Agenten in Burkina Faso beschermen alleen de rijken

Ouagadougou – ‘Moge God je behoeden! Dank je! Voor alles dat je voor ons doet!’ Een wandeling door Fada-Ngourma, de hoofdstad van oostelijk Burkina Faso, duurt lang in het gezelschap van Moussa Thiombiano, bijgenaamd Django. De zestiger wordt steeds staande gehouden door weer een dolgelukkige inwoner. De reden: hij heeft de orde hersteld. ‘We hadden hier inbraken, diefstallen uit winkels, overvallen op auto’s en bussen, verkrachtingen. Sinds we begonnen zijn, twee jaar geleden, hebben we vierhonderd bandieten opgepakt. Die dragen we over aan de politie.’ Django’s ordetroepen zijn bewapend met ouderwetse jachtgeweren en patrouilleren op motoren.

Dat oppakken gaat echter lang niet altijd even zachtzinnig, toch? ‘Mmmm… dat is overdreven’, antwoordt Django. ‘Goed, er is wel eens wat voorgevallen. Vroeger paradeerden we met de boeven door de stad zodat iedereen kon zien wie het was. Nu hebben we daar regels voor…’

Koglwéogo, noemen ze zich, letterlijk ‘bewakers van het bos’, hoewel Django het zelf liever heeft over beschermers van de gemeenschap. Ze hebben inderdaad een einde gemaakt aan de misdaadgolf in Oost-Burkina Faso.

Maar is dat geen taak van de staat? Op een forum over nationale veiligheid hoorde advocaat en burgeractivist Guy Hervé Kam met verbazing het verhaal aan van minister van Veiligheid Simon Compaoré die met zoveel woorden zei dat het bestaan van de koglwéogo eigenlijk wel prima was. ‘Moet ik begrijpen’, vroeg Kam zich even later af, ‘dat de privatisering van de onveiligheid, het onvermogen van de staat om zijn eigen burgers te beschermen, de instemming van de minister heeft?’ Hij kreeg geen antwoord.

Django vindt de vraag onzin: ‘Er is geen sprake van privatisering. Dit is een stel burgers dat zich georganiseerd heeft tegen de criminaliteit waar ze jaren het slachtoffer van zijn geweest.’ Toch blijft het eigenrichting. In het oosten keert de rust weer, maar in het noorden van het land, ook een vergeten streek waar een dorp van tienduizend zielen minder politiebescherming geniet dan de villa van een minister in de hoofdstad, hebben de privé-initiatieven een andere vorm. Hier heten ze jihad. Dat bedoelde Kam met zijn vraag: je kunt niet de ene vorm van willekeur goedvinden en andere niet. De minister moet aan de slag. Voor de veiligheid van alle burgers, ook als ze niet in dure buurten wonen.