Afwerende ogen

Ze wilde weten wat er in die vrouw die “marcheerde als een generaal” omging. En dus verfilmde Nouchka van Brakel, Nederlands eerste vrouwelijke speelfilmmaker, het leven van Aletta Jacobs, Nederlands eerste vrouwelijke arts. De regisseuse ondervraagd door de man die in de film de vader van Aletta speelt.
ER IS IETS RAARS met de carriere van Nouchka van Brakel, en dat is goed te zien nu al haar films tijdens het Nederlands Filmfestival in Utrecht worden vertoond. Zij maakte bijzonder succesvolle rolprenten als Het debuut (1977), Van de koele meren des doods (1982) en Een maand later (1987) . Maar soms zitten er grote gaten tussen de films en wilde plannen die niet doorgingen, bijvoorbeeld voor de futuristische musical Engelen in de hel.

Makkelijk maakt zij het zich nooit met haar films. Ook niet met Aletta Jacobs: Het hoogste streven, die in tien jaar evolueerde van een documentaire naar een ingewikkelde speelfilm waarin Nouchka van Brakel zelf optreedt als een hedendaagse, opdringerige tv-reporter die de negentiende eeuw binnenstapt om te weten te komen wat er achter dat gesloten gezicht van Aletta omgaat. Waarom die tegendraadse manier van filmen, terwijl zij ook een mooi, negentiende-eeuws epos had kunnen maken?
Nouchka van Brakel: “Ik ben begonnen met redelijk conventioneel vertelde onconventionele verhalen. Deze film over Aletta Jacobs is qua vormgeving het meest onconventionele wat ik tot nu toe gedaan heb. Ik zoek een vormgeving die past bij het verhaal en Aletta liet zich niet in een conventioneel verteld verhaal persen. En ik vind het niet leuk om twee keer hetzelfde soort verhaal te vertellen.
Maar, al zeg ik het zelf, Van de koele meren des doods is toch ook een heel mooie film. Samen met Theo van de Sande, mijn toenmalige vriend die voor die film de camera deed, heb ik gezocht naar een vormgeving die paste bij het karakter van Hedwig, de hoofdpersoon van De koele meren. Er zitten binnen een shot heel veel wisselingen van realiteit naar dromen, of naar gekte. Die verschuiving van normaal naar psychotisch had ik meegemaakt in een gesloten inrichting waar een vriendin van mij werkte. Wat mij daar het meest beangstigde, is hoe mensen psychotisch worden. Er hoeft maar een grammetje van iets bij te komen en hun hele wereld valt uiteen. Dat wilde ik binnen een beeld aangeven.
Ik houd van ingewikkelde dingen, zoals een bewegende camera, als het tenminste past in het verhaal. Omdat ik meestal beweeglijke verhalen kies, klopt dat wel. Dan kun je op een poetische of muzikale manier de beweging van de emoties ondersteunen. Film is nu eenmaal de kunst van de beweging. In wezen is het een heel emotionele kunst, die kan laten zien hoe mensen of landschappen veranderen. Dat is immers het wezen van drama.
Dat was ook de grote moeilijkheid tussen Aletta en mij: hoe kon ik een film over deze granieten dame toch dramatisch interessant krijgen? Gedeeltelijk is dat gebeurd door de keuze van de scenes. Ik leg veel nadruk op de dood van haar kind, dat door een medische fout maar een dag heeft geleefd. Mij heeft dat heel erg aangegrepen, maar zelf schrijft zij daar maar twee zinnen over in haar Herinneringen. Dat fascineert me. Wat zal er in die vrouw zijn omgegaan? Overigens heeft zij wel de hele wereld kunnen afreizen doordat ze geen kinderen had om voor te zorgen.”
“IN HET GEVAL van Aletta gaat het me misschien meer om de verborgen beweging. Als je ouder wordt, wil je meer achter de dingen kijken. Wat de acteurs doen kan soms ook een verhulling zijn van wat er echt aan de gang is. Dan krijgt het een dubbele bodem, een soort nuancering. Eigenlijk gaat deze hele film daarover. Ik heb voelbaar willen maken wat er achter die afwerende ogen van Aletta schuilgaat.
Ik ben daarbij niet alleen op haar eigen Herinneringen afgegaan, want dat is een officiele, door haarzelf zwaar gecensureerde versie van haar leven. Ik kon ook gebruik maken van het materiaal dat de Stichting Aletta Jacobs heeft verzameld. Zij zijn al tien jaar bezig om de mensen die haar gekend hebben te interviewen en ze hebben daarbij persoonlijke dingen opgediept die je nooit in geschiedenisboeken tegenkomt. Bijvoorbeeld over de manier waarop zij liep. Zij marcheerde als een generaal. Dat roept bij mij een heel sterk beeld op, dat marcheren van het ene punt naar het andere, waar de dingen veranderd moeten worden. Door dat soort roddel en achterklap werd zij wat levendiger. Het is natuurlijk niet de bedoeling van de film om de waarheid over Aletta Jacobs te vertellen. Er bestaan nu eenmaal twintigduizend verschillende waarheden en het ligt er maar aan wie het in welke tijd vertelt.
Ik had twee dingen in mijn hoofd toen ik aan deze film begon. Ik wilde achter die norse ogen komen. Aan het begin rijden we langzaam in op die foto van haar, dus we weten dat we het over een bestaand iemand hebben. Dan zit ik al hardop tegen haar te praten en vraag ik me af of het me wel zal lukken. Zij zal het me niet gemakkelijk maken, haar blik is niet echt een uitnodiging tot een gesprek. Zij kijkt je van onder die brandweerhoed aan met een air van: kom me niet te na. En ik kom haar dus wel te na.
Ik wilde absoluut dat het verhaal herkenbaar zou zijn voor mensen van nu. Ik heb geprobeerd om haar zo dichtbij te krijgen als mogelijk was. Dat is niet op alle punten gelukt, veel van haar blijft geheimzinnig, ook in de manier waarop Luutgard Willems haar speelt. Een deel van Aletta kunnen we niet meevoelen, daar hebben we geen toegang toe. Tijdens het belangrijkste moment in de film zien we haar op haar rug, dat vind ik zelf erg mooi.
We hebben veel research gedaan naar die tijd, ik zou er zo een tiendelige televisieserie over kunnen maken. Het was een interessante periode, die tweede helft van de negentiende eeuw. Niet alleen de vrouwenbeweging kwam op, ook de arbeidersbeweging en de zwarten in Amerika. Het was voor het eerst in de geschiedenis dat er van onderop zoveel veranderingen teweeg werden gebracht.
ZELF HEB IK me eind jaren zestig meteen aangemeld voor Dolle Mina, in de eerste periode met al die acties, maar ik ben er ook weer snel uitgegaan. Wat me aansprak was de bereikbaarheid van die beweging, maar dat was gauw uit toen marxistisch getrainde mannen ons kwamen vertellen wat we moesten doen. Bij Dolle Mina heb ik wel Henny de Swaan ontmoet, die in de film de oude Aletta Jacobs speelt. Henny is er de rest van haar leven bij betrokken gebleven. Dingen als abortus en de pil in het ziekenfonds zijn natuurlijk nog altijd belangrijk, maar ik dacht dat ik het talent dat ik heb beter kon gebruiken om films te maken over vrouwen die met die dingen te maken krijgen.
Ik was in de tijd dat ik naar de filmacademie ging niet de enige vrouw daar, er liepen nog drie of vier andere vrouwen rond op dertig studenten. Maar ik was wel de eerste Nederlandse vrouw die een lange speelfilm maakte, als je een dame uit 1936 wier film niet bewaard is gebleven niet meerekent. Gelukkig werd aan dat feit weinig aandacht besteed toen Het debuut in 1977 uitkwam. Ik vond dat zelf ook niet zo interessant. Ik plan het allemaal niet zo. Ik ga meer m'n neus achterna en doe de dingen die op een bepaald moment mogelijk zijn en die ook echt iets te maken hebben met de tijd waarin we leven.
Daar kwam ook Een vrouw als Eva uit voort, mijn meest verouderde film. Die is gebaseerd op een waar gebeurd gegeven: een vrouw die de voogdij over haar kinderen niet kreeg omdat zij met een andere vrouw ging samenwonen. Nu zou ik die film anders maken, of misschien helemaal niet, want de tijd is nu zo totalemento anders, die hele problematiek is niet meer aan de orde. Sinds die film heb ik vooral vrouwen als publiek. Niet dat ik dat zo bedoeld heb, maar ik wil films maken vanuit mijn point of view, over onderwerpen die me bezighouden. Je bent twee jaar van je leven zo intensief met een film bezig dat ik alleen iets zou kunnen maken waar ik met hart en ziel achter sta. Er zijn mannen die mijn films haten. Toch film ik niet vanuit een vooropgezet feministisch idee, ik ben daar veel te beweeglijk voor. Anders doe je je acteurs tekort en doe je je verhaal tekort. Maar de problematiek van Een vrouw als Eva is niet zo algemeen geldend als van andere films.
DE KOELE MEREN is helmaal niet verouderd en ook Een maand later niet. Die film is als een metafoor. Ook over twintig jaar zal een vrouw nog steeds moeten kiezen tussen carriere en gezin. Want het blijft lastig om die twee te combineren. Ik zie dat aan mijn jongere vriendinnen die ambities hebben als toneelspeelster of regisseur en ook een gezin hebben en kinderen. Die werken zich kapot.
Je kunt je natuurlijk afvragen of dat allemaal wel tegelijk moet. Ik wilde ook alles, maar daar heb ik wel een behoorlijke prijs voor betaald. Hard werken, veel regelen, ten koste van veel emoties, van relaties ook. Nu ben ik in een fase dat ik alleen woon, mijn dochter staat op eigen benen en ik moet zeggen: het bevalt me heel goed, omdat ik me echt fulltime, op het moment dat ik het zelf wil, met m'n werk bezig kan houden. Ik heb het nu vreselijk druk. Als ik een gezin had, zou dat niet kunnen. Ook emotioneel niet, want je voelt je steeds schuldig omdat je niet thuis bent, of te laat bent of te moe, of meteen in bad wil. Dat kan ik nu allemaal rustig doen.
Maar een Aletta Jacobs wil ik helemaal niet zijn, al wordt over mij ook wel gezegd dat ik erg gesloten en afwerend kan zijn. Mensen moeten mij niet te na komen. Ik heb veel behoefte aan privacy, aan leefruimte voor mezelf. Toen ik De koele meren maakte, had ik wel een gezin, maar m'n dochter heeft er behoorlijk onder te lijden gehad dat ik aandacht voor mijn werk nodig had. Zij dacht dat ik meer van mijn werk hield dan van haar. Godzijdank hebben we dat recht kunen trekken, maar dat is toch een hoge prijs. Ik denk dat ik het, als ik het over zou moeten doen, toch anders zou doen. In elk geval niet meer zo krankzinnig 24 uur per dag achter die film aanhollen. Je kunt er wel rekening mee houden dat je kind moet afzwemmen of jarig is.
Ik heb de laatste jaren niet zoveel speelfilms gemaakt, maar wel een serie televisie-interviews met oudere vrouwen, en Iris, een zevendelige tv-serie over een vrouwelijke dierenarts. Toch had ik meer speelfilms willen maken. Sommige projecten zijn niet doorgegaan om financiele of andere redenen. Engelen van de hel had een feministische science fiction-musical moeten worden. Dat hebben we financieel niet van de grond gekregen. Dan was er Bij leven en welzijn, een verhaal over twee oude mannen. Dat wilde ik maken met Rijk de Gooyer en Johnny Kraaykamp. Maar Rijk kon elders de rol van een jonge minnaar krijgen en dat wilde hij liever.
Heel erg jammer is dat >f13<Ediths Diary,>f11< naar het boek van Patricia Highsmith, niet is doorgegaan. Judith Herzberg had een prachtig scenario geschreven en ik had er zelfs Shirley MacLaine voor weten te interesseren. Twee jaar geleden wilde ik Het wolfsgetij van Theun de Vries maken, maar ik kreeg zelfs geen geld van het filmfonds om een scenario te schrijven. In tien jaar heb ik toen maar twee speelfilms gemaakt.
Nu, met het nieuwe fonds, heb ik wel geld gekregen voor een nieuw scenario. Het zal je verrassen: dat gaat over een man. Het is gebaseerd op een boek van Rasha Peper, Rico’s vleugels. Ik wil er niet te veel over vertellen, maar het draait om het thema waar al mijn films over gaan: dat een individu ontzettend veel strijd moet leveren om zijn integriteit en zijn eigen verlangens te volgen, omdat de omringende maatschappij dat niet duldt. In dit geval is het een man die zijn leven lang zijn wezenlijke identiteit verborgen heeft gehouden. Op het moment dat dat niet langer gaat, breekt die met een vernietigende kracht naarbuiten.
Ik ben wel eens uitgemaakt voor mannenhaatster. Ontzettend flauw, daar kun je je niet tegen verdedigen. Ik ben wel meer geinteresseerd in vrouwen, omdat ze vaak interessanter in het leven staan en interessanter met hun emoties omgaan en meer kiezen voor de voortgang van het leven. Je hoeft de krant maar open te slaan en je ziet mannen bezig met de dood - in grote tanks of als politici in driedelige pakken. Vrouwen zie je ondertussen met kinderen slepen. Mannen nemen, als een relatie afgelopen is, meteen een nieuwe vriendin, omdat ze meestal niet capabel zijn om met hun eigen gevoelens om te gaan en er maar het liefste helemaal niet over praten. Je hebt toch zoiets als een verantwoordelijkheid, ook voor je verleden, maar mannen schermen zich vaak af van de consequenties die het met zich meebrengt als je leeft, mensen om je heen hebt, kinderen maakt, met iemand samen woont. Natuurlijk verval ik nu weer in generalisaties, want er zijn tachtig miljoen verschillende soorten vrouwen en tachtig miljoen verschillende soorten mannen.”
“HET LEVEN VAN Aletta bijvoorbeeld is wel bepaald door een aantal belangrijke mannen, zoals haar vader, in de film door jou gespeeld, en haar man, die haar bij al haar eigenwijzigheid en vooruitstrevende ideeen toch maar steunt. Zij heeft hem ook een feminist genoemd.
Je kunt in een film van een uur niet alles laten zien wat je wil. Maar ik heb op een terloopse manier wel de joods-liberale sfeer willen laten zien die bij haar ouders thuis heerste. Vandaar die scene op vrijdagavond aan tafel, en die vader die er zo van geniet dat hij zijn hele familie daar bij elkaar heeft.
Waar ik meer aandacht aan had willen geven, maar dat werd te abstract, dat is het feit dat zij uit Groningen komt. Die platte vlaktes waar je zo met jezelf wordt geconfronteerd, je kunt je daar niet achter iets verschuilen. Voor mij was dat een belangrijk element in de opbouw van haar karakter. Ik denk dat haar leven, als ze in Amsterdam was geboren, heel anders was verlopen. Dan was zij bang geweest om naar de universiteit te gaan. Nu had zij een onbedorvenheid en naiviteit waardoor zij verbijsterd was over alle aandacht die zij kreeg. En zij zou nu weer verbijsterd zijn over alle aandacht die deze film over haar krijgt. Als zij in Amsterdam was opgegroeid, had zij die naiviteit allang verloren.”