Aha!

De zojuist verschenen bestseller van een bekende schrijver over wijlen zijn zo mogelijk nog bekendere levenspartner heeft mij de ogen geopend. Als je iemand die je intiem gekend hebt overleeft, is er altijd stof. Zo moest ik, vrouw, begin zestig (nu verliezen veel mannelijke lezers hun belangstelling, ik weet het, maar zeg het toch, want sinds de bestseller van de bekende schrijver over wijlen zijn et cetera besef ik dat het bij de biecht om de waarheid draait)… - terug naar mijn zin. Zo moest ik aan mijn eigen zoon denken die ik in 1955 liet aborteren. Het knulletje was een kleine zes maanden oud toen twee steriele breipennen een stokje staken voor zijn duistere plannen.

Ik ben namelijk hypersensitief. Al tijdens de eerste les zwangerschapsgymnastiek kreeg ik een innig contact met de embryo. Ik wist bijvoorbeeld meteen dat het een mannetje zou worden. Helaas wist ik meer, veel meer. Mijn jongen was een monster, een nieuwe Adolf Hitler. Zo vlak na de oorlog leek het mij geen goed idee hem ter wereld te brengen. Ik voelde het als plicht de mensheid tegen hem te beschermen en hem tegen zichzelf. U ziet, ook ik heb ruim voldoende stof om het op te laten waaien. Ik ben nog slechts een half miljoen aanslagen op mijn laptop van de toptien verwijderd.
Bespeur ik iets van jaloezie bij u? Doe niet zo mal. U kunt het ook! Neem uw verhaal niet met u mee het graf in! Laat tenminste een manuscript achter. U weet niet hoezeer ik het betreur dat mijn kleine Adolf nog niet kon schrijven toen ik hem liet executeren. Anders kon ik verder rustig leven van de rechten van Zijn Kampf. En ik hoefde me straks, als mijn A.H. verschenen is, niet tegen de laffe aantijging te verdedigen dat ik mijn zoon niet genoeg gekend heb, en dat mijn pijn niet authentiek is.