Het hergebruik van afval

Al het goede komt uit het riool

Menselijk afval wordt in plaats van een bron van overlast steeds meer een bron van nieuwe producten en verdiensten. De bedrijfswagens van Waternet in Amsterdam rijden al op poep.

Medium fatberg september 1 w1200

Van de zomer begon het bij de gemeente Londen ineens klachten te regenen. Inwoners van de wijk Kingston konden de wc niet meer doorspoelen. In het riool onder de wijk bleek zich een reusachtige klont smurrie gevormd te hebben ter grootte van een bus. De capaciteit van de rioolbuis was nog maar vijf procent van wat het had moeten zijn, en de klont stond op het punt de putdeksels omhoog te drukken. De fatberg heette dit vijftien ton zware, stinkende brok uitgehard vet en vochtige wc-doekjes.

De fatberg van Kingston was wel de grootste in zijn soort ooit, maar zeker niet de eerste. Jaarlijks is Londen tien miljoen pond kwijt aan het schoonschrapen van het riool. En Londen is daarin niet alleen. Ook de Amsterdammers verspillen hun eigen belastinggeld door dagelijks vierduizend kilo (frituur)vet in het riool te gooien. Volgens Waternet kost het ruim een miljoen euro per jaar om deze schapen, zoals ze hier heten, er weer uit te scheppen – met de hand.

Zonder na te denken gooien en spoelen we van alles weg, maar we beginnen te ontdekken dat daar nog waarde uit valt te halen. Uit onze poep en pies worden tegenwoordig elektriciteit, biogas, kunstmest en in de toekomst wc-papier en bioplastic gehaald. In de bouw is hergebruik van materialen een hot item: architectenbureaus als Superuse en ontwerpers als Elmo Vermijs hebben zich erin gespecialiseerd. Voor theaterfestival Oerol op Terschelling bouwde Vermijs bijvoorbeeld een paviljoen helemaal van afvalproducten afkomstig van het eiland zelf. Het hout voor de vloeren is gejut van het strand en ingesmeerd met afgewerkt frituurvet, het dak is gemaakt van afgedankte tentzeilen en de zitjes zijn de jerrycans van blauw plastic waarin de wasserettes hun wasmiddel aangeleverd krijgen.

Het Landfill Harmonic Orchestra uit Paraguay, dat vorig jaar de prijs van het Prins Claus Fonds kreeg, haalt het materiaal voor zijn instrumenten van de grote afvalberg waarop de leden wonen. De leden zijn kinderen die muziek leren maken op een cello van verfblikken, een gitaar van koekblikken, een contrabas van een olievat en een saxofoon van een regenpijp.

In Nederland gooien we grote hoeveelheden eten weg: achthonderd miljoen kilo per jaar, per persoon dus zo’n vijftig kilo, met een waarde van 2,4 miljard euro. Als ludiek protest, en om te laten zien dat dat eten ook daarna waarde had, organiseerde het centrum voor kunst en technologie Mediamatic de Over Datum Eetclub, waar maaltijden worden bereid met louter ingrediënten die vanwege de houdbaarheidsdatum moesten worden weggegooid.

Hoe zit het dan met wat we wegspoelen? We staan pas stil bij de hele infrastructuur van riolering, pompstations en zuivering als het systeem hapert, bijvoorbeeld wanneer een fatberg ineens de wc blokkeert. In een animatie op YouTube bij het lied Remind Me brengt het Noorse popduo Röyksopp dat systeem mooi in beeld. De animatie volgt een dag uit het leven van een kantoormeisje en laat bij elke schijnbaar simpele handeling zien wat een wereld erachter schuil gaat. Het eerste wat ze doet als ze opstaat is naar de wc gaan. Als ze doortrekt ontvouwt zich een heel stelstel van buizen, tanks en installaties.

Juist omdat riolering veel ruimte vergt zijn de drie hoofdgrachten van Amsterdam pas in 1987 erop aangesloten, vertelt Maarten Ouboter, historicus bij Waternet. Overigens hebben Venetië en Luik om dezelfde reden nog steeds geen riolering, en in Amsterdam zijn nog steeds niet alle woonboten aangesloten. ‘Tot die tijd loosden de huizen gewoon op de grachten. In gewone straten werden de poep en pies in beertonnen verzameld die huis aan huis werden geleegd met de boldootkar en in fabrieken aan de stadsrand tot compost verwerkt.’

Later werd het in grote tanks verzameld op straat gezet, en tot slot is de dichtbebouwde binnenstad toch opengelegd om riolering aan te leggen. Via een 42 kilometer lange ring van buizen rond de oude stad gaat het tegenwoordig naar de zuivering in West; een drol doet er vanuit Amsterdam-Oost gemiddeld een halve dag over.

In 1892 waren de grachten open riolen, aldus de Groningse historicus Auke van der Woud in zijn boek Koninkrijk vol sloppen (2010). Hij citeert een arts die de ‘slikbanken’ beschrijft ‘waarboven het water bij geringe beweging door scheepvaart of plasregens duizenden gasbellen doet opwerpen of een roodgekleurd vlies vertoont, behelzende de ontbindingsprodukten van die bezonken fecaalmassa’s.’ Aan de navenante stank wijdt Van der Woud een heel hoofdstuk. De stad was hoe dan ook in zijn woorden ‘een zintuigelijke ervaring’, met ‘de lucht van de gasfabriek, van steenkoolvuur, van gloeiend ijzer, van brood, vis, teer en wagensmeer, en de altijd aanwezige geur van de grachten’.

Medium 2637634
‘We zijn gewend dierlijke mest op gewassen te gebruiken, maar nu sluiten we de kring­loop met menselijke mest’

In de zogenoemde circulaire economie wordt afval in plaats van een bron van overlast een bron van nieuwe producten en verdiensten. De eerste stap is het afvalwater als voedsel aan te bieden aan bacteriën, legt procestechnoloog Jacqueline de Danschutter van Waternet uit. De bacteriën hebben zuurstof nodig, daarom wordt er doorlopend in die grote bassins geroerd. Bij dat proces van verteren komt zowel biogas als fosfaat vrij. ‘Dat vormde kristallen in de pompen en leidingen van de zuiveringsinstallaties. Het kostte veel geld en moeite om ze steeds weer schoon te maken.’ Totdat een collega de kristallen herkende als struviet, een soort kunstmest waar fosfaat een belangrijk onderdeel van is.

In december nam Waternet, in opdracht van waterschap Amstel, Gooi en Vecht, een nieuwe installatie in gebruik waar fosfaat uit het afvalwater wordt gehaald vóórdat het de installaties kan beschadigen en tot struvietkorrels wordt verwerkt. ‘Nu is dat in de ogen van de wet nog een afvalproduct’, zegt De Danschutter, ‘maar de wet zal naar verwachting in april veranderen zodat het als kunstmest op de markt kan worden gebracht. We zijn gewend dierlijke mest op de gewassen te gebruiken, maar nu sluiten we de kringloop met menselijke mest.’

Het slib wordt vergist of – nog zo’n toevallige ontdekking – aan wormen aangeboden die daar nog eens zo’n twintig procent van opeten. De Danschutter vertelt: ‘Wat er overblijft, gaat naar het afvalenergiebedrijf dat pal naast de zuivering staat. Daar wordt er zowel warmte als stroom mee opgewekt. De warmte krijgen wij weer terug, net als de stroom waar onze pompen op draaien – de circulaire economie. Dat proces is inmiddels zo efficiënt dat we méér energie produceren dan we verbruiken. Die groene stroom gaat terug het net in en naar de stadsverwarming, het groene gas gebruiken we voor onze eigen bedrijfsauto’s. We rijden op Amsterdamse poep.’

Dat onderzoek is meer dan eens door het toeval een handje geholpen. Zo ook met het terugwinnen van wc-papier. Waternet bouwde een kleine proefinstallatie voor een nieuwe zuivering en plaatste daarin een extra zeef om ongerechtigheden af te vangen. Daarop bleven zaken als wc-papier en tampons liggen. ‘Als je dat materiaal – dat toch niet door de bacteriën worden gegeten – tijdig afvangt, dan is je slib schoner en houd je grondstof over voor “nieuw” papier.’ Nu wordt onderzocht of er een sluitende business case voor te maken is.

Zelfs de fatberg kan nog nuttig worden gemaakt. Volgens Londens chief flusher Rob Smith, die daardoor kortstondig een publieke persoonlijkheid werd, levert het verbranden van al het vet dat hij en zijn collega’s per jaar uit het riool halen genoeg stroom op om veertigduizend huizen te verwarmen.

Het riool voert vaak niet alleen afval af, maar ook regenwater. Met de klimaatverandering, en de toenemende heftigheid van regenbuien, geeft dat problemen. Als het riool de plotselinge hoeveelheid regenwater niet kan verwerken, kan er uit een zogeheten gecombineerd riool een onaangenaam mengsel van schoon en vies water in de grachten lopen.

Het is natuurlijk een enorm karwei om een apart stelsel voor regenwater aan te leggen, dus zoeken steden naar manieren om het regenwater buiten het riool te houden. De gemeente Maastricht kan het niveau van de Maas beter beheersen door liefst tachtig procent van het regenwater eerst naar beken en watergangen te leiden. In Rotterdam is in december het eerste Waterplein geopend van het bureau De Urbanisten, dat in droge toestand een ‘gewoon’ verzonken plein is maar in natte toestand als bassin dient om het regenwater op te vangen en daarna geleidelijk te laten terugvloeien in het grondwater of het riool.

Regenwater is bovendien een belangrijke grondstof in een land dat zich ondanks zijn natte klimaat toch geconfronteerd ziet met mogelijke tekorten aan zoet water. Den Haag heeft voor zijn inwoners een brochure gemaakt om ze attent te maken op manieren om zelf regenwater op te vangen, bijvoorbeeld door de regenpijp van het huis af te koppelen van het riool en het water in een regenton op te vangen.

Over de hele wereld hebben steden in de loop van de tijd rivieren onder de grond gestopt en vaak ook op het riool aangesloten om van het water af te zijn. Dat is niet zonder gevolgen gebleven, ontdekken ze. In de Londense metropool alleen al gaat het om zeshonderd kilometer aan waterwegen. Londen ontdekt nu dat het herstellen van deze ondergrondse rivieren niet alleen beter is voor de natuur, maar ook het risico op overstroming van de Theems vermindert – niet alles stroomt dan linea recta de Theems in.

In de Canadese documentaire Lost Rivers laat maker Cathérine Bâcle zien hoe archeologen, planners en avonturiers op ontdekkingsreis gaan door waterwegen die riolen lijken maar rivieren zijn. Het weer blootleggen ervan – daylighting noemen ze dat in de Verenigde Staten – levert geen wc-papier of biogas op, maar natuur en minder gevaar voor overstromingen.


Tracy Metz leidt in samenwerking met De Groene Amsterdammer en filminstituut Eye de maandelijkse talkshow ‘Stadsleven’.

Beeld: (1) De gigantische ‘fatberg’ in het Londense riool (Youtube). (2) Londen 1950. Een rioolwerker in beschermende kleding (Charles Hewitt / Getty Images)