Afterparty, Keetschoppers & Verdacht

Dit jaar nog twee producties in het kader van Teledoc Campus, korte documentaires door beginnende makers. Zondag After (BNN-VARA) van Jasmijn Schrofer. De afterparty mag breed voorkomend verschijnsel zijn, hier hebben we uiteraard van doen met één gezelschapje, studentachtige twintigers, dat zich na het uitgaan per fiets naar het huis van één van hen verplaatst om daar schier eindeloos door te brengen – zittend, liggend, hangend, muziek luisterend, dansend, verkledend en pratend, veel pratend, soms huilend, troostend, knuffelend. En dat alles op een bedje van drugs, zonder welke zulke, soms etmalenlange marathons niet te volbrengen zijn. ‘Ik heb meerdere mogelijkheden’, zegt een meisje haast zorgelijk over haar voorraadje geestesverruiming, wat iets van keuzestress verraadt, al is de afterparty vooral bedoeld om jongerendilemma’s in bredere zin juist te vergeten of verdringen – hoewel ze onvermijdelijk ter sprake komen.

Bijna alles speelt zich in halfduister af (een feestje onder filmlicht is geen feestje, maar het kijken wordt er niet eenvoudiger door) en naast flarden van gesprekken zijn er off-screen beschouwende teksten van deelnemers, die, waarschijnlijk op dat moment drugsvrij, vertellen wat het verschijnsel voor hen betekent. Dat is veel, zoals alle soorten feesten voor alle leeftijden en groepen veel kunnen betekenen, maar hier krijg je toch de indruk dat een soort uitverkorenheid een rol speelt, alsof het een geheim genootschap betreft. Al is niet helemaal duidelijk op welke basis juist deze mensen elkaar gevonden hebben. Sommigen zijn geheid bevriend, en hun onderlinge relaties zijn onder tranen gespreksonderwerp, maar al bij begin is er toch ook sprake van ‘een sprong in het diepe met een willekeurige selectie mensen’. De jubel is groot in die gesproken commentaren: ‘Je deelt alles zonder schaamte; je slaat allemaal stappen uit het sociale verkeer over; je komt dicht bij jezelf; er rust een taboe op maar daar sta je boven; gewoon schijt aan alles wat je eerder wilde en vond; je voelt later thuis hoe waardevol het was.’

Ik kijk en luister met zeker ongemak naar wat voor hen belangrijk, maar tegelijk ook vaak uiterst vaag is. Begrijp me goed: ik dank de Heer op blote knieën dat er geen opnamen bestaan van mijn dronken gelul en gedrag in drugsloze vervlogen tijden. En ik herinner me dat de fijnste uren vielen op de dag na een feestje, als we hielpen opruimen, de kater zijn ontspannend werk deed en soms een meer ontspannen consumeren begon. Maar de ergernis die ik over ons zou voelen als ik dat terug moest zien, heb ik nu over dit groepje. En net te weinig vertedering. Misschien dat (deze?) drugs wat meer vrede of schijnvrede veroorzaken dan bier en jenever, maar veel van wat gewisseld wordt is uitermate ik-gericht of wezenloos of allebei. We proberen allemaal zalig te worden en weten niet hoe, zij dus ook niet, maar voor derden is dat moeilijk aan te zien.

Een scène waarin meisjes even het pand verlaten en als een garnaal bij daglicht boodschappen doen in de AH (‘o, al die mensen’ – nog net niet ‘mensjes’) produceert plaatsvervangende schaamte. Wellicht teken ik hiermee mijn ontluisterend zelfportret. Maar misschien is dat toch ook wel wat de jonge regisseur bedoelt als ze het heeft over ‘waar ligt de grens tussen vrijheid en vluchtgedrag’ en ‘wat zegt dit over onze samenleving?’ Vlak voor het eind is het commentaar niet euforisch meer: ‘Waarom ben ik nog steeds hier? Zelfde groep, outfits, muziek, drugs.’ Geen seks aan de orde trouwens. Maar toegegeven: luxeproblemen zijn ook problemen. En op de rand van de vulkaan hebben we altijd vreemde dingen gedaan, jong en oud. Misschien is dit wel een raak groepsportret of dat van een verschijnsel.

Raak is zeker nummer twee, Keetschoppers (ook BNN-VARA), van Lennah Koster. Het contrast kan niet groter zijn: oude mannen in een Amersfoortse volksbuurt, die een clubhuis hebben in de vorm van een keet in een plantsoentje. Hangouderen. Een doorlopende afterparty na werkzaam leven. Hier geen gezoek naar zichzelf, de ander en de juiste van vele mogelijkheden, maar gewoon zitten, lullen en kijken naar wat en wie voorbijkomt. Als overal heb je informele leiders en die zijn hier niet zachtzinnig. Wil een stil type toch wat zeggen, dan moet dat vooral niet te lang duren en gaan er keiharde grappen overheen. Zelden geslaagde trouwens. Maar erbij horen is veel belangrijker dan de gekwetste uithangen, dus lach je mee. En dat is begrijpelijk. Wie niet leest, geen hobby heeft, wil ook wel eens het huis uit. Altijd thuis bij de vrouw is ook niet alles en nog veel minder is het als die vrouw er niet meer is. Door scheiding, maar vooral door de dood.

Een twist in de film is dat uitgerekend de harde grappenmaker in rouw blijkt. Het levert een ontroerend gesprek op over de vraag of hij naar België zal rijden om daar bij hun camping de as van ‘moeders’ in de Semois te strooien, of dat hij nog zal wachten. Voorlopig houdt hij haar op de schoorsteen, maar als hij de garantie had dat er een plek was waar hij haar terug kon zien, dan was hij er al lang uit gestapt. ‘Maar daar geloven wij niet meer in, daarvoor hebben we te veel meegemaakt’, zegt hij tegen zijn maat. Die zich op de vlakte houdt. Deconfessionalisering in notendop. Bij hen gaat het wel over seks: ‘Dat verdomde ding wil niet meer’, zegt een scootmobilist schaterend. Maar passerende dames worden nog altijd aangesproken alsof de mannen nog op de steiger staan en die zijn best bereid tot praatje en grappen – ze kennen elkaar uit de buurt, een leven lang. En een vrouw is bereid tot een dansje op de dag dat de keet en een vaste bezoeker jarig zijn: er is een accordeon. Zie de mannen in polonaise. Je leeft maar één keer en niet meer lang. Die en die zijn er ook al niet meer.

Nan Rosens’ Verdacht © KRO-NCRV, Rosens Media

Totaal andere koek dan deze aardige groepsportretjes is de 2Doc Verdacht (KRO-NCRV) van Nan Rosens: zonder meer een belangwekkend document in de NCRV-traditie van Dokument, uit te zenden op de Internationale Dag van de Mensenrechten. Weinig meer dan talking heads. Ook een groep trouwens, maar dan bestaande uit mensen die elkaar niet kennen. Veertien mannen en één vrouw, achter een tafel, pratend tegen de camera. Over wat ze meemaken wanneer ze door de politie worden ‘staande gehouden’. Meestal als ze in hun auto zitten of rijden. Maar ook wandelend door een buurt of zelfs een politiebureau bezoekend. En dat in alle gevallen zonder dat ze een overtreding begingen. Signalement: de huidskleur van ‘licht getint’ tot ‘donker donker’. Waarbij rasta- of anderszins lang krullend haar de ‘pakkans’ lijkt te vergroten. Petje plus baardje wil ook helpen. Ik geef het je te doen overigens: surveilleren in tijden van weglekkend gezag, waarin iedereen zegt ‘respect’ te eisen, de meesten dat zelf zelden geven en al helemaal niet aan mensen in uniform. En je zal maar waken in een wijk waar jochies zonder voltooid onderwijs en reguliere baan in onbetaalbare bolides rondscheuren.

Vrij van vooroordelen ben ik ook niet: voor kaalhoofdige getatoeëerden van alle pigmenten, zeker in groepsverband, steek ik graag de straat over. Trouwens, een van de mannen in de film erkent dat hij ze zelf ook heeft. Wat typerend is voor hem, maar ook voor de film. Die is rustig, opgebouwd uit gedetailleerde verslagen van wat hen overkwam. Deels zijn de ervaringen door elkaar gemonteerd. Het zijn natuurlijk eigen weergaven van wat er gebeurde en hoe, en daarin zijn ze per definitie subjectief. Maar om de systematiek en de veelvuldige herhaling van de confrontaties, ook per persoon, kun je met geen mogelijkheid heen. En om de redelijkheid van hun eigen gedrag in die pijnlijke situaties ook niet, zeker als ze, als mondige burger, voor alle zekerheid de confrontatie gaan filmen. Dat gedrag is vaak alleen al zo ingehouden doordat zij zich er allemaal van bewust zijn dat uiten van boosheid of zelfs woede (waarom ik steeds weer?) averechts werkt.

Maar helaas, ook rust en vooral wetskennis werken vaak niet. Juist wie vraagt om toelichting en/of op zijn rechten wijst wekt irritatie of erger, soms veel erger tot en met belediging op grond van etniciteit en publieke vernedering. Dat laatste is uiteraard niet de regel, maar zo een extreem is niet nodig om een sterk gevoel van onveiligheid te ontwikkelen in confrontaties met dienaren van de veiligheid. De druppel holt de steen uit, vertrouwen slijt weg en op de bodem staat ‘racisme’ geschreven. Etnisch profileren zou niet mogen bestaan, maar lijkt diepgeworteld en maakt brave tot boze en uiteindelijk rancuneuze burgers.

Een BN’er in het gezelschap, Jörgen Raymann, gunt agenten niet het genot dat hij zich gekwetst voelt. Wat ijzersterk is, maar voor weinigen weggelegd. En wie vormen het tableau? Onder meer een installateur, leraar, advocaat, militair, welzijnswerker en… twee politiemensen. De hoogste in rang, regelmatig gecontroleerd, blijft ondanks alles overeind. De ander, na een gruwelconfrontatie op een politiebureau(!) waar hij in burger tekst en uitleg vroeg over de behandeling van zijn broertje dat op telefonische afspraak aangifte(!) kwam doen, zit ziek thuis en is er apert het slechtst aan toe. Verplichte kost voor politieopleidingen.


Teledoc Campus BNN-VARA, zondags, rond 23.20 uur.
Jasmijn Schrover, After, 9 december.
Lennah Koster, Keetschoppers, 16 december.
Nan Rosens, Verdacht, KRO-NCRV 2Doc, maandag 10 december, NPO 2, 21.05 uur.