AKO-shortlist

Afgelopen vrijdag werden de nominaties voor de shortlist – de ‘toplijst’ – van de AKO Literatuurprijs bekendgemaakt. De lijst bestaat uit Tommy Wieringa met Caesarion (De Bezige Bij), Joke van Leeuwen met Alles nieuw (Querido), Erwin Mortier met Godenslaap (De Bezige Bij), Joris van Casteren met Lelystad (Prometheus), Christiaan Weijts met Via Capello 23 (De Arbeiderspers) en Carolino Truijlo met De terugkeer van Lupe Garcia (Meulenhoff).

Zeker in vergelijking met de shortlist van de laatste Librisprijs is het een interessante groep romans. Waar de Libris zijn titels selecteerde met een duidelijke maatstaf – de romans moesten sociaal engagement vertonen – zijn de titels bij de AKO erg divers. Er staat één non-fictieboek op (Lelystad), twee erg poëtische romans (Godenslaap en Alles nieuw), een erg klassieke roman (Caesarion), een roman die de tijdgeest wil polsen (Via Capello 23), en De terugkeer van Lupe Garcia geldt als dark horse.

Drie van de zes genomineerden werden besproken in De Groene.

Over Joris van Casterens non-fictieboek Lelystad waren de reacties bijna unaniem positief. In De Groene schreef Kees ’t Hart: ‘Eerste zin: “Ik lag in Rotterdam in een couveuse toen mijn vader besloot dat we naar Lelystad zouden gaan.” Zeer fraaie eerste zin die sterk doet denken aan Mulisch’ fameuze eerste zin “Ik was achttien toen er gebeld werd.” Een zin die verschillende werelden met elkaar verbindt en die direct bij de lezer een stortvloed aan verwachtingen schept over een milieu, een ruimte en een vader. Even later staat er: “Hij vertelde mijn moeder dat Lelystad een nieuwe stad was, op de bodem van de Zuiderzee.” Die moeder is hiermee direct door de schrijver veroordeeld tot een afwezige, een bijwagen, of hoe je het noemen wilt. De vader die zich later ontpopt tot betweter neemt de besluiten en de moeder moet het allemaal aanhoren: het oedipale complex in een paar zinnen doeltreffend ter tafel gebracht. Als dit geen romankunst is, weet ik het ook niet meer.’

Caesarion van Tommy Wieringa is waarschijnlijk het boek op de shortlist waarover recensenten het meest verdeeld waren. In de schaduw van zijn vorige roman, het geweldige Joe Speedboot, bleef Caesarion met moeite overeind. In De Groene schreef Joost de Vries dat hoe goed Wieringa ook schrijft, zijn behoefte zijn lezers te behagen soms in de weg komt te staan van zijn roman: ‘Steeds valt op: de scènes zijn ontzettend knap geschreven. Die waarin de moeder het eerste echte vriendinnetje van Ludwig ontmoet, in een hotel in Los Angeles, en haar totaal inpalmt is goud. Ludwigs frustratie over zijn moeder, en het besef dat hij zelfs in liefde niet van haar kan ontsnappen, voel je in elke zin. Maar: dit is zo ongeveer de enige scène waarin de moeder als een aimabel, aantrekkelijk figuur wordt gepresenteerd.’

Misschien het meest poëtische boek op de lijst komt van Joke van Leeuwen. Kees ’t Hart schreef over Alles nieuw: ‘Ze blijft ook in haar nieuwe roman, haar tweede, trouw aan haar uitgangspunten: ze vermengt drama met lichtvoetigheid en voegt aan deze ingrediënten speelse en soms grillige invallen toe rondom taal en werkelijkheid. Van Leeuwen is een verbaasde, vaak geestige observeerder die menselijke onmacht, miscommunicatie en vervreemding niet met grote woorden omcirkelt maar altijd langs een omweg benadert. Dit betekent dat haar werk soms alleen lichtvoetig en speels lijkt te zijn, juist omdat ze het verdomt de zwaarte ervan, de geëngageerde ernst die eraan ten grondslag ligt, de overhand te laten krijgen.’

De recensie over Joris van Casterens Lelystad

De recensie over Tommy Wieringa’s Caesarion

De recensie over Joke van Leeuwens Alles nieuw