Afwijzen

De huidige kabinetsformatie ontbreekt het aan de daadkracht van Samsom en Rutte. Is dat erg? Het afwijzen van GroenLinks kan een constructieve oppositie opleveren.

Misschien heeft het ook te maken met de tijdgeest, dat alles snel moet, dat als je iets wilt je het ook onmiddellijk kunt krijgen, maar wat ik mis op het Binnenhof is urgentie. Ik betrap me erop terug te verlangen naar een kleine vijf jaar geleden. Niet naar de crisis in de economie die toen nog heel heftig was, maar wel naar de mede door die crisis ingegeven snelheid en gedrevenheid waarmee toen na de verkiezingen een kabinet werd geformeerd.

Door de afstraffing die de pvda de afgelopen verkiezing kreeg te verduren, zijn we vergeten dat in het najaar van 2012 de daadkracht die toenmalig pvda-partijleider Diederik Samsom en zijn vvd-collega Mark Rutte bij de kabinetsformatie uitstraalden zeer werd gewaardeerd in de samenleving. Mogelijk dat door het verdwenen crisisgevoel in de samenleving het vastlopen van de eerste formatiepoging tussen vvd, cda, d66 en GroenLinks door de kiezers niet zo zwaar wordt opgevat, maar ik ben er niet gerust op.

Het verwijt dat ze in Den Haag bezig zijn met spelletjes en krachtmetingen om er als partij beter van te worden ligt op de loer. Dat is niet goed voor het vertrouwen in politici. Dat die politici allemaal dezelfde woorden en zinsneden gebruikten om de recente breuk te omschrijven en ook poeslief waren tegen elkaar, zal bedoeld zijn om dat verwijt tegen te gaan, maar het is zo’n plastic taalgebruik dat het – bij mij in ieder geval – ergernis oproept.

Als politiek strijd met woorden is, ga die strijd dan ook in alle openheid en duidelijkheid aan. Dat zal toch moeten nu de vier meest voor de hand liggende politieke partijen er niet uit zijn gekomen. Dat vraagt om meer uitleg. Anders is de opzet, laten zien dat je luistert naar de stem van de kiezer, alsnog niet geslaagd.

De verkiezingsuitslag wees als eerste richting vvd, cda, d66, GroenLinks, een combinatie van grootste partij, grootste winnaar en twee partijen die ook flink zetels hadden gewonnen. Toch was van begin af aan duidelijk dat het op het terrein van onder meer migratie moeilijk zou worden. Bij dat onderwerp kun je bij de onderhandelingen niet halverwege ergens uitkomen of met wat extra geld onderhandelingspijn compenseren.

Je laat vluchtelingen toe of je laat ze niet toe. Je wilt ze opvangen in de regio of je wilt in stand houden dat een vluchteling eenmaal in Nederland aangekomen hier asiel mag aanvragen. Een combinatie van die laatste twee zal smokkelaars uitdagen om het lek in het systeem te zoeken.

Een heldere politieke tegenstelling ontbrak aan het vorige kabinet

Maar zonder het openhouden van de asielaanvraag gaat Nederland in tegen internationale afspraken. Tegen dat dilemma zal ook een formatie met de ChristenUnie aan kunnen lopen. Net als GroenLinks is de CU voorstander van een ruimhartiger asielbeleid dan vvd en cda.

Dat bij een onderwerp als migratie middelen moeilijk is, is echter niet de enige reden dat de eerste formatiepoging is mislukt. Het is ook omdat het cda zich machtig voelt en niet wil inleveren voordat het tot het gaatje is gegaan, zeker op een terrein als migratie dat zo gevoelig ligt in de samenleving, en te meer ook omdat er volgend jaar gemeenteraadsverkiezingen zijn. Lokale aanwezigheid is voor elke partij belangrijk, maar voor de christen-democratie, die het vooral van de kleinere gemeenten moet hebben, is het van levensbelang.

Het cda machtig op het Binnenhof? Jazeker. Weliswaar is het niet de grootste partij in de Tweede Kamer, ook niet de grootste winnaar van de verkiezingen, zelfs ‘slechts’ de derde partij in grootte, maar wel de partij zonder welke een regering welhaast onmogelijk is. Met de grotere pvv willen de meeste partijen niet regeren en is kabinetsvorming kansloos. De pvda ligt na het grote zetelverlies op zijn gat en zal in de combinatie met vvd, cda en d66 de hete adem van GroenLinks in de nek voelen. Over links, ook al ligt dat niet voor de hand, is het cda eveneens nodig. En als er al een minderheidskabinet zou komen, dan ligt het voor de hand dat dit bestaat uit vvd, cda en d66.

Voor wie treurt om het mislopen van de combinatie vvd, cda en d66 met GroenLinks, is er een troost. Als er een kabinet komt zonder een van de drie linkse partijen, GroenLinks, SP of pvda, dan krijgt dat kabinet wel een duidelijker oppositie tegenover zich dan wanneer GroenLinks in het kabinet had gezeten. Was een heldere politieke tegenstelling niet wat ontbrak aan het kabinet van vvd en pvda dat de afgelopen jaren heeft geregeerd? Was het verwijt na het aanvankelijke enthousiasme over de daadkracht niet juist dat rechts en links verwaterden?

Volgens professor en voormalig pvda-senator Joop van den Berg heeft een kabinet met alle linkse partijen in de oppositie ook het voordeel dat de SP minder de kans krijgt om samen met de pvv een ‘afwijzingsfront’ te vormen. Daarmee bedoelt hij dat de SP anders tegen alles gewoonweg nee zal zeggen en het ongenoegen in de samenleving zal voeden.

Met links als geheel in de oppositie kunnen GroenLinks en de pvda de SP uitdagen, en omgekeerd ook, om met verleidelijke alternatieven te komen. Alternatieven die het een regeringspartij als d66 moeilijk kunnen maken. Of de ChristenUnie. En mogelijk zelfs het cda.

Het afwijzen van GroenLinks nu kan zich dan alsnog positief uitbetalen. Voor links. Maar ook voor de parlementaire democratie als geheel. Nu dan wel vaart maken.