Televisie

Alarm

Televisie: De omroepwet

Bijna alle grote omroepverenigingen roepen samen met de nps in een brief de kamerleden op tegen Van der Laans wetsvoorstel inzake de publieke omroep te stemmen. Geen spaan laten ze ervan heel en dat valt te begrijpen. Omdat er inderdaad weinig heil van te verwachten valt. En omdat aan hun autonomie wordt getornd (wat, los van Medy’s plannen, zo slecht niet lijkt gezien deze springlevende fossielen van de Verzuiling). In mei stuurde de vpro solo al een specifieker brief aan de politiek. Daarin wordt vastgesteld dat door «een te eenzijdige focus op het brede bereik van de publieke programma’s kaalslag en verschraling van juist dat aanbod dat tot het hart van de Publieke Omroep moet worden gerekend» zich voordoen. En weer vrees ik dat dat een volstrekt terechte constatering is. Die simpeler geformuleerd erop neerkomt dat om de publieke omroep te redden de publieke taken van die omroep geminimaliseerd of zelfs geschrapt worden. Tel uit je winst.

De brief adstrueert dat met voorbeelden, beginnend met wat «venster op de wereld» wordt genoemd. Bij de komst van de televisie achtte menige leidsman het Einde der Tijden aangebroken. Maar als desondanks iets positiefs van het duivelsoog verwacht werd, dan wel dat dat meer begrip zou brengen voor de Ander, de Vreemde, de Verre. Niet voor niets luidde het motto van de bbc: Nation shall speak peace unto Nation, een idealistische en optimistische parafrase van de bijbeltekst «Het ééne volk zal tegen het andere volk opstaan». Welnu, zegt de vpro: in de nieuwe programmering lijkt er geen ruimte meer voor aangekochte buitenlandse documentaires over maatschappelijke en historische thema’s. Oftewel voor de vaak indrukwekkende programma’s die in de rubriek VPRO’s Import te zien zijn – maar die ook EO, Human en ikon met regelmaat uitzenden. En dit keer gaat het niet eens om geld maar om beleid, want dit type documentaire is relatief goedkoop. Mij lijkt de maatschappelijke tendens er toch al eentje van provincialisering en bijziendheid, maar als ook de publieke televisie zich tot het «hart van Nederland» gaat beperken (behalve in geval van mondiale sporttoernooien), dan wordt het ruitje naar de wereld wel erg klein en beslagen. En walmen de spruitjes.

Ook inzake «kunst en cultuur» maakt de vpro zich zorgen. Ze heeft begrip voor het feit dat de publieke omroep zich moet bezighouden met het «brede» culturele leven. Maar in de toch al kleine ruimte die er voor cultuur is gereserveerd is de aandacht nog uitsluitend gericht op «snel, bekend en niet te hoogdrempelig» en dat dan weer vooral van eigen bodem. De brief noemt geen programma’s maar bedoelt uiteraard te zeggen dat wat in R.A.M en Picabia werd en wordt behandeld (niet alleen mainstream maar ook experiment, vernieuwing en weerbarstigheid; niet alleen Hollandse waar maar juist ook internationale tendensen) niet meer aan de orde komt. Ook hier wint kleinburger het van wereldburger.

Ten slotte luidt de vpro alarm inzake kindertelevisie. Bedroeg het budget daarvoor in 2003 nog veertig miljoen, in 2007 zal dat dertig miljoen zijn – bij een uitbreiding van de zendtijd met zestig procent! Het is inderdaad te bar voor woorden. En dus zullen eigen drama, documentaire en informatieve programma’s wijken voor buitenlandse aankopen, voornamelijk animatie. «Wie het programmaschema jeugd bekijkt waant zich eerder in de burelen van Cartoon Network dan bij een zichzelf respecterende Publieke Omroep.» Kamerleden, voorkomt deze schande.