Interview James Woolsey, ex-CIA-directeur

«Al-Qaeda zal nog decennia aanwezig zijn»

Gaat Amerika als een razende tekeer of wordt de wereld veiliger? Over die vraag een gesprek met James Woolsey, de voormalige directeur van de CIA, commentator, en kenner van de Amerikaanse en internationale politiek.

Hebt u een verklaring voor de kloof tussen de Amerikaanse en Europese visie op de wereld?

James Woolsey: «Ik denk dat het niet een Amerikaans-Europese kloof is. In de weken voor de Irak-oorlog steunden achttien Europese landen de Verenigde Staten en Engeland, tegenover twee die achter Frankrijk en Duitsland stonden. (Het klopt dat de opiniepeilingen in Europa veel kritischer waren over de VS.) Interessant is dat veel Europese landen die recente ervaringen hebben met totalitarisme het Brits/Amerikaanse standpunt deelden. Polen en Spanje zijn goede voorbeelden. Beide landen ervoeren veel recenter dan Frankrijk en Duitsland totalitarisme. Het Frans-Duitse standpunt bagatelliseerde het belang van het feit dat Irak een totalitaire dictatuur was en dus zekere gevaren opleverde voor zijn buurlanden en voor de wereld.»

Veel Europeanen vinden het niet prettig dat het de Verenigde Staten zijn die bepalen of een regime het recht heeft om te bestaan. Is er geen ruimte voor internationaal recht?

«De regering-Bush noemde in haar strategische verklaring afgelopen september drie criteria voor de mogelijke noodzaak preventieve actie te ondernemen tegen een regering. Ten eerste moest het een dictatuur zijn die de bevolking onderdrukt; ten tweede moest de regering nauwe banden hebben met terroristische groeperingen; ten derde moest het land in het bezit zijn, of proberen in het bezit te komen, van massavernietigingswapens. Enkele landen voldoen aan één of twee van deze criteria, maar niet aan alle drie. De landen die wél aan alle drie criteria voldoen, zijn de vier overgebleven dictaturen van de moslimwereld — Iran, Syrië, Soedan en Libië — plus Noord-Korea. De lijst van staten waar preventieve actie tegen zou kunnen worden overwogen, is beperkt.»

Maar preventieve actie is in tegenspraak met internationaal recht.

«Dat geloof ik niet. Vóór de vorming van de Verenigde Naties, en in ruim honderd gevallen sindsdien, besloten staten wanneer een land een bedreiging voor ze betekende en of ze actie moesten ondernemen. De VN-Veiligheidsraad zelf heeft slechts twee keer militair ingrijpen goedgekeurd: de eerste keer in Korea, omdat de Sovjet-Unie was weggelopen en zijn veto niet kon gebruiken; de tweede keer in de Golfoorlog van 1991. Geen van de andere oorlogen werd geautoriseerd. De Franse regering houdt zich in West-Afrika intensief bezig met het instellen en omverwerpen van regeringen. Blijkbaar is de gedachte om naar de Veiligheidsraad te gaan voor autorisatie nooit bij ze opgekomen.»

Wat hebben de VN dan voor zin?

«Er zal altijd behoefte zijn aan een algemene vergadering waarin alle landen van de wereld kunnen samenkomen, praten en overleggen. Enkele VN-organisaties zijn zeer nuttig voor humanitaire hulp, voedselhulp, de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en zo voort. De Veiligheidsraad heeft echter altijd diegenen teleurgesteld die in 1945 hoopten dat ze collectieve veiligheid zou brengen en bewaren. Zoals ik al zei, is dat slechts twee keer gebeurd. Elk systeem dat van leden van de Veiligheidsraad verlangt dat ze samenwerken, is gedoemd. De Veiligheidsraad nam zeventien resoluties aan waarin Irak werd veroordeeld voor het schenden van de wapenstilstand die in 1991 overeen werd gekomen. Maar ze kon geen overeenstemming over actie bereiken vanwege Franse en Russische veto’s. De Volkenbond lijkt daarbij vergeleken beslissend te zijn.

Je moet ook vaststellen dat enkele VN- commissies dingen hebben gedaan, zoals het aanwijzen van Kadhafi als voorzitter van de mensenrechtencommissie, waardoor de VN een belachelijke indruk maken. Het is belangrijk om te proberen de VN te redden, ze te helpen die functies te vervullen die ze kunnen vervullen. Ik heb het vermoeden dat in de toekomst de Verenigde Staten een vergelijkbare weg zullen inslaan als de regering-Clinton in Kosovo: ze praatte, informeel, met de Veiligheidsraad, kreeg te horen dat er een Russisch veto werd verwacht, en dus vervolgde ze met optreden tegen Milosevic met haar bondgenoten.»

Met het einde van de Koude Oorlog en 11 september 2001 is de wereld veranderd. Hoe zou u haar nu willen omschrijven?

James Woolsey: «De wereld die we kenden tijdens de Koude Oorlog en met name net daarna, in de jaren negentig van de vorige eeuw, was een stuk eenvoudiger te hanteren. De sovjets waren een ouderwetse, saaie en bureaucratische vijand, ook al hadden ze absoluut hun dodelijke kant. In de jaren negentig zetten de Verenigde Staten een nationaal feest in gang op de manier zoals we dat in de roaring twenties deden. We hebben een geschiedenis van denken nadat een oorlog is gewonnen dat de wereld gerepareerd is en goed in elkaar zit en zo moet blijven, dus gaan we nu feestvieren. We leefden in een fool’s paradise. Wat ons wakker schudde op 11 september is de wereld die vanaf nu lange tijd zal bestaan. Het was geen op zichzelf staand incident. Al-Qaeda zal nog decennia aanwezig zijn. Andere democratische landen lopen serieuze risico’s door het internationale terrorisme, waaronder terrorisme dat massavernietigingswapens gebruikt, en zullen dat nog vele jaren doen. We moeten allemaal dit feit onder ogen zien en niet doen alsof we kunnen wachten tot er een heel leger binnenvalt met wapperende vlaggen voor we in actie komen.»

De opvattingen van dreiging verschillen in Europa en de Verenigde Staten.

«Als je kijkt naar de regeringen zijn de verschillen niet zo heel groot; het waren vooral Frankrijk, Duitsland, België en Luxemburg die de Iraakse dreiging anders zagen. Als je kijkt naar de publieke opinie, dan is duidelijk dat er grote verschillen zijn tussen de Verenigde Staten en Europa over de mate waarin terrorisme een bedreiging betekent. Jammer genoeg zullen onze Europese vrienden waarschijnlijk relatief snel worden wakker geschud. Als ze niet wakker worden geschud door de Franse soldaten die worden vermoord in Pakistan of door Duitse toeristen die worden vermoord in Tunesië, dan zullen ze wakker worden geschud door andere terroristische aanslagen dichter bij huis.»

De Europese publieke opinie was tegen de Irak-oorlog en voelt zich daarin nu bevestigd door de gebleken afwezigheid van massavernietigingswapens.

«Er heerst hier veel verwarring over de aard van chemische en bacteriologische wapens. We hebben het niet over grote, gemakkelijk te herkennen dingen als kernreactoren die splijtbaar materiaal produceren, we hebben het, in het geval van chemische en bacteriologische wapens, over fabrieken die voor twee doelen worden gebruikt. Bacteriologische wapens kunnen worden gemaakt in fabrieken die normaal farmaceutica produceren, met een of twee kleine aanpassingen. Hetzelfde geldt voor chemische wapens, die kunnen worden gemaakt in fabrieken die normaal kunstmest produceren. Bovendien is het niet echt nodig, met name bij biologische wapens, om grote hoeveelheden materiaal te produceren. Biologische wapens worden geproduceerd door levende organismen die snel kunnen groeien in de juiste omgeving. Om genetisch gemodificeerd miltvuur te bewaren heb je slechts een petrischaaltje nodig.

Gezien de vroegere productie en het gebrek aan bewijs dat door de Irakezen is verstrekt van destructie was het duidelijk toen de Irak-oorlog begon dat ze biologische en chemische wapenprogramma’s hadden. De grootste zorg was altijd dat ze die wapens zouden gebruiken in scud-raketkoppen tegen Koeweit, Saoedi-Arabië en Israël op dezelfde manier als ze conventionele scuds gebruikten in de oorlog van 1991. Ze werden verhinderd dat te doen door geallieerde special forces die, enkele dagen voor de oorlog begon, alle plekken in de westelijke en zuidelijke woestijnen aanvielen waarvandaan zulke wapens zouden kunnen worden gelanceerd. Dat hield in dat alleen vliegtuigen biologische of chemische wapens hadden kunnen lanceren. Maar tijdens de oorlog kon de luchtmacht van Irak geen vliegtuig van de grond krijgen. En op het slagveld hadden de Irakezen zeer weinig mogelijkheden voor chemische of biologische wapens. Het duurt minstens twee weken voordat biologische wapens effect hebben, dus die zijn daar niet erg bruikbaar; het zijn in de eerste plaats afschrikkingswapens.

Eind april had de New York Times op de voorpagina een artikel van Judith Miller. Daarin werd een gevangen genomen senior Iraakse wetenschapper geciteerd die zei dat hij opdracht had gekregen belangrijke delen van de Iraakse chemische wapenvoorraad te vernietigen twee of drie dagen voor de oorlog begon. Ook kreeg hij het bevel alle materialen en alle monsters die van nut konden zijn voor toekomstige productie heel goed te verbergen. Als dat het patroon was, dan zou je moeten aannemen dat de Baathisten een langdurige luchtaanval van de geallieerden verwachtten, die stopte voordat grondtroepen Bagdad bereikten, en vervolgens een of andere voorgestelde deal, zoals in 1991. Als die theorie klopt, dan lijkt het erop dat ze zeer zorgvuldig fabricage-componenten en monsters verborgen met de bedoeling die na de oorlog te reconstrueren.»

Hoeveel informatie zouden de inlichtingendiensten het publiek moeten geven zonder de nationale veiligheid te schaden?

James Woolsey: «Zowel de Britse als de Amerikaanse inlichtingendienst gaf voor de oorlog ongeveer zoveel vrij voor publieke consumptie als je mogelijk zou kúnnen vrijgeven. In de naoorlogse evaluatie van de accuratesse van het inlichtingenwerk zullen ze opnieuw worden gevraagd zoveel vrij te geven als ze kunnen. Maar er is altijd een heleboel dat niet openbaar gemaakt kan worden zonder inlichtingenbronnen en -methoden te onthullen. Bijvoorbeeld, als we elk onderschept elektronisch signaal zouden openbaren dat relevant kan zijn voor ons begrip van Irak zou dat Iran helpen, en Syrië, Libië of Soedan, om te begrijpen hoe zij die signalen kunnen maskeren.

In de VS zorgen de commissies van het Congres ervoor dat het Congres en het publiek de geheime details kunnen begrijpen van wat inlichtingendiensten weten. Er zijn vier commissies die jurisdictie hebben over inlichtingendiensten. Hun leden en staf omvatten enkele honderden individuen die veiligheids-clearance hebben. Deze commissies houden streng toezicht op het verzamelen en analyseren van gegevens en op elk ander aspect van inlichtingenwerk. In mijn eerste jaar als voorzitter van de Central Intelligence Agency, 1993, was het Congres 195 dagen in sessie. Ik had 205 afspraken op Capitol Hill. De commissies hebben grondig inzicht in het inlichtingenwerk, inclusief het meest geheime soort, en doen grondig en streng hun werk: toezien hoe het wordt verzameld, geanalyseerd en gebruikt.»

Wordt er in Washington een machtsstrijd uitgevochten over de toekomst van de Amerikaanse buitenlandpolitiek?

«Een van mijn vrienden, Michael Novak, zegt dat het Amerikaanse systeem van regeren is: in God we trust en voor alle anderen zijn er checks and balances. We hebben voortdurend onenigheid tussen verschillende delen van het Congres en de uitvoerende tak voor buitenland- en defensiebeleid en inlichtingenkwesties. Binnen de uitvoerende tak heeft de president de flexibiliteit om verschillende standpunten naar buiten te brengen. President Bush, en dat spreekt in zijn voordeel, heeft een redelijk hoge tolerantie voor onenigheid tussen verschillende delen van het nationale-veiligheids-establishment. Hij is in staat betere beslissingen te nemen omdat hij deze kwesties in zijn bijzijn laat bediscussiëren. Er is niets buitengewoons aan het niveau en de mate van onenigheid tussen departementen van het kabinet in deze regering in vergelijking met vorige regeringen.»

De bezetting van Irak gaat vergezeld van een hoop wanorde. Had dat niet voorzien moeten worden?

«Er zijn een paar redenen waarom niet sneller een halt werd toegeroepen aan het plunderen. De Amerikaanse troepen kwamen één divisie te kort. De Turken weigerden toe te staan dat de 4th division door Turkije naar Noord-Irak trok, als gevolg van het lobbyen van enkele Europese landen. Daarom deden we het met de Britse 1st division, de Amerikaanse 1ste marine division en de 3rd infantry division — één hele divisie minder dan wat was gepland. Dat maakte dat er veel minder troepen beschikbaar waren in de onmiddellijke nasleep van de oorlog om te dienen bij opdrachten als anti-plundering. De tweede reden is dat door de Amerikaanse bevelhebber op dat moment werd besloten, en terecht, om snel naar Bagdad op te trekken. Het was een Blitzkrieg-achtig offensief: snel en verwoestend optrekken zonder de eigen flanken te verdedigen. Als gevolg daarvan gaf de Iraakse minster van Informatie een openbare briefing, waarin hij zei dat er geen geallieerde troepen in de buurt waren, terwijl je op het split screen kon zien hoe Amerikaanse troepen op het vliegveld in de richting van het centrum van Bagdad trokken. De stad viel voordat er zoveel troepen waren als er hadden kunnen zijn met ofwel een tragere campagne óf een campagne waarin de 4th division wél in staat was geweest door het zuiden van Turkije te trekken. Er werd meer geplunderd dan iedereen wilde zien.

Toen de oorlog eindigde, moesten de Amerikaanse en Britse bevelhebbers kiezen wat ze zouden beschermen en hoe ze dat het best konden beschermen. Ze deden het best mogelijke met de middelen die ze hadden. Dat duidt niet op onbekwaamheid op lange termijn om recht en orde naar Irak te brengen en, uiteindelijk, democratie en het primaat van het recht. Er zijn echter twee belangrijke obstakels. Eén wordt gevormd door de overgebleven Baathis ten in steden als Fallujah. Een deel van het Iraakse leger droop af om een andere keer te vechten, dus er zijn officieren en voormalige Baathisten die proberen de bezetting te ondermijnen. De andere groep wordt gevormd door die sji’ieten die verantwoording afleggen aan de moellahs in Teheran. Ze vormen niet de meerderheid van de sji’ieten in Irak of in Iran. Khomeini’s uitvinding van de velayat-e faqih (bestuur van de geestelijken) is een afscheid van de traditionele sji’itische gebruiken.

Afgezien van de Fatimid-dynastie in Egypte in de tiende eeuw hebben de sji’ieten in het algemeen moskee en staat gescheiden, deels omdat ze vaak de armen en bezitlozen zijn geweest, en deels omdat veel van hen twaalver-sji’ieten zijn (die wachten op de terugkeer van de twaalfde imam als de Mahdi). Daarom zijn het niet slechts de studenten, de vrouwen en de hervormers, maar ook groeiende aantallen Iraanse geestelijken, waaronder enkele conservatieve grand Ayatollahs, die kritisch staan tegenover Khomeini en andere moellahs die aan de staatstouwtjes trekken. Op dit moment bestaat er in Irak een mogelijkheid, samen met de substantiële meerderheid van sji’ieten en hun geestelijken, een staat te helpen bouwen die niet de religie dicteert, die religieuze minderheden niet onderdrukt. Er zal een substantiële rol zijn voor Irakezen en Iraakse instellingen. Sommige departementen, bijvoorbeeld transport, zullen waarschijnlijk worden overgegeven aan Irakezen vóór, laten we zeggen, het ministerie van Binnenlandse Zaken, waar je er zeker van moet zijn dat er geen hardcore Baathisten meer over zijn. En dat kost tijd, maar we zijn niet aan het schrijven op een schone lei.

Irak, in oude tijden als Babylon, heeft een aspect van het primaat van het recht uitgevonden met Hammurabi’s code. De Iraakse bevolking is goed opgeleid in vergelijking met enkele andere Arabische landen. Het land heeft ook een traditie, die dateert uit de jaren vijftig, van degelijke criminele en civiele codes die zijn opgesteld door vooraanstaande juristen. Dit land heeft ook de tweede grootste oliereserve van de wereld, dus zogauw het olie aan het oppompen is, zou het in staat moeten zijn een regering te onderhouden, en degelijke instituties en een middenklasse te ontwikkelen. Het heeft wat hulp nodig om op gang te komen. Ik vermoed dat het een paar jaar zal kosten; geen decennia, maar ook niet een paar maanden.»

Wat zijn de implicaties voor de rest van het Midden-Oosten, voor landen als Syrië en Iran?

James Woolsey: «Eliot Cohen schreef een stuk in de Wall Street Journal twee maanden na 11 september waarin hij zei dat we de Vierde Wereldoorlog aan het voeren waren. Zijn expliciete parallel was met de Koude Oorlog, die hij de Derde Wereldoorlog noemde. Het belangrijkste aspect van de parallel was dat op de lange duur een groot deel van de strijd ideologisch zou zijn. Hoewel we onze militaire troepen gebruikten om de sovjets af te schrikken en in toom te houden in de Koude Oorlog en om te vechten aan de periferie, behaalden we op de lange duur de overwinning door miljoenen mensen achter het IJzeren Gordijn ervan te overtuigen dat dit niet de clash of civilisations was, en zelfs niet de botsing van landen, maar een oorlog van vrijheid tegen tirannie. Uiteindelijk was de belangrijkste reden dat we wonnen dat we Vaclav Havel, Lech Walesa, Andrei Sacharov en miljoenen mensen als zij ervan overtuigden dat wij in het Westen aan hun kant stonden en zij aan onze kant.

Nu moeten we ons erop richten hetzelfde te doen in deze oorlog tegen het terrorisme en tegen degenen die haar steunen en voeden. We moeten ons erop richten gemene zaak te maken met honderden miljoenen moslims die geen terroristen willen zijn en niet onder een dictatuur willen leven. De overgrote meerderheid van de moslims leeft nu in een democratie. Freedom House, de oudste Amerikaanse mensenrechtenorganisatie, waarvan ik voorzitter ben, zegt dat er 121 democratieën in de wereld zijn: 89 daarvan zijn vrij, wat wil zeggen dat ze regelmatig verkiezingen hebben en de fundamentele elementen van het primaat van het recht genieten; 55 andere, zoals Rusland en Indonesië, zijn gedeeltelijk vrij. Dat is een ongelooflijke sprong van elf democratieën in augustus 1914 (en dan alleen nog maar voor de mannelijke helft van de bevolking). Het feit dat de meerderheid van de moslims van de wereld in een democratie leeft, suggereert dat er geen fundamentele onverenigbaarheid is tussen de islam en democratie.

Maar er is een speciaal probleem in het Mid den-Oosten. Buiten Israël en Turkije bestaan de regeringen van het Midden-Oosten uit twee types: kwetsbare autocratieën en pathologische jagers. Dat is geen goede mix. In de Arabische wereld zijn er 22 staten maar geen democra tieën. Dat is deels het gevolg van de invloed van de Wahhabi-sekte in Saoedi-Arabië en deels een gevolg van het opsplitsen van het Midden-Oos ten na de Eerste Wereldoorlog door de Britten en de Fransen. Het is ook een probleem dat de VS de bevolking van het Midden-Oosten de indruk hebben gegeven dat we de regio beschouwen als onze benzinepomp. Het eerste voorbeeld daarvan was in 1991 toen we met een half miljoen troepen in Irak Saddam in een hoek hadden gedreven en een wapenstilstand tekenden die hem toestond de Republikeinse Garde naar believen te verschuiven. Vervolgens keken we toe hoe ze Koerden en sji’ieten afslachtten die wij hadden aangemoedigd te rebelleren.

Een van de belangrijkste dingen die wij moeten doen is het beeld veranderen dat de volken van het Midden-Oosten van Amerika hebben. Het betekent niet dat we alle regeringen van het Midden-Oosten kunnen of moeten veranderen. Maar als we enkele van deze regimes vervangen, of laten vervangen, en als we de Afghanen en de Irakezen en anderen helpen om toe te werken naar constituties die individuele rechten en het primaat van het recht beschermen en zorgen voor regelmatige verkiezingen, als we het Midden-Oosten behandelen zoals we Europa hebben behandeld, dan zal het begrip vanzelf komen. We gingen er niet vanuit dat Letten, Litouwers en Esten geen democratie konden hanteren omdat ze er geen hadden ervaren in het recente verleden. We moeten niet zulke dingen veronderstellen over Arabieren. Niemand is gevrijwaard van het verlangen naar een fatsoenlijk leven voor zijn familie en representatieve instituten voor zijn land. Het kost tijd en moeite. We moeten de regeringen van de Arabische wereld helpen zich te ontwikkelen in de richting van democratie in het belang van hun geluk en vrijheid en in het belang van de vrede.»

Kan de Europees-Amerikaanse kloof worden gedicht?

«Het hart van de opvatting dat ‹alles wat de Amerikanen doen wel verkeerd moet zijn› komt van de regering van Frankrijk. Wij en de Fransen hebben 225 jaar een lang en soms ongelukkig huwelijk gehad, sinds de slag van Saratoga. Normaal gesproken, wanneer er een grote crisis is of een oorlog, de Cubaanse raketcrisis of de Golfoorlog van 1991, trekt het gezin naar elkaar toe. Dat is deze keer niet gebeurd. De Franse regering probeerde niet alleen die Europese landen te intimideren die zeiden dat ze het standpunt van de Amerikanen en de Britten zouden steunen, maar spraken ook een aantal weken lang een veto uit over steun aan Turkije. Dat was de eerste keer dat de regering van een Navo-lid om steun vroeg. Uiteindelijk verplaatsten we de discussie naar de defensiecommissie van de Navo, waarin Frankrijk niet vertegenwoordigd is. Het was een opmerkelijke reeks gebeurtenissen.

Ik snap niet waarom het Franse unilateralisme zoveel verder is gegaan dan begrijpelijk familiegekibbel en er nu van uitgaat dat iemand niet een goede Europeaan én een goede Atlanticus kan zijn. Ik weet niet hoe president Chirac en zijn regering, met steun van de meeste Franse intellectuelen, bij dit idee zijn gekomen. Het is verkeerd en gevaarlijk. De VS en Europa, inclusief Frankrijk, Duitsland, België en Luxemburg, moeten nauw samenwerken. Uiteindelijk zullen de meeste Europeanen dat inzien, en begrijpen dat de dreiging die uitgaat van schurkenstaten, internationaal terrorisme en de proliferatie van massavernietigingswapens reëel en mondiaal is, en dat we allemaal moeten samenwerken om te zorgen voor een betere, veiliger, meer democratische wereld.»

Vertaling: Rob van Erkelens