Aftocht der gematigden

Obama heeft gewonnen. Hoe? Zijn we in de laatste fase van de Amerikaanse verkiezingscampagne getuige geweest van het volgende bedrijf in het grote drama: de langzame zelfmoord van de westerse democratie? Dat is wel een heel pessimistische veronderstelling. Het doel van iedere verkiezing is de wil van het volk te bepalen. Hoe dichter het ogenblik van de openbaring nadert, hoe meer de kandidaten hun best doen en hoe spannender het wordt. Zo werkt de democratie. Het is geen ideale methode maar dit is de beste, zei Churchill, 65 jaar geleden. Is die uitspraak verouderd?

Op de dag van de verkiezingen had de International Herald Tribune een hoofdartikel, ‘Desperate for Civility’, een wanhopig verlangen naar fatsoen. Na deze campagne lijkt samenwerking tussen Democraten en Republikeinen verder weg dan ooit. ‘Vorig jaar was de Senaat verlamd door die giftige politieke atmosfeer die ontstaat als Democraten en Republikeinen beiden tot het uiterste gaan’, zei senator Olympia Snowe voor ze daar na 34 jaar afscheid nam. Fatsoen is een wezenlijk bestanddeel van de democratie. Zonder een minimum aan omgangsvormen loopt het systeem vast in polarisatie. Ook geen nieuws. Denk aan Newt Gingrich tegen Bill Clinton in de jaren negentig; het debuut van George W. Bush tegen Al Gore die nationaal een meerderheid kreeg. Maar na het gepruts met de stemmachines in Florida werd Bush door het overwegend rechtse hooggerechtshof tot winnaar verklaard. En vier jaar geleden de campagne van John McCain en Sarah Palin tegen Obama en Biden, een zondvloed van leugens.

Al tientallen jaren raakt het Amerikaanse systeem verder verwijderd van het ideale democratische model. Bij iedere verkiezing klinken de waarschuwingen dringender. Lees de site ­truth-out.org. De kritische krachten blijven paraat, maar door het niet-aflatende tumult van de twee grote partijen worden ze steeds verder naar de zijlijnen gedrongen. Dat is het gevolg van een samenloop van ontwikkelingen die onomkeerbaar lijkt.

Bij de Amerikaanse verkiezingen gaat het om zeer grote belangen. Vanzelfsprekend. Welk besluit een regering ook neemt, een Democratische of een Republikeinse, het dagelijks leven van miljoenen mensen zal er direct door worden geraakt. Vandaar dat door beide partijen steeds meer geld in de campagnes wordt geïnvesteerd. Enorme sommen gaan naar de propaganda op de televisie. Alle zendtijd moet worden betaald. Veel wordt opgebracht door particulieren, maar ook de banken en grote industrieën hebben een levensbelang bij de kandidaten. Dit betekent dat de politici niet meer alleen het volk vertegenwoordigen maar ook aandeel­houder worden in het economisch belang dat ze verdedigen.

En nu is er een groot verschil tussen de Amerikaanse en de Europese politieke cultuur. In Amerika gaat het er vanouds aanmerkelijk directer aan toe. Dat is het duidelijkst te zien aan de attack ads, de spotjes op tv en radio en tegenwoordig ook internet, waarin de tegenstander zo verdacht mogelijk wordt gemaakt. Vier jaar geleden was vooral Obama daarvan het doelwit. Geen Amerikaan van geboorte, geheime moslim, socialist et cetera. Deze keer is door de extreme Republikeinen vooral de vier jaar praktijk van Obama onder handen genomen en daaruit wordt dan afgeleid dat na zijn volgende overwinning de ondergang van de natie onvermijdelijk zou zijn. De door terroristen vermoorde Amerikaanse ambassadeur in Benghazi is een geliefd onderwerp. Dat is de schuld van deze slappe president. Ook de Democraten weten er raad mee. Romney wordt neergezet als een habituele ontduiker van de belastingen. Modder gooien noemen we het hier. Het is nu te laat, maar in 2014 of 2016 zou een Nederlandse televisiezender eens een bloemlezing uit deze attack ads moeten samenstellen.

Intussen heeft zich ook in Amerika een digitale publieke opinie gevormd. Wie achter zijn computer zit kan zonder risico zijn politieke vijanden laten weten wat hij van hun doen en laten vindt. Hij hoeft ook geen verstand van de problemen te hebben. Zijn mening is voldoende. Deze eenvoud heeft op zichzelf een radicaliserende invloed. Toen de ‘Arabische lente’ uitbrak werd die opstand toegeschreven aan de invloed van de ‘sociale media’. De praktijk in het Westen leert dat ze ook een tegengestelde invloed kunnen hebben. Met evenveel recht kunnen ze in de westelijke wereld de asociale media worden genoemd.

Het resultaat van dit alles is dat de nationale politiek verder polariseert. Er zijn drie constant werkende factoren. De grote economische belangen bemoeien zich met gigantische subsidies steeds directer met de propaganda. Door de vrijwel dagelijkse publicatie van de resultaten van de polls wordt de concurrentie heftiger en daardoor demagogischer. Intussen is door de digitale revolutie de kiezer veranderd, minder ontvankelijk geworden voor doordachte compromissen. Het resultaat is een radicale polarisatie, die zich bij iedere volgende verkiezing verder voortzet. Dat zou dan het einde zijn van de democratie der gematigden.