H.J.A. Hofland

Aids en olie

Het probleem van deze wereldleider is dat hij wel zegt wat hij wil, maar dat, terwijl hij doet wat hij wil, blijkt dat hij iets anders wil dan hij gezegd heeft, waarna zijn exegeten precies uitleggen waarom hij iets anders heeft gedaan dan hij zei dat hij gewild had.

Anders gezegd, president Bush is een gecompliceerde man. Daarom vragen zoveel mensen zich af wat hij nu precies in Afrika gaat doen.

Veel goeds, ongetwijfeld. Al in zijn State of the Union heeft hij bekend gemaakt dat de Verenigde Staten over vijf jaar vijftien miljard dollar zullen bijdragen aan de bestrijding van HIV en aids, de grote plagen van het continent. Op de G8 in Evian betuigde ook Jacques Chirac zijn bewondering en bijval.

Maar ook nu weer is het enigszins anders dan het op het eerste gezicht leek. Om te beginnen moet de president met de naderende verkiezingen (in Amerika naderen ze sneller dan hier) rekening houden met zijn niet onaanzienlijk aantal christelijk-fundamentalistische kiezers. Hij, zelf een «born again Christian», zal de Afrikaanse miljoenen laten weten dat de beste manier om besmetting te voorkomen bestaat uit onthouding tot de huwelijksnacht. Mochten de Afrikaanse jongeren dit probate middel verwerpen, dan zijn er nog altijd de condooms, maar dat woord kun je in menig Amerikaans kiesdistrict niet eens uitspreken. Ook hulp van de overheid aan ongehuwde moeders staat daar op de zwarte lijst. Vandaar dat deze vijftien miljard aan zekere clausules zijn onderworpen.

Dan zijn er nog een paar praktische obstakels. Bekend is dat een deel van alle buitenlandse hulp, waar ook ter wereld, op verkeerde plaatsen terechtkomt. De tijd dat de plaatselijke machthebber er een gouden bed voor kocht, is voorbij. Maar nog altijd blijft er veel aan de strijkstok hangen. Hoeveel dat is, weten we niet. De hulpverleners kunnen er niet alles aan doen, en dus blijft er niets anders over dan met een zeker percentage vergeefsheid rekening te houden. Onophoudelijk nauwlettend toezicht zal dat percentage doen verminderen. Omvangrijke hulp vergt begeleiding. Zijn de Amerikanen bereid het daarvoor noodzakelijke personeel ter beschikking te stellen? Details daaromtrent zijn nog niet bekend.

Wel sluiten sommige Amerikaanse deskundigen niet uit dat door andere oorzaken niet de hele vijftien miljard bij de patiënten en de preventie terecht zal komen. Ik beroep me op een bijdrage van Linda Miles in The Financial Times van 7 juli. Miles geeft college in overheidsfinanciën aan de Harvard Universiteit. Na een toelichting die te ingewikkeld is om hier na te vertellen, komt ze tot de conclusie dat, na de onvermijdelijke bemoeienissen van het Congres (dat de knip van de beurs in handen heeft), niet drie miljard dollar per jaar aan het goede doel zal worden uitgegeven, maar minder dan een miljard. Nog veel geld, maar iets anders dan beloofd is.

Ander onderwerp: de olie. Is geen officieel punt op de reisagenda van de president, maar zal wel worden behandeld. Naarmate de risico’s in het Midden-Oosten groeien, zijn Europese en Amerikaanse oliemaatschappijen actiever geworden op een reeks van Afrikaanse olievelden. De Afrikaanse olie wint aan strategisch belang. Hier schuilt het probleem. Zeer kort gezegd: de praktijk van tientallen jaren in het Midden-Oosten heeft geleerd dat rijkdom aan olie het betrokken land geen garantie biedt dat het betrokken volk daarvan de vruchten plukt. Integendeel, deze rijkdom heeft tot dusver remmend gewerkt op de ontwikkeling naar democratie.

Het duidelijkste voorbeeld is Saoedie-Arabië, waar de revenuen ten eerste dienen om de enige duizenden leden tellende koninklijke familie te onderhouden en hun macht in stand te houden, waarna het volk aan de beurt komt. Dat daarbij naar westerse maatstaven enige corruptie onvermijdelijk is, spreekt vanzelf. Oliemaatschappijen zijn de medeplichtigen: zij betalen voor de concessies de zittende machten het smeergeld waardoor die zich beter kunnen handhaven. Ook in de olielanden van Afrika, overigens niet zo rijk als de Arabische, lijkt dit mechanisme een rol te spelen. Het zou de democratie ten goede komen als, volgens een Brits voorstel, de geheime overeenkomsten openbaar werden; als Bush «zijn vrienden in de olie-industrie ertoe kan bewegen hun verantwoordelijkheid te nemen», schrijft Gal Luft, directeur van het Amerikaanse Institute for the Analyses of Global Security in NRC Handelsblad van 7 juli. Ja, als Bush dat al zou willen. Laten we het hopen. Ingewikkelder wordt het nog doordat de Amerikaanse maatschappijen bezig zijn de Franse eruit te dringen.

Het derde punt op de reisagenda: de burgeroorlogen, eerst die in Liberia. Charles Taylor, de heilloze president, is bereid af te treden. Als Bush een vredesmacht zou sturen, zou die een einde maken aan de moordende burgeroorlog en daarmee zou de Amerikaanse reputatie tegelijkertijd aanmerkelijk opknappen. Maar wil de president zo’n onderneming? Met de recente ontwikkelingen in Irak — van bevrijding tot bezetting en een ontluikende guerrilla — is de geestdrift van de Amerikaanse kiezer voor zulke militaire ondernemingen aanmerkelijk geslonken. De rauwe waarheid is bovendien dat een Amerikaanse of Europese kiezer niet heftig wordt beroerd door een Afrikaanse burgeroorlog meer of minder.

Ten slotte de grote vraag. Past de Afrikaanse reis in het grand design van deze regering? Dat kan haast niet anders, want alles past daarin. De vraag is alleen: hoe? Ook de machtigste man ter wereld kan op een vijfdaagse reis niet alles fiksen. De bedoeling is dat hij blijvende sporen achterlaat, waar de anderen dan weer in kunnen treden. Hij breekt baan. Voor wie, waarvoor?

Het probleem met deze president is dat de buitenwereld daar pas later achterkomt. Je weet het nooit zeker.