Al Gore’s derde boek

‘De tijd voor discussie over de opwarming van de aarde is voorbij, de wetenschap is eruit,’ zei Al Gore nog begin dit jaar tegen een Amerikaanse Senaatscommissie: ‘De mondiale CO2-uitstoot veroorzaakt de opwarming van de aarde.’ Mede door Gore’s toedoen is er nu een klimaatconferentie in Kopenhagen.

Maar uitgerekend hij laat daar verstek gaan, terwijl veel van zijn geestverwanten er prominent aanwezig zijn. Vindt Gore een grootscheepse CO2-reductie niet meer urgent?

Ja en nee. Gore ontdekte afgelopen zomer dat de wetenschap ‘er’ toch nog niet ‘uit’ is. Twee prominente klimaatonderzoekers van NASA, Drew Shindell en Gavin Schmidt, overtuigden hem ervan dat CO2 slechts voor veertig procent verantwoordelijk is voor de opwarming en dat andere broeikasstoffen als methaan, halonen en roet bij elkaar een grotere invloed hebben. Shindell en Schmidt zijn geen schreeuwerige klimaatsceptici maar zwaargewichten op hun vakgebied: de ontwikkeling van klimaatmodellen. Gore heeft bij het schrijven van zijn twee klimaatboeken zwaar geleund op hun berekeningen. Het siert hem dat hij hun werk ook serieus neemt nu het de veronderstelde consensus onder klimaatwetenschappers weerspreekt.

In een interview in Newsweek laat Gore weten dat het nieuwe gegeven goed nieuws is. Een forse CO2-reductie ligt politiek uiterst moeilijk terwijl een reductie van de uitstoot van die andere stoffen sneller haalbaar is. Waarom gaat hij dit ‘onwelkome feit’ niet in Kopenhagen verkondigen? Wie Al Gore haat, zal het op lafheid gooien. Een sympathiekere verklaring is dat de senator tot inzicht is gekomen, namelijk het inzicht dat wetenschappelijke nieuwsgierigheid, gekoppeld aan bescheidenheid omtrent de menselijke kennis van een uiterst complex systeem als het wereldklimaat, misschien toch te verkiezen valt boven de quasi-religieuze onverzettelijkheid die hij tot voor kort aan de dag legde.

Zoals Rob van Dorland, KNMI-man en lead author van de periodieke rapporten van het VN-klimaatpanel, vier jaar geleden in deze krant vaststelde, wordt er tegenwoordig meer geld besteed aan klimaatbeleid dan aan klimaatonderzoek. En dat terwijl de temperatuurrespons van broeikasgassen en specifieke concentraties daarvan, hun interactie met aerosolen (atmosferische stofdeeltjes) en de rol van bewolking bij dit alles nog onvoldoende bekend zijn. In een verkennende studie uit 2006 kwamen Van Dorland en twee collega’s tot de conclusie dat de invloed van de zon op de opwarming van de laatste honderdvijftig jaar evenmin te verwaarlozen is. De internationaal vermaarde emeritus hoogleraar sterrenkunde en zonne-onderzoeker Kees de Jager dringt al jaren aan op nader onderzoek naar die invloed. Helaas is het onderwerp zo gepolitiseerd dat bijna niemand nog naar wetenschappers luistert als hun standpunt niet onversneden alarmistisch of sceptisch is. Het is triest, maar we zijn waarschijnlijk afhankelijk van een derde boek van Al Gore om de discussie weer open te breken.