Aan wie kan ik dit boekje toch eens cadeau doen? Er wil me niemand te binnen schieten. Ik ken geen liefhebbers van het werk van Keith Haring en ik weet ook niet wie ik er anderszins blij mee zou kunnen verrassen.

Ik begin opnieuw. Wat zou ik met het boekje doen wanneer iemand het mij cadeau deed? Ik zou het, nadat de gever vertrokken was, uit het zicht leggen. Een sigaret roken, met twee vingers op mijn tafel tikken en uit het raam kijken. Dan zou ik het boekje weer pakken. En het bij de oude kranten leggen, een glas water drinken en een dag of wat voorbij laten gaan. Dan zou ik de oude kranten op de stoep leggen. En het boekje eraf pakken, het heel goed uit het zicht leggen - beter dan de vorige keer - en me afvragen of ik de gever misschien nog iets zou moeten laten horen, op een of ander tijdstip.
Dan zou ik op vakantie gaan. En na twee weken thuiskomen, een agenda kopen en een goede daad verrichten. Dan zou ik het boekje weer op mijn tafel leggen. En het eens omdraaien, proberen te vergeten wat ik aan het doen was en verzeild raken in herinneringen aan mijn vader op de dansvloer. Dan zou ik de agenda openslaan. En bij een min of meer willekeurige datum noteren ‘boekje inkijken en iets melden’, de agenda op een slimme plek leggen en me verbazen over de vondst, op diezelfde plek, van een klein voorwerp van keramiek. Dan zou ik allerlei bezigheden hebben. En interesse krijgen voor abstracte en concrete dingen die me ontgaan, die interesse vervangen door liefde voor statistiek en die liefde omzetten in het negeren van de tijd waarin ik leef.
Dan zou ik het kleine voorwerp van keramiek weggooien. En een nonchalant gesprekje voeren met iemand uit de buurt, twee brieven schrijven en overvallen worden door een ver langen naar enorm koud weer. Dan zou ik de telefoon laten bellen. En het boekje doorbladeren, naar plaatjes kijken en regels en woorden lezen. Dan zou ik piekeren over wat ik zag en las. En ophouden met piekeren, het boekje een paar keer hard laten vallen en vaststellen dat de beschadigingen het cadeau doen voortaan in de weg zouden staan. Dan zou ik gaan slapen tot de volgende ochtend. En verward wakker worden, voorin het boekje lezen: 'The Keith Haring artwork in this book has been reproduced faithfully; however, the colors of some works have been altered’ en twee borden havermout eten.
Dan zou ik uitbuiken. En me realiseren dat ik misschien ook enige verande ringen in het boekje zou kunnen aanbrengen, even nadenken over de voors en tegens, en het boekje samen met de havermoutpan en het bord in de afwasteil doen. Dan zou ik de radio aanzetten. En naar muziek en berichten luisteren, me verheugen op een feestelijke bijeenkomst en het boekje afdrogen. Dan zou ik het op de slimme plek leggen.
En de agenda pakken, me herinneren dat ik iets wilde melden en de agenda telefonisch te koop aanbieden. Dan zou ik mijn schoenen gaan poetsen. En diep ademhalen, een jaar overslaan en opnieuw twee borden havermout eten.