Media in Rusland

Agitprop-tv

Aan de vooravond van de presidentsverkiezingen neemt de journalistiek in Rusland steeds meer de vormen aan van het vertrouwde ‘agitprop’. ‘Onafhankelijkheid is een verpakking.’

IN 1995 WERKTE ik een jaar voor het Sint-Petersburgse televisieprogramma Televeiligheidsdienst. Het was een verregaande vorm van reality-tv, en het maakte flink misbruik van het feit dat er in het Russisch geen woord bestaat voor privacy. Russische burgers, niet op de hoogte van wetten ter bescherming van hun privacy, werden in het programma met naam en toenaam voor de camera ‘ontmaskerd’ als criminelen, drugsverslaafden of prostituees, nog voordat er een rechtszaak had plaatsgevonden. Bloederige beelden van ontzielde vrouwenlichamen in duistere bosjes, met kogels doorzeefde slachtoffers van maffia-afrekeningen, een hoofd zonder lijf of andersom (‘herkent u deze man?’), alles werd de Russische huiskamers ingesmeten zonder dat het enig gevolg had voor de directie van Kanaal 5. We werkten samen met de politie, want die kon voor ons deuren intrappen van vermeende drugsholen en midden in de nacht nietsvermoedende burgers uit hun bed sleuren om te vragen of ze hun kinderen niet prostitueerden. De volgende dag werden de slaperige hoofden van een verdachtmakende voice-over voorzien en de ether ingegooid. Bij ondervragingen op het bureau werden wijzelf en de agenten onherkenbaar gemaakt, maar de verdachten kwamen close-up in beeld. Slechts één keer werd het programma aangeklaagd door een oplettende jongeman, die aan de montagetafel was veranderd in een drugskoerier. In het item werd hij gefilmd in een telefooncel. ‘Vanuit deze telefooncel bellen zulke drugskoeriers met hun leveranciers’, luidde de voice-over. Voice-overs: de Russische televisie is er dol op. Interview met Tsjetsjeense vluchteling? De verslaggever vat het even voor u samen. Quote van Madeline Albright? Ze heeft haar mond nog niet opengedaan of ze wordt voorzien van een cynisch commentaar. De Russische kijker weet niet beter.


Televeiligheidsdienst is een geesteskind van Aleksandr Nevzorov, een van de populairste opiniemakers in Rusland. Zijn eerste programma, 600 seconden, trok in de jaren na de perestrojka zeventig miljoen kijkers. Aanvankelijk was het een sensatieprogramma, waarin ridder Nevzorov de strijd aanbond met de criminaliteit, maar al gauw begonnen zijn strijdkreten nationalistische vormen aan te nemen en werd het programma een platform voor zijn politieke ambities (Nevzorov is afgevaardigde in de Doema). Hij studeerde af aan de school voor ‘Paard- en goocheltrucs’, en wat dat ook moge inhouden, van beroep is Nevzorov stuntman. Een mooi staaltje van zijn goochelwerk was Het vagevuur, een documentaire over de eerste oorlog in Tsjetsjenië. Kijkers die smakelijke reality-tv verwachtten kwamen bedrogen uit, want Nevzorov hield zich dit keer qua afgehakte ledematen bij hoofden van papier-maché. Een populaire radio-dj speelde de Tsjetsjeense aanvoerder en de acteurs die Tsjetsjeense inboorlingen speelden sneden de (papier-maché) buiken van zwangere vrouwen open. Dezelfde dag dat zijn stuntwerk op televisie werd uitgezonden, riep Nevzorov in de Doema op tot een informatieblokkade rond Tsjetsjenië. In 1995 stapte hij over op de grootste staatszender van Rusland, ORT, waar hij een ‘auteursprogramma’ leidde.



MET EEN auteursprogramma wordt in Rusland een programma bedoeld waarbij één verslaggever zijn persoonlijke commentaar op de actualiteit geeft, maar die subjectiviteit zoveel mogelijk probeert te verhullen door een hoeveelheid aan ‘feiten’ op te rakelen die zijn mening onderbouwen, hoewel er zelden sprake is van een deugdelijke bronvermelding. De opinie van de Russische kijker hangt in grote mate af van deze televisiedominees. En of hij uiteindelijk kiest voor de patriottistische donderwolken van de staatstelevisie of de intellectuelen van het onafhankelijke NTV heeft voor een groot deel te maken met het feit of hij het laatste kanaal wel kan ontvangen. Terwijl de staatstelevisie in alle uithoeken van het land op het scherm verschijnt, kan zelfs een Moskoviet of Petersburger met een slecht toestel NTV niet ontvangen, laat staan het volk in de periferie.


Als een Rus na het avondeten zijn beeldbuis aandraait zal de kans daarom groot zijn dat hij oog in oog komt te staan met een nijdig spugende pottenbakker op een omgekeerde stoel. Michail Leontjev, afgestudeerd aan de school voor ‘Kunstzinnig Keramiek’ mag elke dag het nieuwsbulletin op ORT onderbreken met zijn auteursprogramma Echter (Odnako). Michail Leontjev loenst omdat hij zijn tekst opdreunt van een autocue die te ver van de camera af staat. Met de armen losjes over de leuning van een houten stoel en een spottend lachje om de lippen weet Leontjev met het woordje ‘echter’ net die verrassende draai te geven aan het nieuws dat hij onderbreekt. ‘Ach, wat verschrikkelijk! Ze hebben ons Europa uitgegooid! Ze zijn kwaad op ons, we hebben niet aan de verwachtingen voldaan! Eerst wilden we geen kleine Engelsen, Duitsertjes of Amerikaantjes worden, dat lukte niet. En toen wilden we ons niet eens neerleggen bij de diagnose en vreedzaam het toneel verlaten. Mag ik u eraan herinneren, echter, dat de Europese Raad een volslagen zinloze en onverantwoordelijke praatclub is, opgericht met als enige doel ons, onnozelen, de les te lezen.’


Leontjev begint zijn zinnen met: ‘Men krijgt de indruk dat’ of: ‘Er bestaat informatie over’, en Madeline Albright noemt hij ‘onze schoonheid Albright’. Maar voor het zwaardere geschut roept hij de hulp in van Nevzorov, die als onheilsbode in een Noorse trui opdoemt uit het donker. ‘Als we nu de tijd stil konden zetten in het jaar 1991’, zalft Nevzorov, ‘ja, als de tanks gewoon hun werk hadden gedaan, in plaats van dat de laffe communisten ze op het moment suprème terugriepen, dan hadden we de Balten kunnen voorschrijven hoe ze met ons volk moeten omgaan. Er is wilskracht nodig, om de tanks hun werk te laten doen! Niet alleen van de autoriteiten, maar ook van het volk. Anders krijg je een situatie zoals in Joegoslavië: dat de tanks van anderen hun werk gaan doen!’ De kijker snuift instemmend en neemt er nog eentje. Leontjev en Nevzorov knutselen verder aan een mozaïek van insinuaties: een bericht over de groei van geld-resources in de Verenigde Staten wordt aan een ‘bewijs’ geplakt dat de Bank of New York zich verrijkt zou hebben met honderden miljoenen eerlijk verdiende Russische dollars. ‘Verzuip je Amerikaanse vliegen niet in onze Russische soep’, gnuift Leontjev.



ECHTER, HET IS oligarch en mediamagnaat Boris Berezovski die de klei kneedt voor Leontjev. De rijkste man van Rusland is volgens opiniepeilingen een van de grootste boosdoeners van de eeuw, maar zijn invloed op de media blijft kolossaal. Berezovski heeft de controle over de staatstelevisie en bezit de drie grootste dagbladen plus een aantal weekbladen. De teksten van de auteursprogramma’s op de staatstelevisie worden vaak rechtstreeks door hem geredigeerd. Het merendeel van de media in Rusland kan niet op eigen kracht overleven. Russische dagbladen verschijnen praktisch zonder reclame en blijven voor hun inkomsten afhankelijk van de oligarchen. Zelfs een dagblad als de Nezavisimaja, ‘De Onafhankelijke Krant’, kan niet verhullen dat Berezovski het laatste woord heeft.


In de wereld van de televisie zijn de rollen al lang geleden verdeeld. De zender ORT is nooit zijn voorganger, de sovjetspreekbuis Ostankino, ontstegen — voormalig woordvoerder van het Kremlin Sergej Jastrzjemski, Jeltsins dochter Tatjana Djatsjenko en Berezovski bepalen de inhoud van de programma’s. De ‘onafhankelijke’ zender NTV behoort tot het andere kamp, dat van mediamagnaat Vladimir Goesinski. Goesinski en Berezovski, oorspronkelijk bevriende collega’s, voeren nu een mediaoorlog waarbij ze elkaar en hun politieke protégés met modder bekogelen. Als NTV een opname uitzendt van Berezovski in overleg met Tsjetsjeense leiders, gooit ORT er een reportage tegenaan over de wanstaltig luxe optrek van Goesinski in Spanje. Als NTV vraagtekens zet bij het beleid van Poetin, vuurt ORT terug door aan te tonen dat Joeri Loezjkov, burgemeester van Moskou en protégé van Goesinski, corrupt is.


Dat een auteursprogramma een effectief wapen is in de politieke strijd heeft Loezjkov aan den lijve ondervonden. De populariteit van de burgemeester, die nog geen jaar geleden als opvolger van Jeltsin werd getipt, heeft zwaar te lijden gehad onder het auteursprogramma van ORT’s Sergej Dorenko. Uiteindelijk won Loezjkov een rechtszaak die hij tegen Dorenko had aangespannen wegens smaad, maar nadat Dorenko een strafsom van honderdduizend roebel (toen 8500 gulden) had betaald, zette hij zijn lastercampagne ongemoeid voort. Dorenko glimlacht niet naar de autocue, maar kijkt met een ernstige blik de huiskamers in en brengt het ene verschrikkelijke nieuwsbericht na het andere. ‘Vraagt u zich ook af waarom sommige mensen in Moskou de Tsjetsjeense terroristen verdedigen?’ vraagt hij aan de kijker. Het programma toont beelden van een demonstratie in Moskou tegen de oorlog in Tsjetsjenië. De woordvoerster van de demonstratie, die gesteund wordt door de liberaal-democraat Grigori Javlinski, roept op tot de vervolging van de terroristen maar ook tot de verdediging van de mensenrechten van het Tsjetsjeense volk. Dorenko gaat onverstoorbaar verder: ‘Om het Westen te behagen, willen deze lui de mensenrechten van de terroristen verdedigen en onze soldaten verraden.’


‘Mijn programma is een show, die goed bekeken wordt’, zei Dorenko in een interview met het persagentschap APN. Zijn rivaal Evgeni Kiseljov van NTV mikt op een hoger opgeleid publiek en het electoraat van Grigori Javlinski. Kiseljov bracht zijn auteursprogramma aanvankelijk uit op de staatstelevisie. Maar de censuur en druk vanuit het Kremlin deden hem in 1993 de stap maken naar NTV. Dat NTV geen staatszender is, betekent niet dat hij ongemoeid blijft. Het Kremlin heeft op verschillende manieren geprobeerd het concern van Goesinski, Media-Most, waaronder NTV, te dwarsbomen. De regering heeft geprobeerd een faillissement van het concern te bewerkstelligen door de Vnesjekonombank te bewegen een lening aan Media-Most terug te vorderen. De voorzitter van de directieraad van Media-Most verklaarde onlangs dat de presidentsadministratie honderd miljoen dollar aan Goesinski beloofde als deze zich zou terugtrekken uit de media-oorlog en het land zou verlaten tot na de presidentsverkiezingen. Ook Stepasjin, destijds premier, heeft in een telefonisch interview met NTV bevestigd dat het Kremlin de zender meermalen onder druk heeft gezet ‘om invloed uit te oefenen op het karakter van bepaalde programma’s van NTV’. Uiteindelijk blijft ook NTV afhankelijk van de staatszendmasten.



ONAFHANKELIJKE TELEVISIE of niet, NTV’s Kiseljov heeft al tijdens de presidentsverkiezingen in 1996 afstand gedaan van zijn idealen van objectieve verslaggeving, toen de populariteit van communistenleider Zjoeganov toenam. ‘Van nu af aan zal ik niet objectief zijn’, verklaarde Kiseljov. ‘We gaan nu president Jeltsin steunen, en wat u zal krijgen zal geen eerlijke, nauwkeurige en gebalanceerde journalistiek zijn.’ Ook nu steekt Kiseljov zijn politieke voorkeur niet onder stoelen of banken. Maar als NTV een interview uitzendt met Grigori Javlinski, dan overschreeuwt ORT hem in een marathoninterview met interim-president Poetin. Het programma van Kiseljov verschijnt eens per week, terwijl Leontjev, Dorenko en Nevzorov de week volpraten. ORT neemt veertig procent van de kijkcijfers voor zijn rekening aangezien de zender 98,8 procent van het Russische territorium plus tachtig procent van het territorium van de voormalige Sovjet-Unie bereikt, en daarbij 18,5 uur per dag in de ether is. NTV heeft daarentegen maar vijf uur zendtijd en is minder populair door de slechte ontvangst.


Dat de onafhankelijke zender zelfs zijn populariteit begint te verliezen bij vaste kijkers, de intelligentsia in de grote steden, bleek vorige maand naar aanleiding van een schandaal rond het programma Koekli (‘Poppen’). De makers van het satirische programma, een Russische variant op het Engelse Spitting Image, hebben nooit klachten gekregen over de poppen die ze van Jeltsin, Zjoeganov of Zjirinovski maakten, maar toen de pop van Poetin het toneel betrad, ontvingen ze een petitie van Petersburgse professoren. De verklaring deed qua stijl en toon sterk denken aan de ‘petities van de arbeidersklasse’, die in de Sovjet-Unie werden georganiseerd om vijanden van de staat te ontmaskeren. De ondergetekenden waarschuwden de programmamakers dat de uitzendingen, ‘gericht op Poetins verplettering’, strafbaar zijn volgens artikel 319 van het Russische strafrecht. Poetin zelf reageerde niet op de poppenkast, maar hij nodigde wel de pottenbakker van ORT uit op de thee en stelde hem voor aan zijn hondje, een wit poedeltje — in kader van zijn imago-verzachting. ‘Beter een poedeltje dan een kind op de arm’, moeten de programmamakers gedacht hebben, ‘anders gaan ze weer parallellen trekken.’


Aan de vooravond van de presidentsverkiezingen neemt de Russische journalistiek steeds meer de vormen aan van het vertrouwde agitprop. Agitprop, een woord dat in 1935 in de Sovjet-Unie ontstond uit een samensmelting van de woorden agitatsia en propaganda, diende officieel ‘de verlichting van de massa’, maar kwam in de praktijk neer op het verspreiden van ophitsende insinuaties, bedoeld om de vijand onderuit te halen.


Ruim een halve eeuw ervaring in de agitprop blijkt niet zo eenvoudig weg te strepen uit de Russische journalistiek. Na tien jaar geworstel met journalistieke normen en waarden nemen de Russische media weer hun toevlucht tot verslaggeving in de sovjet-traditie: van insinuerende berichtgeving, complottheorieën, censurerende kunstgrepen zoals het overmatig gebruik van voice-overs tot volkomen subjectieve berichtgeving in auteursprogramma’s.


‘Onafhankelijkheid is een verpakking’, beschimpt Leontjev zijn collega’s van NTV. ‘In een oorlog zijn geen onafhankelijke journalisten. Als mensen elkaar doden, is het niet mogelijk onafhankelijk te blijven, alleen als je een buitenaards wezen bent. Voor zover ik weet, werken er geen buitenaardse wezens in Tsjetsjenië als verslaggever. Dus sommige idioten kunnen die ambitie wel blijven koesteren, maar ze willen niet inzien, dat hun zogeheten Tsjetsjeense informatiebron een van de strijdende partijen is. Met een beetje herseninspanning kun je raden dat hun bondgenoten (van de Tsjetsjeense strijders — mdm) alle internationale “onafhankelijke” persbureaus zijn. Echter, het is tijd. Tot morgen.’