Ajax

Wie haalde het toch in zijn hoofd om een voetbalclub te vernoemen naar een vechter die bepaald niet de sterkste was? En dóm! In het spoor van de ‘Ilias’: ‘Wat bracht je thuis na tien jaar strijd om Troje, flierefluitende toerist?’
WAT IK MIJ als geletterd mens al talrijke jaren afvraag, is: waarom Neerlands populairste voetbalclub eigenlijk Ajax heet.

De persoon die dit ooit heeft verzonnen, moet slecht thuis zijn geweest in de klassieken, want wat stelde die Ajax nu helemaal voor?
In Homerus’ Ilias, Boek VII, heet hij ‘de ontzaglijke Ajax, muur van de Grieken’, 'breedgeschouderd stak hij boven allen uit met hoofd en schouders’. Een kleerkast dus, te vergelijken met de dommekracht Jerom in de Suske en Wiske-albums: een uit de kluiten gewassen spierballenproleet die voorts niet in staat is een correcte volzin uit zijn bakkes te wringen, want zijn geestelijk niveau strekt niet hoger dan dat van een orang-oetan.
Ook in zijn gebrekkige wijze van uitdrukken is deze Jerom de gelijke van Ajax; bij Pindarus (Nem. 9, 39) leest men omtrent de kolosgelijke Griek dat hij 'niet wel ter tale’ was. In plaats van een gedachte adequaat te formuleren, wat hij niet kon, stond hij stotterend en hijgend maar wat zinsflarden uit te kramen, precies zoals de spelers in de vele eeuwen na hem vernoemde Amsterdamse voetbalclub als ze op de televisie worden geïnterviewd - hun taalbraaksels worden door drie kwart Nederland niettemin ingezogen als nectar.
Hij stond bekend om zijn stormrammerige optreden, zo staat te lezen - en inderdaad, alsof het om een voetbalverslag gaat, wordt in Ilias, Boek XI, bericht dat Ajax in een uitwedstrijd tegen de Trojanen eerst Doryklos tackelde, toen Pandokos, daarna Lysandros, vervolgens Pyrasos en tenslotte Pylartes.
'Stralend richtte hij een slachting aan onder de paarden en mannen’, tot hij opeens door de scheidsrechter, vader Zeus, het veld uit werd gestuurd. 'Vader Zeus gaf Ajax de drang in tot vluchten’, en kijk, nog geen vijftien regels verder is de held al in geen velden of wegen meer te bekennen.
En dan die 'strijd om de schepen’, Boek XIII.
Ajax, de tankgelijke midvoor van de Grieken, wist daar wegens tactische fouten de Trojanen maar amper te weerstaan - stopperspil Patroklos moest hem uit zijn hachelijke positie komen redden.
Wel vechtlustig was hij, maar dom, dóm! Hij leek wel een ajacied.
IN TROILUS EN CRESSIDA van Shakespeare krijgt Ajax de typering: 'moedig als een leeuw, lomp als een beer, traag als een olifant’. In het tweede bedrijf, eerste toneel, moet de rouwdouw vernemen dat er vanwege zijn verregaande stompzinnigheid officieel is afgekondigd dat hij een idioot is. Hij wordt door een van zijn strijdmakkers toegesproken in bewoordingen als deze: 'Jij stompzinnige varkenskop’, 'ik wou dat ik wat hersens in die botte schedel van je kon rammen’, 'jij achtereind van een varken’, 'je hebt niet méér grijze materie in je hoofd dan ik in mijn ellebogen’, 'een rund zou je leraar kunnen zijn’, 'ezel’, 'dromedaris’, en zo maar door, om te eindigen met: 'Ajax, die zijn verstand in zijn buik heeft zitten en zijn darmen in zijn hoofd.’
Waarom een voetbalclub naar zo'n verstandelijk lichtgewicht vernoemd?
Was hij eigenlijk wel zo moedig en vechtbereid?
Waar was hij toen er, Ilias, Boek VII, tegen de Trojaan Hektor moest worden geknokt, wat niemand durfde? Ajax drukte zich, evenals zijn kornuiten: hij had er geen zin in, hij keek wel uit. Bondscoach Menelaos ontbrandde in een bittere scheldpartij: 'Stelletje slapzakken, jullie lijken wel wijven, schijtlaarzen zijn jullie, zie me dat zooitje nu eens aan, gelijk een weideland overdekt met koeienvlaaien…’ Trad Ajax toen naar voren, zijn biceps en kuiten spannend? Neen, bij de safraangele peplos van zijn grootje, hij bleef stilletjes zitten: mij niet gezien.
Hierop nam verenigingsvoorzitter Nestor het woord: 'Weet je wat, mannen, we gaan er om loten.’
Strootje trekken! Iedereen zijn naam op een papiertje en alle papiertjes in de hoge hoed! Om het toeval te laten beslissen wie zou moeten vechten tegen Hektor, wiens naam niet voor niets bij voorkeur wordt gegeven aan pittbull-terriërs en andere gevaarlijke honden. Het besliste dat Ajax de klos was - het had ook een ander kunnen zijn.
Is dat nu heldenmoed?
Hoe liep het duel tussen Ajax en Hektor af? Dat liep niet af. Wie won? Geen van tweeën. Het werd donker omdat de nacht kwam opzetten. Toen hielden de strijders gewoon met strijden op. Gelijk spel. 'Zij vochten met levenverslindende strijdlust, maar zij gingen verzoend en als vrienden uiteen.’
Is dat nu leuke oorlog?
VAN EEN SOORTGELIJK handgemeen verhaalt ook Ilias, Boek XXIII: een worstelwedstrijd tussen Ajax en de veellistige Odysseus. Toen na een poosje bleek dat de een er niet in slaagde de ander af te slachten, sprak vanaf de eretribune de zongelijke Achilles: 'Hou er maar mee op jongens, het publiek verveelt zich’, waarna ze er de brui aan gaven. Opnieuw een heleboel gedoe om niks, terwijl de uitgeloofde prijzen er toch niet om logen, en men zelfs best had willen verliezen om voor de troostprijs in aanmerking te komen. Deze bestond uit 'een vrouw die in tal van handwerken uitblonk en wier waarde werd geschat op vier runderen’.
In ieder geval bewijzen beide verhalen dat Ajax niet de sterkste was. Waarom een voetbalclub vernoemen naar een vechter die niet de sterkste was?
Een snoever en een praalhand, dat was hij. In zijn Methamorphosen, Boek XIII, geeft Ovidius daar pijnlijke voorbeelden van. Men leest aldaar van een woordenstrijd tussen Ajax en Odysseus, gevoerd voor een jury. Het ging erom aan wie van beiden het wapentuig van de inmiddels overleden Achilles zou worden toegewezen.
Om de beurt hielden ze een pleitrede voor zichzelf, waarin de tegenstander natuurlijk volgens allergestrengst polemisch gebruik met hoon werd overladen.
Ajax was het eerst aan de beurt, maar Ajax en praten ocharme: 'Ik denk dat je paard nog eerder in staat is een redevoering af te steken’, zo wordt hem in Troilus en Cressida toegevoegd.
'Goed spreken lukt mij evenmin als Odysseus in staat is iets behoorlijks te presteren’, zo begon hij, al moet je zo natuurlijk niet beginnen. 'Allicht is Odysseus in woordkunst mijn meerdere’, zo stapelde hij er nog een flater bovenop.
Dóm!
De welbespraakte Odysseus zou het van pas komen om hem in hapklare blokjes te snijden, aan de braadpin te rijgen en boven het vuur te roosteren: 'Ajax is precies zo dom als hij zich voordoet. Elk zijn eigen kwaliteiten zou ik zeggen.’ Ja, hij ging nog verder, de woordenkunstige Odysseus, sprekend in metaforen: 'Nog eerder wordt de Ida kaal of stroomt de Simoeis de andere kant op, nog eerder wordt Hellas bondgenoot van Troje en zal ik pissen in mijn eigen helm, dan aan de logge hersens van Ajax iets ontspringt dat verstandig mag worden genoemd.’
Dat vanwege invallende duisternis beëindigde duel tussen Ajax en Hektor, tot welke tweekamp Ajax zich pas na loting had aangegord - in zijn oratio pro domo maakte Ajax er dit van: 'Toen Hekktor mannen opriep om met hem te duelleren, heb ik dat heel alleen weerstaan. De hoop van alle Grieken dat míj dat lot zou treffen, bleek terecht, want als je naar de afloop vraagt van dat duel: ik heb toen niet verloren…’
Nee, maar ook niet gewonnen. Ajax-Hektor: nul-nul. Een potje tegen de bal aan trappen dat op niets is uitgedraaid en waarvan het publiek onvoldaan huiswaarts keert, onder het brullen van fascistische leuzen een spoor van vernielingen in hun kielzog achterlatend.
Schaterend reageerde Odyssseus: 'Is dat alles, Ajax, wat jij al die tijd hebt uitgevoerd? Een ander op zijn bek slaan, zonder dat zo grondig te doen dat hij piepend bleef liggen? Inderdaad, met iets anders heb jij je nooit bezig gehouden, je bent van geen enkel nut. Je bent een opschepper, en behalve zo stom als een os, ben je ook nog laf.’
Waarom een voetbalclub vernoemd naar gelubd hoornvee, dat wel hard kan loeien, maar met de kop naar de aarde wegloopt in momenten van gevaar?
EN HOE ZAT DAT nu precies bij die strijd om de schepen?
'Je was de situatie niet meester, Ajax’, smaalde Odysseus. 'Je sloeg op de vlucht, platbroek. Ik zàg je vluchten en plaatsvervangend schaamde ik me voor jouw lafheid.’
'Wat bracht je thuis na tien jaar strijd om Troje, flierefluitende toerist?’ zo voer Odysseus voort, goed op dreef en in zijn element. 'Zal ik zeggen wat je toen thuis bracht? Koffers vol schande, alleen maar schande…’
'Objection your honor!’ Met deze woorden trachtte Ajax’ raadsman tijd te winnen. 'De heer Odysseus bedient zich van suggestieve insinuaties.’
'O ja? Dan zal ik u eens wat laten zien…’ Odysseus ontblootte zijn tors. 'Ziehier de wonden die ik heb opgelopen, eervolle wonden, ik toon ze u met fierheid en kijkt u er maar goed naar. Hier, deze borst heeft altijd voor u aller heil gestreden!’ Na een stilte, die hij perfect wist uit te buiten om de spanning aan te scherpen, kwam hij met een welgerichte mokerslag: 'En nu de siliconenzwelbast van deze bodybuilder hier’, sprak hij, wijzend op Ajax. 'Geef opnieuw uw ogen goed de kost, mijne heren. In al die jaren heeft Ajax nooit ook maar één druppel bloed voor ons verloren en zijn lichaam, kijk maar, hij toont geen enkele wond.’
Slot van de geschiedenis: Achilles’ wapens kwamen in het bezit van Odysseus, die grote indruk op de toehoorders had gemaakt.
'Wat welsprekendheid vermag’, schrijft Ovidius nog, 'de echte retor is altijd de winnaar.’
En Ajax?
Waarom een voetbalclub vernoemd naar een geestelijke slapjanus in de gestalte van een krachtpatser die… die…
Ajax ontstak in woede, zo redeloos en uitzinnig - deze woorden zeggen het al - dat hij in zijn eentje wel eens àlle bondgenoten van Odysseus over de kling zou jagen. Hij stormde het slagveld op en begon, zijn armen zwaaiend als molenwieken, met zwaard en goedendag om zich heen te hakken en te beuken. En toen hij daarmee klaar was, deze Don Quichot uit de Griekse mythologie, bleek hij… schapen te hebben gedood, een kudde goedmoedige dieren die hij voor vijanden had aangezien.
Ajax kon niet tegen zijn verlies. Is dat niet het zenit van schande voor een sportbeoefenaar? Waarom een voetbalclub naar zo'n voorbeeld vernoemd? Een sportman die tot krankzinnig wordens toe kwaad wordt omdat hij verliest?
Hierop plantte hij, deze Jerom uit de Oudheid, zijn zwaard rechtop in de grond. 'Vaarwel!’ zo roept hij nog in het over hem handelende toneelstuk van Sophocles. 'Vaarwel, en dit is alles wat ik jullie nog te zeggen heb, de rest is voor de doden in de Hades.’ Meer dan een zakelijke regie-aanwijzing had Sophocles hierna niet meer nodig: 'Ajax stort zich in het zwaard.’
Volgens Ovidius luidden zijn laatste woorden, terwijl hij rondzwom in zijn boed: 'Niemand zal Ajax ooit verslaan behalve Ajax zelf!’