Corona: Denkers over het virus #8 Edna Bonhomme

Al de hele geschiedenis zijn pandemieën door racisme gestructureerd geweest

De komende weken zal Menno Grootveld stukken selecteren en vertalen van denkers over corona in de internationale pers. In aflevering 8: Edna Bonhomme

Rikers Island © U.S. Geological Survey

In 1992 had een stille epidemie de gevangenissen in New York in haar greep. Een resistente variant van tuberculose verspreidde zich door de vochtige cellen. Morris E. Lasker, federaal rechter voor het zuidelijke district van New York, riep op 24 januari de noodtoestand uit. Hij eiste dat het New York City Department of Corrections tweeënveertig isolatiebedden zou organiseren voor de zeer besmettelijke gevangenen met tuberculose.

Hij werd daartoe aangezet door de dood van dertien gevangenen in New York City als gevolg van tuberculose in de loop van het jaar daarvoor, die allemaal hiv-positief waren. Onderzoekers en medici ontdekten dat immunodeficiënte gevangenen die hiv-positief waren bijzonder kwetsbaar bleken voor tuberculose, longontstekingen en andere overdraagbare ziekten.

De uitbraak vond plaats op het hoogtepunt van de hiv-epidemie, jaren voordat het eerste anti-retrovirale geneesmiddel voor hiv ruimschoots beschikbaar kwam voor mensen met het virus. Net als vandaag waren de gevangenen op Rikers Island in onevenredige mate zwart en bruin, en ze waren voor een deel ontvankelijk voor tuberculose als gevolg van de slechte ventilatie in de gevangenissen, waardoor bacteriën zich makkelijk door de lucht konden verspreiden. Voor veel mensen die in afwachting waren van het einde van hun straf hadden isolatie en deugdelijke ventilatie kunnen voorkomen dat ze besmet raakten.

Wijlen Susan Sontag schreef in haar Ziekte als metafoor dat ʻalle aanwijzingen erop duiden dat de cultus van tbc niet eenvoudigweg een uitvinding was van romantische dichters en operalibrettisten, maar een wijdverbreide houding, en dat iemand die (op jonge leeftijd) overleed aan tbc werkelijk als een romantische persoonlijkheid werd gezien.ʼ In de huidige fase van onze nieuwe wereldwijde pandemie, waarbij Covid-19 mensen en overheden ertoe heeft gebracht strikte social distancing-maatregelen te hanteren om verspreiding te voorkomen, is ziekte veel meer dan een metafoor.

Hoewel Sontag in haar werk uit 1978 de sociale en psychologische contouren van ziekte behendig afbakende, was haar nadruk op de ʻromantischeʼ aard van tuberculose kortzichtig. Die onttrok vooral de ongelijke werkelijkheid van mensen van kleur en van degenen die in het mondiale zuiden woonden aan het oog; deze mensen kwamen onopgemerkt om als gevolg van een epidemie, lang nadat de romantische schijn van tuberculose was verdwenen.

Voor de grotendeels zwarte en bruine gevangenen in de cellenblokken van New York begin jaren negentig was de tuberculose-epidemie vooral zo verderfelijk, omdat er aanvankelijk weinig bereidheid was om er iets aan te doen. Dit was lang vóór de verschijning van Michelle Alexanders The New Jim Crow; de meeste Amerikanen zagen nog geen verband tussen de slavernij en het criminele onrechtvaardigheidssysteem, en de gevallen van resistente tuberculose in de gevangenissen van New York State begin jaren negentig leidden nog niet tot een oproep om in actie te komen. Omdat die actie uitbleef zijn tijdens de achttien maanden van de tuberculose-uitbraak in de staat New York minstens zevenentwintig gevangenen en één bewaker overleden.

De symptomen van ademhalingsziekten kunnen mild zijn, maar ze kunnen ook een reeks ademhalingsproblemen teweegbrengen – kortademigheid, hijgen, het gevoel dat je longen het zullen begeven. Net als bij het coronavirus is één manier om de verspreiding van tuberculose een halt toe te roepen het isoleren van de zieken. Maar in 1992 waren er de Verenigde Staten relatief méér mensen die in de gevangenis zaten dan in de meeste andere landen van de wereld. Als tuberculose nog steeds een ziekte was geweest die vooral de hogere klasse en niet-gevangenen trof, zouden politici misschien de bereidheid hebben gevonden om deze epidemie snel te laten verdwijnen. Maar in plaats daarvan was New York juist bereid om de gezondheid van opgesloten mensen in gevaar te brengen.

Hetzelfde is vandaag de dag het geval, nu Covid-19 onder de gevangenen op Rikers Island woedt. Hoewel pleitbezorgers voor de afschaffing van gevangenissen hebben opgeroepen tot de vrijlating van kwetsbare gevangenen, omdat ze terecht bang zijn dat Rikers en andere huizen van bewaring zullen worden overspoeld door een vloedgolf van coronabesmettingen, blijft het aantal mensen dat in vrijheid is gesteld ver achter bij de officiële beloften.

De tuberculose-epidemie van 1992 is een van de vele episoden waarin een ziekte in de loop der tijd steeds virulenter en dodelijker is geworden. Wat deze resistente tuberculosevariant zo gevaarlijk maakte, was voor een deel de samenhang met andere ziekten als hiv/aids en hepatitis c. Maar in deze periode verspreidde tuberculose zich ook naar andere delen van de wereld en vond de ziekte een plek in verarmde gebieden die moeite hadden om de uitbraken in te dammen.

Tuberculose blijft vandaag de dag een van de tien voornaamste doodsoorzaken in de wereld, en volgens de Wereldgezondheidsorganisatie vindt ruim 25 procent van de sterfgevallen als gevolg van tuberculose nu plaats op het Afrikaanse continent. Ademhalingsziekten als tuberculose worden verergerd door bestaande mondiale ongelijkheden – en gevangeniscellen en krottenwijken zijn ideale broedplaatsen voor virussen en bacteriën.

Ook al is de wereld zich bewust van deze ongelijkheden, de manier waarop we reageren is een product van de empathie waarmee we de zieken en stervenden tegemoet treden: er wordt onderscheid gemaakt tussen zij die eruit zien zoals wij, en zij die er niet uitzien zoals wij. Voor de armen en achtergestelden toont de ervaring van het doormaken van epidemieën aan hoe microbiële besmettingen kunnen samenvallen met reeds bestaande vooroordelen in een samenleving.

Hoe kunnen we de manieren begrijpen waarop de angst voor epidemieën zich verspreidt? De geschiedenis kan hier misschien antwoord op geven. Zoals Walter Benjamin opmerkte in Das Passagen-Werk: ʻOp ieder denkbaar moment zien de levenden zichzelf alsof ze zich in de middag van de geschiedenis bevinden. Ze zijn verplicht om een banket voor het verleden voor te bereiden. De historicus is de heraut die de doden aan tafel noodt.ʼ

Als we in het niet zo recente verleden duiken om uit te vissen hoe de diverse schakeringen van de besmetting de voorwaarden reproduceren die virale en bacteriële besmettingen mogelijk maken, is het belangrijk om eerlijk rekening te houden met massale sterfte, en te leren om compassie te hebben en racisme te vermijden bij het bestrijden van een ziekte.

Dikwijls begint de angst met een naam. In de negentiende eeuw braken diverse cholera-epidemieën uit in grootstedelijke gebieden als New York, Londen, Alexandria en Shanghai. De uitbraken werden deels verspreid via besmet water, maar ook via de interregionale handel. Het Europese imperialisme en het mondiale kapitalisme waren in opkomst, en de cholera reisde mee op de handelsschepen op de Atlantische Oceaan, de Middellandse Zee en de Indische Oceaan. Ondanks het feit dat de epidemie vooral in Europa en Noord-Amerika woedde, werd naar de eerste pandemie van 1817-1821 verwezen als de ʻAziatischeʼ cholera, merkt Mark Harrison op in zijn artikel A Dreadful Scourge. De getijdenbewegingen van de ziekte hadden meer te maken met de verspreiding van de bacterie vibrio cholerae in waterbronnen dan met het Aziatische continent. Toch drong deze benaming door in beschaafde Europese kringen.

Later, tussen 1918 en 1919, stierven vijftig tot misschien wel honderd miljoen mensen aan een nieuw type influenza – sommigen naar verluidt binnen een paar uur nadat ze besmet waren geraakt, anderen binnen een paar dagen. De pandemie had dramatische commerciële en politieke gevolgen: zij dwong veel bedrijven de deuren te sluiten, de vuilnisinzameling werd opgeschort en landarbeiders konden de gewassen niet meer oogsten. Sommige zieken lagen wekenlang in bed en hun geliefden zorgden voor hen, zodat die niet meer naar hun werk konden gaan; de economie ervoer een tijdelijke schok. Ook al was de ziekte niet afkomstig uit Spanje, zij werd uiteindelijk bekend als de ʻSpaanseʼ griep omdat het Iberische land, zoals Laura Spinney in de Guardian schreef, geen censuur toepaste op de gezondheidsrapporten, waardoor het sterftecijfer onevenredig hoog leek.

Hoewel de geschiedenis van het wetenschappelijke racisme verzonken is in een moeras van pseudowetenschap, hebben antropologen uit die tijd zoals William Z. Ripley hiërarchieën van ʻwitheidʼ geconstrueerd. In zijn boek uit 1899, The Races of Europe, beweerde hij dat Noord-Europese trekken zoals blond haar het bovenste echelon van de mensheid vertegenwoordigden, terwijl Zuid-Europeanen met donkerder trekken zoals de Spanjaarden op een lagere trede stonden.

Dat de griep begin twintigste eeuw met de Spanjaarden in verband werd gebracht, binnen een context waarin noties van ras binnen Europa konden worden misbruikt om een Zuid-Europees land te demoniseren, was geen toeval. Zowel de griepuitbraak van 1918 als de cholera-epidemieën van de negentiende eeuw tonen aan dat mensen die niet expliciet verantwoordelijk zijn voor de opkomst of de verspreiding van een nieuwe ziekte permanent met de aandoening in verband kunnen worden gebracht op manieren die uiteindelijk de reactie op het gebied van de volksgezondheid kunnen beïnvloeden.

De racialisering van de epidemie blijft tot zeer uiteenlopende resultaten leiden. De tuberculose-uitbraak van de jaren negentig in de gevangenissen van New York is slechts één voorbeeld van de manier waarop racisme een snel antwoord op een epidemie kan dwarsbomen. In dat geval had de zwijgzaamheid tot iets groters geleid: de resistente tuberculose was gemuteerd tot een virulentere ziekte die zich later manifesteerde in het mondiale Zuiden en tot uitbarsting kwam in onafhankelijk geworden landen die door hun voormalige Europese koloniale overheersers aan de bedelstaf waren gebracht.

Een treffend voorbeeld van hoe de voormalige koloniale machten hun vroegere koloniën blijven besmetten kan vandaag de dag op het Afrikaanse continent worden aangetroffen: het eerste bevestigde geval van Covid-19 in de Democratische Republiek Congo was dat van een Belgisch staatsburger. De nalatenschap van het Belgische kolonialisme in de Congo blijft het gezondheidszorgsysteem van dat land tot op de dag van vandaag parten spelen. Dat systeem zal nu het hoofd moeten bieden aan de pandemie, in het kielzog van een ebolauitbraak en een uitbraak van de mazelen. In plaats van hulp zonder voorwaarden heeft de Wereldbank het land nu een lening van 47 miljoen dollar aangeboden ter bestrijding van Covid-19.

Tuberculose, cholera, de griepepidemie van 1918 en nu de Covid-19-pandemie leren ons dat de mensen wier gezondheid minder belangrijk wordt geacht vaak dezelfde mensen zijn die het meest zullen lijden onder de economische gevolgen van een pandemie. De reactie op Covid-19 is tussen januari, toen de uitbraak zich grotendeels tot Oost-Azië beperkte, en het huidige tijdsbestek, waarin het virus gemeenschappen in Italië, Spanje, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten heeft verwoest, aanzienlijk veranderd. De wereldwijde reactie is ook gepaard gegaan met zorgen over de mondiale economie: het gevoel dat arbeid, handel en reizen nooit meer hetzelfde zullen zijn.

Naarmate het epidemiologisch onderzoek voortgaat, dat erop gericht is om Covid-19 beter te kunnen begrijpen, hebben wetenschappers gerapporteerd dat de ziekte asymptomatisch is voor sommigen en vreselijk voor anderen. De symptomen kunnen afschuwelijk zijn voor ouderen, mannen en rokers; in andere gevallen zijn mensen met obesitas en auto-immuniteitsproblemen ook kwetsbaarder gebleken. Het grote verschil in gezondheidsuitkomsten tussen verschillende mondiale populaties weerspiegelt niet alleen de glibberige aard van deze ziekte, maar ook de ongelijke kwaliteit van de zorg. Alles bij elkaar genomen zal dit er naar alle waarschijnlijkheid voor zorgen dat deze crisis zeer langdurig zal zijn en onevenredig veel schade zal toebrengen aan gemeenschappen van kleur.

Voor veel zwarte mensen in de Verenigde Staten gaat de angst om door Covid-19 te worden besmet samen met de grimmige werkelijkheid dat het waarschijnlijker is dat ze eraan zullen overlijden. Zowel in steden in het midden-westen als Detroit en Milwaukee als in semilandelijke gemeenschappen in Alabama en Louisiana overlijden zwarte Amerikanen in onevenredige mate aan het nieuwe coronavirus. Uit recent onderzoek is gebleken dat in Chicago, waar dertig procent van de bevolking van Afrikaans-Amerikaanse afkomst is, zwarte mensen zeventig procent van alle sterfgevallen als gevolg van het coronavirus vertegenwoordigden.

Deze ijzingwekkende statistieken zijn het product van een ongelijke samenleving, waarin het minder waarschijnlijk is dat zwarte Amerikanen een ziektekostenverzekering hebben, het waarschijnlijker is dat zwarte Amerikanen in gebieden of wijken met weinig gezondheidszorgvoorzieningen wonen, en het waarschijnlijker is dat ze buitenshuis werken in de gezondheidszorg, in supermarkten en in het goederenvervoer. Alles bij elkaar genomen leven zwarte Amerikanen in een sfeer van sociale en medische apartheid.

Hetzelfde geldt voor de mensen die in het bredere mondiale Zuiden wonen, waar laat in actie komen misschien wel miljoenen levens gaat kosten. Eén plek waar het coronavirus een drastische uitkomst zou kunnen hebben is het Afrikaanse continent, waar een stijging van het aantal ziektegevallen in Zuid-Afrika heeft geleid tot een lockdown in het hele land van eenentwintig dagen. Maar de social distancing die in de meeste landen van de wereld wordt aangemoedigd is niet voor iedereen mogelijk. Zoals Karsten Noko berichtte op Al Jazeera is social distancing in veel Afrikaanse landen een privilege.

Als volksgezondheidsmaatregelen een effectief wapen willen zijn tegen de huidige pandemie moet het systeem dat deze drastische ongelijkheden mogelijk heeft gemaakt overhoop worden gehaald. We moeten onderzoek uitvoeren naar de manier waarop alle bevolkingsgroepen worden geraakt door epidemieën, en niet louter empathie uitstralen voor de achtergestelden. Volksgezondheidsmaatregelen die universeel worden toegepast op een niet-universele, ongelijke wereld zullen niet werken als die wereld niet radicaal wordt veranderd.


Edna Bonhomme is een curator, onderzoeker en schrijver die in haar werk de archeologie van de koloniale wetenschap, belichaming en surveillance onderzoekt. Momenteel woont ze in Berlijn. Dit stuk verscheen eerder in The Baffler.
Vertaling: Menno Grootveld