Wie neemt de rol van Hugo Chávez over?

Al carajo!

De vorige week overleden president van Venezuela en bad guy van Latijns-Amerika Hugo Chávez trotseerde het Amerikaanse neoliberalisme en wees het IMF de deur. Dit werkte aanstekelijk op het hele continent.

Of hij niet zijn rol van bad guy een beetje kon aandikken, luidde het verzoek. Bijvoorbeeld door zijn toespraken eindeloos te rekken of juist in te korten, al naar gelang ze de vergadering wilden laten uitlopen of afkappen. Nou, met zo’n idee kon je bij Hugo Chávez wel aankomen, zeker als zijn favoriete vijand George W. Bush present was.

Het speelde op de Top der Amerika’s in de Argentijnse stad Mar del Plata in november 2005. Bush was gekomen met onder zijn arm het alca, het vrijhandelsverdrag voor Noord- en Zuid-Amerika, van Alaska tot Vuurland. De Braziliaanse president Luiz Inácio Lula en zijn Argentijnse collega Néstor Kirchner waren faliekant tegen het verdrag omdat, zoals gastheer Kirchner zei, ‘het een misvatting is de principes van gelijkheid toe te passen op de relaties tussen ontwikkelde economieën en de economieën van ontwikkelingslanden’. Chávez was het daar natuurlijk mee eens, maar zijn Venezuela was slechts een bescheiden speler naast de twee grootmachten van Zuid-Amerika.

Een list moest het voorstel om zeep helpen. Het verhaal wil dat Lula en Kirchner hun vriend Chávez porden om zich nog wat storender dan normaal te gedragen. Dat was niet aan dovemansoren gericht. Al aan de vooravond van de top sloot Chávez zich, samen met de even recalcitrante voetbalgod Diego Maradona, aan bij de duizenden demonstranten (het waren de tijden van de antiglobalisten) in Mar del Plata en scandeerde voor een vol stadion zijn nieuwste taalvondst ‘Alca, Alca, al carajo!’ (Alca, Alca, naar de donder!).

De strategie werkte. Bush had een delegatie van bijna tweeduizend man meegenomen, maar die massa was niet bij machte de eigenwijze zuiderlingen van haar gelijk te overtuigen. De Verenigde Staten konden hun visie niet opleggen aan de landen van de Mercosur, het Zuid-Amerikaanse handelsblok. Het resultaat was dat het handelsverdrag van tafel werd geveegd en dat de deelnemers er niet eens in slaagden een gemeenschappelijke slotverklaring te produceren. ‘Ik ben een beetje verbaasd’, zei de Amerikaanse president sipjes bij zijn vertrek tegen Kirchner. ‘Hier is iets gebeurd wat niet was voorzien.’

De zuiderlingen voelden zich de duidelijke winnaar van de top, voorop Hugo Chávez die grijnzend en met een provocerende punchline afscheid nam: ‘Het imperium wilde ons intimideren, maar Bush heeft een nederlaag geleden door een flitsende knock-out.’

De Top der Amerika’s toonde twee kanten van de rol die Hugo Chávez speelde op continentaal vlak. Ten eerste was hij een van de scharnieren van de ingrijpende politieke en economische omwenteling die zich de afgelopen tien jaar in Zuid-Amerika heeft voltrokken. Daarnaast was hij de grote bliksemafleider van diezelfde omwenteling: door zijn grote mond zette hij hervormers als Lula en Kirchner uit de wind. Terwijl de Gek van Caracas alle aandacht naar zich toe trok, veranderden Kirchner en met name Lula in ogenschijnlijk gematigde figuren, die min of meer ongestoord hun gang konden gaan.

Vrijwel niemand nam Chávez’ ‘socialisme van de 21ste eeuw’ serieus, al was het maar omdat vrijwel niemand begreep wat eronder verstaan moest worden. Des te serieuzer werd hij gezien als een van de leiders van een continent dat het neoliberalisme ontmantelde, het economische model dat, zo benadrukte Kirchner in Mar del Plata, ‘ellende, armoede, economische instabiliteit en zelfs de val van democratisch gekozen regeringen heeft veroorzaakt’.

Chávez speelde een hoofdrol op het continent zonder dat Venezuela economisch of militair een wereld- of zelfs maar een regionale macht was. Hij wist een stevige as te vormen met de twee echte grootmachten van de regio, Brazilië en Argentinië en de leiders van die twee landen. En ondanks de grote onderlinge ideologische verschillen waren de maatregelen van Chávez, Lula en Kirchner vaak goed gesynchroniseerd. Zoals het volledig afbetalen van de schuld aan het Internationaal Monetair Fonds om dat vervolgens de deur te wijzen: eruit met de ‘politie van het neoliberalisme’.

Het imf raakte volledig in diskrediet na het losbarsten van de wereldcrisis in 2008, die de organisatie van geen kanten had zien aankomen. Opvallend is dan ook de huidige wederopstanding van het imf, zeker gezien het feit dat het onverminderd vasthoudt aan het voorschrijven van recepten die een land als Argentinië naar het faillissement brachten. Het zuiden van Europa lijkt verdacht veel op het Latijns-Amerika van rond de eeuwwisseling.

Latijns-Amerika heeft een einde gemaakt aan de uitwassen van het neoliberalisme dat de landen in de jaren zeventig en tachtig met hulp van talloze militaire dictaturen door de strot werd geduwd. Alles was geprivatiseerd, het geld was op, het enige wat restte waren schulden en politici en politieke partijen die alle geloofwaardigheid hadden verloren. Daar moest onvermijdelijk een reactie op komen. Chávez was de eerste nieuweling, die snel allerwegen gezelschap zou krijgen. Niet voor niets noemde hij Néstor en Cristina Kirchner ooit ‘mijn broer en zus, want wij zijn kinderen van dezelfde crisis’. Lula in Brazilië, Néstor Kirchner en later diens vrouw en opvolger Cristina Kirchner in Argentinië, Evo Morales in Bolivia, Rafael Correa in Ecuador, Michelle Bachelet in Chili, Tabaré Vásquez en later José Mujica in Uruguay, de ex-bisschop Fernando Lugo in Paraguay en als laatste in de rij Ollanta Humala in Peru. Er waren en zijn een hoop onderlinge verschillen, maar de gemeenschappelijke noemer is dat het neoliberalisme niet werkt.

Chávez is te pas en te onpas een dictator genoemd, maar niemand organiseerde en won zoveel verkiezingen. Toen ze in Europa aan Lula vroegen: ‘Hoe kunt u bevriend zijn met die tiran Chávez?’ antwoordde de Braziliaanse president: ‘Welke tiran Chávez? In Venezuela is eerder sprake van een exces aan democratie, elk jaar zijn er verkiezingen, en wanneer ze er niet zijn, verzint Chávez ze wel.’

Chávez had altijd de mond vol van integratie, in navolging van zijn superheld Simón Bolívar die sprak van het grote en ongedeelde continentale vaderland waaruit hij de Spaanse kolonisator had verjaagd. In Europa en de Verenigde Staten mag hij te boek staan als de oproerkraaier en ruziezoeker, in Zuid-Amerika was Chávez een bindende figuur. Zoals (de inmiddels ex-president van Brazilië) Lula zei na de dood van Chávez: ‘Ik geloof dat de ideeën van Chávez, net als die van Bolívar, heel lang zullen voortleven, want Latijns-Amerika maakt een uitzonderlijk moment door en Chávez heeft daar een hoop mee van doen. Zoals de oprichting van de unasur (Unie van Zuid-Amerikaanse Naties), de celac (Gemeenschap van Staten van Latijns-Amerika en de Cariben), de Defensieraad van de unasur, en zoveel andere ideeën die wij op papier zetten en bediscussieerden en die we langzaam zijn gaan concretiseren. We mochten dan onze ideologische meningsverschillen hebben, we hadden heel veel politieke affiniteiten. We deelden de strategische relatie die we moesten hebben met de landen van Latijns-Amerika en we begrepen de rol van de arme landen, vooral die van Zuid-Amerika, in de confrontatie met de landen van het Noorden, met name op het terrein van de politiek en de handel.’

Chávez was in Latijns-Amerika in de mode. Wat er ook gebeurde op het continent, altijd werd zijn naam ermee in verband gebracht. Won de indiaan Evo Morales de presidentsverkiezingen in Bolivia, dan kwam dat doordat Chávez zijn revolutie exporteerde. Stemden de zuidelijke landen tegen een vrijhandelsverdrag met de Verenigde Staten, dan was dat omdat zij zich hadden laten ompraten door de ‘neosocialist’ Chávez. Ondertussen bezorgde zijn niet-aflatende strijd tegen ‘het imperium’ hem grote populariteit in heel Latijns-Amerika waar het anti-Amerikanisme als vanouds goed blijft scoren.

Tegelijk bestaat er een stevige kloof tussen wat we denken dat er gebeurt en wat er echt gebeurt. De eeuwige verkettering van het imperium leidde tot eindeloos veel spanningen met de Verenigde Staten, vooral onder Bush, hetgeen bijvoorbeeld leidde tot diplomatieke breuken en het dreigen met het stopzetten van de olieleveranties. Maar onder die propagandistische lawaaimachine ging het leven gewoon door: het State Department liet vorige maand achteloos weten dat de twee landen weliswaar geen ambassadeurs van elkaar hebben, maar dat de relaties nooit verbroken zijn geweest.

Beide kampen hebben het vijandbeeld altijd hartelijk gebruikt: Chávez als het linkse gevaar voor de wereld en Washington als het imperium dat de vooruitgang van Latijns-Amerika blijft blokkeren. Chávez wist het vuurtje altijd op te stoken door zijn al dan niet gespeelde hartelijke relatie met bijvoorbeeld Iran.

‘Je moet hem niet beoordelen op zijn woorden maar op zijn daden’, zei John Maisto ooit, de eerste Amerikaanse ambassadeur die Chávez als president meemaakte. Chávez vond de woordenstrijd met Washington heerlijk, wilde in het middelpunt van de polemiek staan. Diplomatiek leek het oorlog, maar zakelijk ging het tussen de twee landen voortreffelijk.

‘Eén ding is George W. Bush, een ander ding is Chevron-Texaco, wiens vertegenwoordiger in Latijns-Amerika door Chávez met open armen wordt ontvangen’, schreven de journalisten Cristina Marcano en Alberto Barrera in de biografie Hugo Chávez zonder uniform: Een persoonlijke geschiedenis, een van de zeldzame boeken die zowel de goede als de slechte kanten van Chávez laten zien. ‘De exploratie van de gigantische gasvelden in Venezuela heeft hij grotendeels aan Chevron-Texaco gegeven.’ De ironie wilde dat de olieprijs niet omhoog schoot door de bravoure van Chávez maar door de Amerikaanse invasie in Irak. Bush was aldus ongewild een van de grootste sponsors van Chávez

De Venezolaanse president had een hoop ‘slechte’ vrienden. Het leek er altijd verdacht veel op dat hij ze alleen maar uitkoos om de Verenigde Staten te treiteren: de vijanden van mijn vijanden zijn mijn vrienden. Voorop de Iraanse president Ahmadinejad. De enige gemeenschappelijke factor met Iran is de olie, ideologisch had de streng katholieke Chávez niets met het streng islamistische bewind. Wat hij met Aleksandr Loekasjenko van Wit-Rusland moest, zal voor eeuwig een raadsel blijven.

Zijn beste vrienden waren Fidel en Raúl Castro. Maar Cuba is in Latijns-Amerika altijd een verhaal apart. Het is een symbool van de strijd tegen de almacht van de VS in dit deel van de wereld. Velen zijn met Chávez bereid het archaïsche dictatoriale communisme te vergeten, en de meeste leiders die zo met de Castro’s zeggen weg te lopen, hebben ongetwijfeld nooit een wandelingetje gemaakt door de troosteloze buitenwijken van Havana.

Chávez was een dwarsligger. Zodra de hele wereld riep dat je met een bepaalde figuur niet in zee mocht gaan, haastte hij zich om deze op te zoeken. Vaak deed hij openlijk wat anderen stiekem doen. Shell stopte pas met het ophalen van honderdduizend vaten olie per dag uit Iran toen de EU vorig jaar zomer een embargo instelde op de import van Iraanse olie.

Chávez speelde dolgraag de rol van bad guy. Wie gaat dat nu doen in Zuid-Amerika? Kandidaten genoeg, want de meeste landen daar blijven hardnekkig linkse presidenten kiezen.