Gastcolumn

Al Jazeera verdient de Nobelprijs

De camera van Al Jazeera had in Egypte het effect van een bewakingscamera, maar dit keer werd juist het regime in het oog gehouden.

Medium afbeelding 7

OP DE AVOND van 10 februari zat ik in restaurant Toetanchamon, mijn favoriete shoarmatent in Amsterdam. Anders dan gewoonlijk was er geen easy listening te horen. Op het projectiescherm, dat normaal alleen gebruikt wordt voor voetbalwedstrijden, was Moebarak te zien. Er was geen ondertiteling of simultaanvertaling, het was een uitzending van Al Jazeera.
De Egyptische eigenaar, die normaal zijn keuken niet uitkomt, stond aandachtig te kijken naar het beeld. Aan zijn schouders kon ik zien dat het slecht nieuws was. Moebarak maakte bekend niet te zullen aftreden. De man veegde zijn handen af aan zijn schort, deed de tv uit en duwde het scherm naar boven. Hoe het nu verder moest, vroeg ik. ‘Ik ben bang’, zei de oude man. Hij was bang dat het zou escaleren, dat het leger het vuur zou openen op het volk. Hem stond de volgende dag een aangename verrassing te wachten, toen Moebarak alsnog aftrad.
Al Jazeera werd in 1996 opgericht met een startkapitaal van 150 miljoen dollar van emir Hamadvan Qatar. Sjeik Hamad bin Khalifa Al Thani volgde in Engeland een militaire opleiding en was sinds 1992 al de belangrijkste man van het schiereiland in de Perzische Golf, omdat hij de leiding had over de oliebronnen. Maar zijn vader was de officiële emir; een conservatieve man met weinig belangstelling voor de ontwikkeling van zijn land. Toen de vader in 1995 op vakantie was in Zwitserland, besloot zoon Hamad de macht helemaal naar zich toe te trekken. Het was een vreedzame paleisrevolutie, met instemming van de Al Thani-familie.
Hamad is ondanks zijn drie vrouwen en 21 kinderen voor Arabische begrippen verrassend progressief. Hij maakte Qatar tot een voorpost op de weg naar modernisering. Hij organiseerde verkiezingen en gaf aan vrouwen stemrecht. Hij benoemde een vrouw tot minister van Onderwijs en tot hoofd van de universiteit, waardoor tegenwoordig 75 procent van de studenten uit meiden bestaat. Men zegt dat hij sterk beïnvloed wordt door zijn tweede vrouw, Mouza bint Nasser Al Misnad, die sociologie studeerde en volgens Forbes tot de honderd meest machtige vrouwen ter wereld gerekend mag worden.
Toen Saoedi-Arabië ernstige klachten begon te uiten over de Arabische uitzendingen van de BBC, besloot Hamad het initiatief om te komen tot een eigen pan-Arabische televisiezender financieel te steunen. Het leek Arabisch-nationalistisch en chauvinistisch, maar Al Jazeera kreeg een redactiestatuut waarin haar politieke onafhankelijkheid werd gegarandeerd. Bovendien schafte Hamad zijn ministerie voor Informatie af, waardoor er voor het eerst een Arabische staat was met persvrijheid.
Zou de val van Moebarak mogelijk zijn geweest zonder Al Jazeera? Er is momenteel een heftige discussie gaande over de vraag wat de rol is van de nieuwe sociale media zoals Twitter, sms, YouTube en Facebook, maar ook van televisiezenders als Al Jazeera die gebruikmaken van satellietverbindingen. Het is waar dat mediaspecialisten geneigd zijn technologische nieuwigheden zwaar te overschatten. Zo werd gesuggereerd dat de revolte in Teheran in de zomer van 2009 vooral door internet werd gestimuleerd, wat onjuist bleek: het waren de Iraniërs in de diaspora die actief aan het twitteren sloegen en berichten plaatsten op Facebook. Buitenlandse waarnemers hebben de gebeurtenissen in Iran daarom overschat, terwijl ze hadden kunnen weten dat de meeste berichten op internet de opstandelingen in Teheran nooit bereikten, al was het maar omdat ze niet in het Farsi maar in het Engels waren gesteld.
Maar ook internetsceptici als Malcolm Gladwell van The New Yorker en Nicholas D. Kristof van The New York Times moeten toegeven dat juist de zichtbaarheid van de gebeurtenissen op het Tahrir-plein de doorslag gaf bij de val van het Egyptische regime. Al Jazeera had een vaste camera op het plein gericht, waardoor iedereen op de wereld met een schotel op het dak kon zien hoeveel mensen zich daar bevonden. De camera van Al Jazeera had het effect van een bewakingscamera, maar dit keer werd juist het regime in het oog gehouden. Intussen zorgden gewone burgers voor de nodige close-ups, dankzij de camera’s op hun mobiele telefoons. De filmpjes werden geplaatst op YouTube, en met behulp van Facebook enigszins georganiseerd en doorgegeven.
De wereld moest in 1972 dagen wachten op de foto van Kim Phuc, het door napalm verbrande elfjarige meisje dat naakt over straat rende. Vier jaar eerder was de wereld geschokt door de Pulitzer Prize-winnende foto van Eddie Adams, waarop de politiecommandant van Zuid-Vietnam een Vietcong op straat door het hoofd schoot. Niemand ontkent het effect van deze foto’s. Maar nu hoeven wij niet meer te wachten op professionele fotografen die de wereld met één beeld kunnen veranderen. De nieuwe sociale media hebben het politieke beeld letterlijk gedemocratiseerd. Het resultaat is technisch gezien abominabel, de hoeveelheden zijn gigantisch, er is een chaos aan beelden - de verwarring is daarom groot. Professionele journalisten zijn nog steeds nodig om ordening aan te brengen en authenticiteit te bewaken, maar feit blijft dat geen enkele legercommandant het nu nog in zijn hoofd haalt openlijk op een menigte te laten schieten of op straat opstandelingen te executeren. De machthebbers hebben pistolen, de opstandelingen hebben camera’s. En ze hebben zenders als Al Jazeera om de beelden de wereld in te sturen. Dat geeft veiligheid, en in het geval van Egypte kregen de opstandelingen een voor dictaturen gevaarlijke voorbeeldfunctie. Daarom alleen al zou de eerstvolgende Nobelprijs voor de Vrede naar Al Jazeera moeten gaan.