Aftocht der gladiatoren

Zo viel afgelopen vrijdag definitief het doek voor de grootste soap opera ooit in ons land vertoond. Niet onverwacht. De voorstelling was allerwegen afgekraakt en de toeschouwers bleven massaal weg.

Nog geen jaar geleden had de directie ons het te verwachten spektakelstuk geschilderd, een spektakelstuk met beelden zoals wij die nog nooit hadden gezien, in een enscenering die nog nooit was vertoond. Bovendien tegen lage entreeprijzen, zodat honderdduizenden mensen van die weergaloze voorstelling zouden kunnen genieten. Helaas, al spoedig bleek dat de werkelijkheid hier niet mee overeenstemde.
Allereerst had men de onbegrijpelijke fout begaan van tevoren geen overleg te plegen met de schouwburgdirecties. Die zouden ook aan de produktie moeten meebetalen, maar bleken slechts bereid hun deuren te openen als het publiek ook op andere voorstellingen een abonnement zou nemen. Nog onbegrijpelijker was dat men verzuimd had te peilen of er überhaupt wel belangstelling voor de nieuwe soap opera zou zijn. Natuurlijk zijn er genoeg operaliefhebbers in ons land, maar operavoorstellingen zijn er inmiddels vele, zodat overvoering dreigde. Ten slotte hadden de producenten de pech dat een paar vooraanstaande leden van het gezelschap niet aan de voorstelling wilden meewerken en zelfs naar de rechter stapten teneinde hun belangen te beschermen.
Had de soap opera niet beter Aftocht der gladiatoren kunnen heten? Gladiatoren als Jos Staatsen, scriptschrijver, die twijfel wekte door een script te presenteren dat aan alle kanten rammelde en overduidelijk uitging van veronderstellingen die niet waar zouden kunnen worden gemaakt; Jan Timmer, regisseur, die de materie evenmin bleek te beheersen en wiens prestige reeds was aangetast door zijn hardhandig doch weinig succesvol optreden bij een vorige produktie; Joop van den Ende, casting director, door de korte voorbereiding gedwongen voornamelijk met weinig rolvaste dilettanten te werken - zelfs een ervaren acteur als Koos Postema ging mee in de algehele malaise en begon al snel hevig te schmieren.
Toen het uiteindelijk allemaal misgegaan was, schoof regisseur Timmer de schuld op de anderen. Op de onwillige schouwburgdirecties. Op het onwillige publiek. Op de dwarsliggende media die het publiek in zijn negatieve houding zouden hebben gestijfd. En op de politici, die de subsidiëring van de produktie hadden overgelaten aan de ‘vrije maatschappelijke krachten’, die een stadium eerder door de leiding van het gezelschap zo hartstochtelijk was omhelsd.
Na afloop deden zich in het belendende zaaltje, waar de voornaamste leveranciers zich hadden verzameld, merkwaardige taferelen voor. De dollartekens in aller ogen waren verdwenen; de heren keken nu voornamelijk verschrikt. Zouden zij hun centen ooit terugkrijgen? De bankgarantie was immers ingetrokken? Toegegeven, de catering was al die tijd dik in orde geweest.
In de wandelgangen klonk de holle lach van Kees Jansma en André van der Louw.