Agendapunt srpska

Amerika ziet zijn Bosnische bemoeienissen in de eerste plaats als waarschuwing aan het adres van Rusland, Europa wil vooral zijn vluchtelingen kwijt. Maar Ed. van Thijn is enkel en alleen in Bosnië om de verkiezingen goed te laten verlopen. Als het moet door de lastpak uit te hangen.
SARAJEVO - Ed. van Thijn wil er niet veel woorden meer aan vuil maken. Volgens het hoofd van de waarnemersmissie van de organisatie voor veiligheid en samenwerking in Europa (OVSE) bij de verkiezingen in Bosnië was het ontslag van Joanna van Vliet een incident.

De Nederlandse diplomate werd vorige week door de leider van de algehele OVSE-missie in Bosnië, de Amerikaan Robert Frowick, bruusk aan de kant gezet voor een Amerikaanse voorlichter. ‘Hoe ongerechtvaardigd en hoe onmenselijk ook, het is een veel voorkomend geval dat als het beleid niet deugt, men de voorlichter ontslaat.’
Ook het Europese advies om bij de federale verkiezingen eind dit jaar massaal tegen Milosevic te stemmen, valt bij hem niet in goede aarde. 'Dat is precies wat de Servische oppositie ook van ons verwacht. Ik zou blij zijn als Milosevic zou worden weggestemd, maar dan alleen als de Servische kiezers met hem afrekenen. Wij kunnen voor hen niet de hete kolen uit het vuur halen. Als wij zouden meedoen aan de verkiezingen, zouden we toegeven dat we bij Servie horen. En dat is niet het geval.’
Vanuit zijn kantoor in het hartje van Sarajevo verbaast de voormalige burgemeester van Amsterdam zich echter over de naïviteit van de Amerikanen. Van Thijn: 'De regering van president Clinton wordt al wekenlang zwaar bekritiseerd en waarschijnlijk heeft ze gedacht: “Kom, we gooien er gewoon een Amerikaanse voorlichter tegenaan, misschien helpt dat.”
'Ik vind het een grote onderschatting van de pers te veronderstellen dat het klimaat nu zo maar zal omslaan. Er is een grote groep journalisten die de verkiezingen al maandenlang volgt en die overal doorheen kan prikken. Van Vliets opvolgster Kuperman heeft het op persconferenties dan ook zwaar te verduren.’
Het lag niet voor de hand dat de OVSE - in feite een relikwie van de Koude Oorlog - werd uitgekozen om de verkiezingen in Bosnië te organiseren. 'Dat is gebeurd wegens gebrek aan beter’, zegt Van Thijn. 'Unprofor heeft een erg slechte naam hier vanwege het falende VN-beleid. De OVSE was wat dat betreft niet erfelijk belast. Bovendien zijn zowel Europa, Canada, Amerika als Rusland in de OVSE vertegenwoordigd.’ Toch vindt hij dat de organisatie het goed doet, vooral dank zij het huidige voorzitterschap van Zwitserland. 'De Zwitsers spelen een cleane, gewetensvolle rol. Ze doen echt hun best de verkiezingen tot een succces te maken.’ Van Thijn heeft van de Zwitserse voorzitter Cotti een onafhankelijk mandaat gekregen waardoor hij niet door Amerika ontslagen kan worden. 'Wat de Amerikanen betreft ben ik de enige onberekenbare factor. Ik ben een lastpak en een pottekijker, maar een waarnemer dient nu eenmaal volstrekt onafhankelijk en onpartijdig te zijn. Anders zou ik de functie ook nooit geaccepteerd hebben.’
Het valt Van Thijn niet zwaar onpartijdig te zijn waar het om de nationalistische partijen van de Bosnische Kroaten, Moslims en Serviërs gaat. 'Die vind ik geen van drieën om te pruimen. Het zou moeilijker zijn als ik ook onpartijdig moest zijn over de vraag of Bosnië multi-etnisch moet zijn of niet.’ Zelf is Van Thijn een overtuigd voorstander van een multi-etnisch Bosnië, hoewel hij weet dat dat niet eenvoudig is.
DE PROBLEMEN rond de voorbereidingen van de verkiezingen zijn legio. Twee entiteiten willen zich van Bosnië afscheiden: De Kroaten met de republiek Herceg-Bosna en de Serven met Republica Srpska. Aan de voorwaarden die het verdrag van Dayton stelt, wordt nauwelijks voldaan. Van Thijn: 'Er is geen politiek neutrale omgeving, in grote delen van Bosnië overheersen de HDZ, de SDA en de SDS, de nationalistische partijen van respectievelijk de Bosnische Kroaten, de Moslims en de Serven.’
Met de vrijheid van vereniging gaat het volgens Van Thijn de laatste tijd iets beter, vooral na de schokgolf die volgde op de aanslag met een ijzeren staaf op Haris Siladzjic, de oud-premier van Bosnië, nu voorstander van een multi-etnische staat. 'De OVSE heeft naar aanleiding van die aanslag direct een commissie van beroep ingesteld die haast standrecht uitoefent. De SDA is voor het incident aansprakelijk gesteld en een aantal kandidaten voor de gemeenteraad zijn vervolgens van de lijst gehaald. Er zijn nu steeds meer verkiezingsbijeenkomsten, onder internationaal militair toezicht, wel te verstaan.
Ook wat betreft de vrijheid van meningsuiting en van de pers ziet Van Thijn duidelijk verbetering. - 'Voor het moment tenminste. En dan vooral onder de enorme druk van de internationale gemeenschap, plus door de komst van een nieuw televisiestation naast de staatsmedia. Er worden nu regelmatig debatten georganiseerd waarin alle etnische groepen vertegenwoordigd zijn. In het dagelijkse nieuws voeren echter nog steeds de nationalistische partijen de boventoon.’
Het grootste probleem vormt volgens Van Thijn het gebrek aan bewegingsvrijheid. Het is bijna onmogelijk campagne te voeren aan de andere kant van de etnische scheidslijn. Maar zelfs als niet aan de minimumvoorwaarden is voldaan, gaan de verkiezingen op 14 september door, zegt Van Thijn: 'Er is maar één ding erger dan niet-perfecte verkiezingen, en dat is helemaal geen verkiezingen. Want dat zou het eind van Dayton betekenen en dan is het uiteenvallen van het land niet meer tegen te houden.’
HET IS DE VRAAG of het de schuld is van de Amerikanen dat de condities verre van ideaal zijn. De suggestie in de Nederlandse media dat de Verenigde Staten de verkiezingen in Bosnië enkel koppelen aan hun eigen presidentsverkiezingen in november is volgens Van Thijn te simpel. 'Bosnië is geen verkiezingsissue in de Verenigde Staten, het buitenland speelt daar überhaupt nauwelijks een rol. Ik betwijfel of Clinton er zelf veel mee te maken heeft, maar zijn mensen is er alles aan gelegen dat de verkiezingen in Bosnië zo vlekkeloos mogelijk verlopen. Als het geweld weer uitbreekt geeft dat een deukje in de campagne, maar dat is dan ook alles.’
Daarmee is niet gezegd dat Amerika geen belangen heeft in de regio. Van Thijn: 'De Verenigde Staten hebben niet zo veel inzet getoond om Bosnië vervolgens als een kaartenhuis in elkaar te zien vallen. Het beleid in Bosnië heeft alles te maken met het beleid in Rusland. Door zich te verzetten tegen nationalisme in Bosnië, wil Amerika nationalistische opwellingen in Rusland voorkomen. Daarnaast kijkt Amerika ook met een schuin oog naar de mogelijkheiden voor uitbreiding van de Navo in de regio en naar de gespannen verhouding tussen Turkije en Griekenland.’
Volgens Van Thijn is het wel erg gemakzuchtig om te beweren dat de Amerikanen vaak een te grote broek aantrekken: 'Het is de zwakte van Europa die hun dit toestaat. Ik ben erg blij dat Amerika zo veel investeert in Bosnië. Zeer recent heeft de Amerikaanse gezant Cornblum een onderhoud gehad met de Bosnische president Izetbegovic, die gedreigd heeft met een verkiezingsboycot. Hij heeft hem de garantie gegeven dat Amerika nooit zal toestaan dat Republica Srpska zich afscheidt. Dat vind ik een formidabele toezegging. Ik wou dat Europa dat zei. Europa heeft in Bosnië geen vrede tot stand kunnen brengen en is nu niet eens in staat het land bij elkaar te houden. De Verenigde Staten hebben aangekondigd zich terug te zullen trekken en ik heb nog niet gehoord dat de Europeanen bereid zijn de fakkel over te nemen. Ik moet er niet aan denken wat er gaat gebeuren als er na Ifor 1 geen Ifor 2 komt. Er is nog niets opgelost in dit land; de etnische tegenstellingen waren nog nooit zo groot. Amerika heeft onlangs besloten de gemeenteraadsverkiezingen uit te stellen nadat de waarnemers hadden gemeld dat de registratie zo was gemanipuleerd dat de Serviërs en Republica Srpska overal waren verzekerd van de meerderheid. Dat was voor de Verenigde Staten een enorme nederlaag, maar terwille van de integriteit van de verkiezingen is die beslissing genomen. Wat doet Europa: zij stemt tegen. Waarom maakt Europa geen vuist? Ik kan die verdeeldheid niet doorgronden, het is een heel vreemde wereld, de internationale politieke vervlechtingen in dit land. Frankrijk heeft bijvoorbeeld geen poot uitgestoken. De Fransen moet je hier met een lantaarntje zoeken, maar bij vergaderingen voeren zij het hoogste woord.’
Van Thijn stoort zich aan de kortzichtigheid van de Europeanen. 'Europa lijkt als eerste agendapunt te hebben hoe het zo snel mogelijk weer van zijn vluchtelingen af komt. Het heeft blijkbaar niet in de gaten dat als deze verkiezingen niet goed worden afgewerkt, er overmorgen vier keer zo veel vluchtelingen voor de deur staan. Want dan stroomt het hele land leeg! Ik vind de compromisbereidheid jegens nationalistische regeringen - met name die van Kroatië en Repblica Srpska - in dit kader ook heel zorgwekkend. Europa zou zich meer moeten binden aan Dayton op de langere termijn en het zou zijn militaire aanwezigheid moeten loskoppelen van de Amerikaanse. Het staat voor mij niet vast dat als de verkiezingen mislukken, Amerika de plicht heeft te blijven. Ik zou het me goed kunnen voorstellen dat het dan gedesillusioneerd zijn troepen weghaalt.’
ONDANKS ALLE sombere scenario’s heeft Van Thijn nog hoop voor Bosnië. 'Zo lang er nog politieke partijen zijn die onder gevaarlijke omstandigheden ijveren voor een niet-nationalistisch Bosnië, vind ik dat we het ideaal van een multi-etnische staat niet mogen laten varen. We kunnen dit deel van de wereld toch niet afstaan aan een stelletje Janmaten. Als ik Michael Steiner, de tweede man achter Carl Bildt, mag citeren: 'In Bosnia there are no bad peoples, only bad people.’ We mogen toch hopen dat we ook hier ooit de geboorte van de mondige burger zullen aanschouwen.
Onder de Bosnische jongeren heerst op het moment onverschilligheid en afkeer van politiek. Maar dat is beter dan dat ze zich op sleeptouw laten nemen door de nationalistische partijen. Vergeet niet dat talloze jongeren uit gemengde huwelijken zijn gekomen en van nationalisme niets moeten hebben. Iedereen is de oorlog spuugzat. Opiniepeilingen, hoewel zeer gebrekkig, tonen aan dat niet-nationalistische partijen het goed doen in het hele land. Ik denk dat deze verkiezingen een goede voedingsbodem scheppen voor een andere manier van denken.’
De onverschilligheid van jongeren tegenover de politiek zou de nationalistische partijen overigens toch in de kaart kunnen spelen als de jeugd besluit massaal weg te blijven tijdens de verkiezingen. Toch hoopt Van Thijn dat de uitslag een minder nationalistisch beeld geeft dan die van de eerste meerpartijenverkiezingen van 1990. Toen behaalden partijen gevormd op basis van etniciteit meer dan tachtig procent van de stemmen, wat de basis legde voor het bloedvergieten. 'Mocht het nationalisme weer de boventoon gaan voeren, dan hoop ik dat de partijen zich uiteindelijk zullen moeten matigen om hun positie te handhaven’, zegt Van Thijn, en hij vervolgt cynisch: 'Maar in een land waar geen democratische traditie is en waar de wonden van de oorlog nog zo vers zijn, zullen de verkiezingen uiteraard niet zo free and fair zijn als bijvoorbeeld in Amerika.’