Economie

Al meer Almere

Een Hollander met een probleem klimt de dijk op en kijkt uit over het water. Hij ziet geen golven, geen boten, geen aalscholvers. Hij ziet alleen de oplossing voor zijn probleem. Water is potentieel land. En land is ruimte. Ruimte om wegen en spoorlijnen aan te leggen tegen het fileprobleem, ruimte om huizen te bouwen tegen de woningnood en ruimte om kunstmatige natuur te fabriceren. Het water is van iedereen, dus eigenlijk van niemand. Daar kun je mee doen wat je wilt.
Zo doen we het al eeuwen. ‘God schiep de wereld, maar de Hollanders maakten Nederland’, vertellen we sinds de zeventiende eeuw aan iedere buitenlander die een blik op onze dijken en polders werpt. Wat we er niet bij zeggen is dat we het land eerst eigenhandig hebben laten verdrinken. Want God schiep Nederland wel degelijk, maar dan als hoogveenmoeras, met in het midden een gezellig meertje, het Flevomeer. Toen kwamen de Hollanders. Ze groeven sloten en ontwaterden het veen dat subiet inklonk en meters onder de zeespiegel kwam te liggen. In de twaalfde en dertiende eeuw ging het stormen en daarna was er van Gods hoogveen niet veel meer over. Holland was een onbruikbaar merengebied en het Flevomeer was veranderd in de woeste Zuiderzee.
Eeuwen later zijn we nog altijd bezig met het leegpompen van de ondergelopen landjes van onze voorouders. We doen het graag en zijn er buitengewoon trots op. Alles wat nat is moet droog worden.
Telkens bedenkt de Hollander weer een nieuw argument om zijn polderdrang te bevredigen. Eerst moesten er dijken komen om de zee buiten te houden. Daarna waren het de landbouw en veeteelt die nieuwe kleigronden nodig hadden, totdat de boeren verdronken in hun melk en we onze voedseloverschotten tegen afbraakprijzen op de wereldmarkt moesten dumpen. Een nieuw argument werd gevonden: overbevolking. Eind jaren zestig van de vorige eeuw gokten demografen op een bevolking van meer dan twintig miljoen in het jaar 2000. Daar moest ruimte voor worden gemaakt in nieuwe steden op pas ingepolderd land. Maar na de introductie van de pil halveerde het geboortecijfer. Nu verwachten de demografen dat de Nederlandse bevolking de komende decennia niet boven de 17,5 miljoen zal komen.
Maar de drang naar pompen en polderen blijft. Gelukkig zijn er altijd weer modieuze redenen te bedenken om water in land te veranderen. Ecologie en duurzaamheid bijvoorbeeld. Of ook helemaal van nu: het wijkenbeleid.
Dat moeten in elk geval de termen zijn geweest die door het hoofd van de ambitieuze wethouder van Almere spookten, Adri Duijvestein, toen hij de dijk beklom en over het water van het IJmeer – voorheen deel van de Zuiderzee – staarde. Hij zag geen golven of aalscholvers, maar een gebied met ecologisch verantwoorde wetlands die het water van het Markermeer zouden zuiveren. Hij zag een snelle spoorverbinding met Amsterdam en een duurzame villawijk op een apart eiland, vol met rijke Amsterdammers die het gemiddelde inkomen in de wijken van het armoedige Almere omhoog zouden trekken.
Gun Almere nieuw land en de problemen zijn voorbij. Almere 2.0 doopte het lokale bestuur de plannen. Versie 1.0 is mislukt, blijkbaar omdat Almere geen ruimte had om uit te breiden. Met wat extra hectares buitendijkse landwinning komt het toch nog helemaal goed.
Als Duijvestein zich had omgedraaid, daar op die dijk van de Flevopolder, dan had hij misschien de absurditeit van het plan gezien. Een vrijwel lege polder lag daar aan zijn voeten, een vlak landschap met wegen en sloten, zo kaarsrecht dat zelfs Piet Mondriaan er moedeloos van zou worden, een provincie met slechts vijf procent bebouwing, tegen achttien procent in Zuid-Holland.
Het achterland van Almere heeft alles wat een wethouder Ruimtelijke Ordening zich kan wensen. Het is een lege ruimte die smeekt om ordening. Prik ergens de dijk door en je hebt de mooiste wetlands van Europa. De Oostvaardersplassen bewijzen dat het kan. Bouw aan dat nieuwe natte land zoveel villa’s als je wilt. Maak er de duurzaamheidshoofdstad van Nederland van. Los voor het eerst eens een probleem op door land nat te maken, in plaats van water droog. Achthonderd jaar nadat we ons hoogveen lieten verdrinken, moeten we dat toch weer eens aandurven.