Afwezige vaders in de Oekraïne

Kiev – Een favoriete grap van Oekraïners die niet over Russen, drankmisbruik of corrupte politici gaat, behelst kinderen die aan de aandacht van hun ouders ontsnappen. Zoals een jongetje van acht dat in zijn eentje een voetbalwedstrijd van Dinamo Kiev bezoekt. De aanwezige suppoost vraagt de jongen hoe hij aan het ticket komt. ‘Dat heeft mijn vader gekocht’, zegt de jongen. ‘En waar is je vader dan’, vraagt de suppoost. ‘Waarschijnlijk thuis zijn kaartje aan het zoeken.’

Het is een onschuldige grap, maar er schuilt een kern van waarheid in. Want vaders en hun kinderen, dat is in Oekraïne niet altijd een gelukkige combinatie. Drie jaar geleden is er onderzoek gedaan naar hun relatie, en dan vooral naar de houding van de vader ten opzichte van zijn kroost. Daaruit bleek dat Oekraïense vaders gemiddeld maar vier minuten per dag doorbrengen met hun kinderen. Slechts één op de drie vaders helpt zijn kind wel eens met huiswerk. En tien procent zorgt voor zijn kind als het ziek is. 95 procent van de Oekraïense kinderen met gescheiden ouders ziet de vader niet of nauwelijks meer.

Kinderrechtenorganisatie Unicef vond de cijfers schokkend genoeg om een actie te beginnen. Ook omdat de Oekraïense overheid aangaf dat er op de acht miljoen kinderen honderd­duizend wees- en zwerfkinderen zijn. Bijna tachtig procent hiervan zou nog levende ouders hebben. Verstoten zijn ze, of gevlucht.

In de grote Oekraïense steden zijn de reclamezuilen inmiddels gevuld met posters van zielig kijkende kinderoogjes en er is met hulp van de succesvolle herenkledingontwerper Michaïl Lipakov een modeshow opgezet voor vaders en zonen. Er zijn brochures verspreid met de titel ‘Papa-school: stap voor stap’. Tijdens het Europees kampioenschap voetbal afgelopen zomer in Oekraïne en Polen werden zelfs de profvoetballers ingeschakeld. In miljoenen Oekraïense huiskamers verscheen ineens de Spaanse verdediger Sergio Ramos op de televisie: ‘Ik ben een held voor miljoenen fans. Maar een held, dat kun je alleen zijn voor je eigen kind.’

Wat de rol van de Oekraïense overheid betreft: er is een nationale strategie voor preventie van verkeerde opvoeding. Maar volgens het weekblad Zerkalo Nedeli, dat recentelijk nog het beleidsplan van het ministerie van Sociale Zaken onder de loep nam, wordt geen woord besteed aan de bestaande gevallen.

Wel is er sinds drie jaar een vaderdag in Oekraïne, op de derde zondag van september. Maar die wordt niet door de overheid erkend. Er is immers al een – semi-legale – mannendag op 23 februari, en op 6 december viert men de Dag van de Strijdkrachten. Dat is al genoeg eer voor de man, zo luidt de verklaring. En blijkbaar ook voor de vader.