denk aan de oogst van zaweewieren

denk aan uit-buitelingen van dolfijnen

dolfijnen die overdrijven, zwemmelen

zwemmeren kwalllen overdrijven niet

ze overdrijven niet, ze zwolgen je op

pas maar op, ze zwellen, zwabberen

pas verdomd goed op met je schep

met je schipperende schepschepen

met je schopje en je rubberlaarzen

trap je op schelpen, op gevaarlijke

messchelpen, want wat houdt dit in

al die con-tain-ers vol, wat eigenlijk

watten, piepschuimblokken in peep-

showwowows, lingerie in kartonnen

dozen en hakschoenen: plasticfolie

in bekakte kleuren, we zijn akkoord

om met je te lunchen, je te lynchen

je gezamenlijk te vermoorden, zee

met je vissige vissen in die wijde

weide, je meent, je meent het, je

meent het toch niet, de kinderen

spelen, beminnen, aanbidden je

opgedroogd zout, wie blijft er aan

boord terwijl de hele vloot vergaat

vraag het aan het water, vraag ‘t

vervaag het, waag het allemaal