeds Baybasin, een belangrijk doelwit.

Baybasins advocaten spreken dan ook over een «politiek proces», waarbij de Nederlandse justitie zich voor het karretje heeft laten spannen van extreem rechtse krachten in Turkije. In een eerder stadium wisten zij te voorkomen dat Baybasin aan Turkije zou worden uitgeleverd op grond van het feit dat hij daar zijn leven niet zeker zou zijn. «Voor zijn eigen veiligheid» is Baybasin opgesloten in de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) in Vught, waar hij getuige zijn boek in strenge isolatie zit, per dag een half uur wordt gelucht en nauwelijks bezoek mag ontvangen.

Als het verzoek tot wraking van de rechtbank wordt gehonoreerd, heeft dat zoals gezegd dramatische repercussies voor de Nederlandse rechtspraak. In het geval dat de president van het hof straks erkent dat de telefoontaps inzake Baybasin zijn gemanipuleerd, is er sprake van een noodtoestand. Er is namelijk geen land ter wereld waar justitie en politie zoveel gebruik maken van afluistertechnieken. Volgens specialist Van de Ven worden er in Nederland per jaar vijftienduizend mobiele telefoons afgetapt en vele duizenden reguliere telefoonlijnen. Daarnaast verwacht hij dat het aftappen van internet verkeer een hoge vlucht zal nemen. Het Korps Landelijke Politiediensten verwacht in 2004 300.000 aanvragen om computers af te tappen om naam, adres en woonplaats van de gebruiker te achterhalen (de zogeheten NAW-aanvragen). Daarmee is Nederland wereldrecordhouder aftappen geworden, aldus Van de Ven. Ter vergelijking: in Nieuw-Zeeland worden per jaar driehonderd aanvragen om lijnen af te tappen gehonoreerd. Het is, aldus Van de Ven, kennelijk cultureel bepaald. «Kennelijk zijn wij erg nieuwsgierig en houden we graag zo veel mogelijk mensen in de gaten, terwijl men in andere landen wat meer respect heeft voor de privacy en dus veel restrictiever is.»

Van de Ven, die onlangs de Militaire Inlichtingendienst verliet en sindsdien onafhankelijk adviseur is, waarschuwde samen met andere experts al enige jaren geleden voor de oncontroleerbare wildgroei van het afluisteren in Nederland. «Afluisteren begon als een aanvullend opsporingsmiddel, maar ondertussen is het uitgegroeid tot een belangrijke bewijstechniek. De zaak-Baybasin is de eerste zaak waar de bewijslast honderd procent leunt op taps. Maar ook in de grote drugsprocessen als tegen de Hakkelaar en Charles Z. speelden taps een grote rol. Als de rechtbank straks erkent dat er sprake is van gemanipuleerde gesprekken voorspel ik een record aan verzoeken tot heropening van rechtszaken. Dat leidt dan onvermijdelijk tot een grote justitiële crisis.»

De grote vraag is vooralsnog: hoe zouden de opnames inzake Baybasin kunnen zijn gemanipuleerd? En vooral: door wie? Hoe betrouwbaar is de afluistertechniek eigenlijk? Om die vragen te beantwoorden, komt men onvermijdelijk uit bij de leverancier van de tapcentrales. En dat is wat Nederland betreft het Israëlisch-Amerikaanse bedrijf Comverse, dat inmiddels vijftien tapcentrales heeft geleverd aan de Nederlandse politie en van wier geavanceerde apparatuur ook de Binnenlandse Veiligheidsdienst en de Militaire Inlichtingendienst gebruik maken. Het beursgenoteerde Comverse is voortgekomen uit de inlichtingendiensten van het Israëlische leger. Een van de grootaandeelhouders zou Ariel Sharon zijn. In de Verenigde Staten kwam Comverse vorig jaar in opspraak toen bekend werd dat de FBI een onderzoek had ingesteld naar mogelijke spionagepraktijken. De Nederlandse vestiging van het miljardenbedrijf werd als reactie daarop omgedoopt tot Verint. Directeur van Verint is Michel Manche, tot voor kort systeemmanager van het aftapdepartement van de BVD.

Ook in Amerika maken de opsporingsautoriteiten gretig gebruik van de geavanceerde aftapcentrales van Comverse. In de nasleep van de reeks aanslagen van 11 september 2001, als gevolg waarvan het inlichtingen wezen in de VS aan een nadere kritische blik werd onderworpen, kwam het State Departement in Washington met kritische vragen ten aanzien van de betrouwbaarheid van de afluistersystemen. Het probleem van die centrales is namelijk dat niemand behalve de experts van Comverse zelf weet hoe deze apparaten precies werken. De Comverse-systemen kennen een soort digitale «black box», waar ook de gebruikers geen toegang toe hebben. Vorig jaar eiste het State Department inzicht in deze «source code», maar Comverse weigerde deze te overleggen.

Ook in Nederland hebben de Comverse-klanten geen toegang tot het brein van hun eigen aftapcentrales. Zij zijn verplicht te werken met software aangeleverd door hetzelfde Comverse, een vorm van gedwongen winkelnering. Men heeft dus ook geen controle over hoe de taps tot stand komen, noch wat er met de opgenomen gesprekken gebeurt. Theoretisch is het heel goed mogelijk dat de taps, eenmaal opgeslagen op de harde schijf van de Comverse-systemen, door andere partijen dan de Nederlandse justitie kunnen worden «gefilterd» en aangepast, precies wat volgens de advocaten van Baybasin is gebeurd. Ook is het de vraag wat er verder met de opnames geschiedt. Zo moet justitie in Nederland opgenomen gesprekken tussen verdachten en advocaten verplicht vernietigen. Maar wie garandeert dat dat ook gebeurt in het ondoordringbare geheugen van de door Comverse geleverde centrales? Gegeven de militaire achtergrond van het Comverse-bedrijf bestaat de vrees dat de taps kunnen worden gebruikt voor andere doeleinden dan opsporing door daartoe bevoegde partijen. De verdediging van Baybasin wijst dan ook op de gebleken samenwerking tussen de Turkse geheime dienst en haar Israëlische pendanten bij de arrestatie van PKK-leider Öcalan. Via Comverse zou de Turkse inlichtingendienst dan ook toegang kunnen hebben gehad tot de in Nederland afgetapte gesprekken.

In een eerder stadium ontkende het Landelijk Parket Openbaar Ministerie nog dat er iets niet zou kloppen met de Comverse-systemen. Officier T.H.W. Stein kwam op 4 april met het officiële ambtsbericht dat «in de Nederlandse situatie geen aanleiding is gevonden om geen gebruik meer te maken van genoemde apparatuur of om reeds thans wijzigingen in de gevolgde procedures aan te brengen».

Specialist Van de Ven meent echter dat het de hoogste tijd is voor een radicale ommezwaai binnen «Nederland aftapland». Hij pleit voor «certificering» van het afluisterproces, waardoor het tot controleerbare stappen wordt teruggebracht. Daartoe zou Comverse-Verint ook over de brug moeten komen met de source codes van haar centrales. Zo niet, zo voorspelt Van de Ven, dan staat Nederland aan de vooravond van een justitiële crisis die onvermijdelijk politieke repercussies zal hebben. Van de Ven: «Het moment is ideaal. Er is een nieuw kabinet in aantocht dat de materie in één klap goed kan regelen. Het demissionaire kabinet kan dan de schuld op zich nemen voor de gegroeide wantoestanden. Het zal een forse financiële investering vergen, maar die zal vermoedelijk veel minder bedragen dan het aantal schadeclaims waarmee de staat zou kunnen worden overspoeld als men vasthoudt aan de huidige situatie.»