Aftappraktijk

Naast zijn journalistieke werk doet Nicky Hager (39) wetenschappelijk onderzoek naar inlichtingendiensten en special forces. Momenteel reconstrueert hij de rol van de Nieuw-Zeelandse commando’s in de Golfoorlog. Hij is verheugd dat zijn boek over Echelon dankzij het rapport van de werkgroep Scientific and Technological Options Assessment (Stoa) de aandacht krijgt die het volgens ingewijden verdient.

Hager: ‘De technische mogelijkheden van het Echelon-systeem zijn zo enorm en de geheimhouding is zo streng dat het zich leent voor allerhande vormen van misbruik. Dat aspect verdient veel meer publiciteit en zou allang onderwerp van discussie in alle democratische landen moeten zijn. Maar voorzover ik weet is er alleen in Groot-Brittannië het een en ander over uitgelekt, onder meer naar The Observer en The Independent.
Omdat mijn bronnen voornamelijk in Nieuw-Zeeland en Australië zitten, ken ik vooral veel goedgedocumenteerde gevallen van misbruik uit het Stille-Zuidzeegebied, maar die liegen er niet om. Medewerkers van de Nieuw-Zeelandse afluisterdienst, het Government Communications Security Bureau (GCSB), vertelden dat ze de hele dag onderschepte berichten uit andere landen zaten te lezen. De trefwoorden en afluisterdoelen hadden geen betrekking op terrorisme of de georganiseerde misdaad, zoals de officiële lezing wil. GCSB luistert rond de klok buitenlandse staatshoofden, ambassades, ministeries, regionale ontwikkelingsorganisaties, kantoren van de Verenigde Naties en plaatselijke politieke partijen af. Vooral de Japanse ambassades waren een favoriet afluisterdoel, vooral ten tijde van de laatste ronde in de Gatt-onderhandelingen en het Japans-Amerikaanse conflict over de auto-export.
Er wordt op allerlei manieren misbruik gemaakt van de onderschepte gegevens. Berichten die samenhingen met een visserijconflict in de Stille Oceaan werden bijvoorbeeld direct doorgestuurd naar de Amerikanen, hoewel zij bij die onderhandelingen partij waren, en nog wel de machtigste partij. Zowel Nieuw-Zeeland als Australië bespioneren oppositionele groeperingen in Oost-Timor en spelen de onderschepte berichten door naar de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, die weer goede inlichtingenbanden met de Indonesische bezetter hebben. Vanuit Nieuw-Zeeland werden ook alle partijen in de burgeroorlog in Bougainville afgeluisterd; hoewel wij officieel neutraal waren, gingen de relevante berichten naar de Australische zusterdienst DSD, die in dit conflict Papoea Nieuw-Guinea steunde.
Hoewel ik de situatie in Europa niet goed kan beoordelen, geloof ik dat er tenminste één belangrijke parallel is. In mijn boek beschrijf ik hoe na 1985, toen de regering-Lange ons land uitriep tot kernwapenvrije zone en de samenwerking met de Amerikanen op inlichtingengebied opzegde, de onderschepping en uitwisseling van geselecteerde berichten tussen GCSB en NSA gewoon doorging. In wezen heeft dit land op het meest gevoelige terrein zijn soevereiniteit en die van de buurlanden uit handen gegeven. In het kader van Echelon bespioneren wij systematisch alle bevriende staten in de regio; de loyaliteit aan de Amerikanen is kennelijk sterker dan de vriendschap met die andere verdragspartners. Voorzover de mensen die ik heb geïnterviewd kunnen beoordelen, vervult Groot-Brittannië dezelfde functie in Europa door met en voor het NSA het vasteland af te luisteren.’