Alarm

Arbeidsmarkt, geldmarkt, huizenmarkt, belastingmarkt… het is één kluwen en er zit rot in. Tijd voor een nieuw sociaal contract.

In de beperking toont zich de meester. Maar of het lukt om in het kort te laten zien hoe een aantal huidige problemen in de samenleving met elkaar samenhangt? Ik doe een poging.

In de zorg is een tekort aan handen aan het bed. In het onderwijs aan docenten voor de klas. Bij de politie aan agenten op straat. In de bouw aan mensen op de steiger. Een oorzaak daarvan is de vergrijzing. Maar in de Randstad is het nog eens extra moeilijk personeel te vinden door de krappe woningmarkt.

Dat laatste komt doordat er te weinig wordt gebouwd. Maar ook doordat de huizenprijzen de pan uit rijzen. Daar is de economische groei debet aan, maar óók de negatieve rente waardoor huizen een interessant beleggingsobject zijn geworden. Aan dat laatste draagt overigens ook het sterk toegenomen toerisme bij, denk aan Airbnb, wat dan weer mede het gevolg is van goedkope vliegtickets, onder andere omdat kerosine niet wordt belast.

De krapte op de woningmarkt komt trouwens ook doordat mensen tot op hoge leeftijd in hun te grote huizen blijven wonen, onder meer omdat er te weinig alternatieve woonvormen voor ouderen zijn. Door dit alles zijn de huizenprijzen zo hoog dat mensen met een vaste baan en een gewoon salaris geen woning meer kunnen vinden die voor hen betaalbaar is. Dus kunnen ze niet wonen waar ze zouden willen werken.

Tenzij ze hun vaste baan vaarwel zeggen en zich laten inhuren als een beter betaalde zzp’er. Dat gebeurt, omdat werkgevers door het tekort aan personeel soms zo klem zitten dat ze de eisen van de zzp’er welhaast blindelings inwilligen. Die zzp’er verdient dan niet alleen meer dan zijn collega’s in vaste dienst, hij kan ook nog eens genieten van fiscale voordelen. Bovendien hoeft hij zich niet verplicht te verzekeren tegen ziekte, arbeidsongeschiktheid en werkloosheid. Ook voor zijn pensioen hoeft hij niet te sparen. Oneerlijk, inderdaad. Risicovol, eveneens. Maar als het misloopt, is er als nationaal vangnet altijd nog de bijstand en later de AOW.

Natuurlijk zijn er nog mensen met een vaste baan. Maar in de zorg moeten die veel onregelmatige diensten draaien. Vaak meer dan voorheen, omdat menig zzp’er onder de collega’s bedongen heeft die diensten niet te hoeven doen én omdat er sowieso te weinig personeel is. Geen wonder dat werken in deze sector als vaste kracht dan niet meer aantrekkelijk is. Waardoor het nóg moeilijker wordt om personeel te vinden.

Politici moeten problemen niet ontrafelen maar juist in samenhang zien

Ook het rijk zelf draagt bij aan deze problemen. Niet alleen doordat de spelregels voor vaste werknemers, zzp’ers en flexwerkers verstorend werken en oneerlijk zijn, zoals de adviescommissie-Borstlap vorige week weer eens constateerde. Maar ook doordat de rijksoverheid taken heeft gedecentraliseerd naar de gemeenten, zoals de thuiszorg. In combinatie met een fikse bezuiniging.

De dupe daarvan zijn vooral organisaties in de zorg, die via een aanbestedingsprocedure alleen aan de bak komen als ze tegen steeds lagere vergoedingen zorg leveren. Wie wil dan nog in de thuiszorg werken?

De kluwen is nog complexer, maar ik stop hier. In mijn hoofd duikt de beroemde frase op uit Shakespeare’s Hamlet: ‘Something is rotten in the state of Denmark.’ Heel erg aan het rotten is het, al moet Denmark hier vervangen worden door arbeidsmarkt én geldmarkt én huizenmarkt én toeristenmarkt én internationale handelsmarkt én belastingmarkt én aanbestedingsmarkt. En dan nóg is de lijst niet compleet.

Ik weet dat ‘leiders’ op dure, door zzp’ers verzorgde trainingen leren dat je complexe problemen moet ontrafelen, zodat ze behapbaar worden. Maar het is dringend noodzakelijk dat politieke partijen die problemen juist eens in samenhang zien. Dat ze een visie ontwikkelen, een strategie, toekomstplan of hoe ze het ook willen noemen, waarmee ze laten zien dat ze zich bewust zijn van die samenhang. En dat ze op ál die terreinen aan de knoppen willen én moeten draaien om de complexe wirwar van maatschappelijke problemen te bestrijden.

Dit jaar krijgen de politieke partijen de kans nieuwe lijnen en koersen uit te stippelen. Want volgend jaar maart zijn er verkiezingen. Gaat Nederland daarna verder op de koers dat de vrije markt vrijwel allesbepalend is, of komt er een omwenteling naar een land dat een nieuw sociaal contract weet op te stellen? Want er is een nieuwe sociale kwestie, zoals de commissie-Borstlap terecht constateert. Alleen is die sociale kwestie breder dan enkel de manier waarop het werk nu is geregeld, en de onzekerheid en ongelijkheid die dat in de samenleving heeft veroorzaakt, het onderwerp waartoe de commissie-Borstlap zich moest beperken. Die sociale kwestie beperkt zich niet alleen tot de arbeidsmarkt.

Gelukkig schrijft de commissie dat het haar ‘niet gaat om de vraag of we hier nu precies de juiste concrete maatregel hebben opgeschreven’. Ze hoopt vooral dat haar denkrichting ‘aanspraak kan maken op brede steun die uitstijgt boven de traditionele scheidslijnen’. Dus schrijf ik hier niet dat deze of gene partij het met deze of die maatregel in het advies al meteen oneens is. Dus niet nu al over makkelijker ontslag voor vaste krachten of maximaal twee contracten voor bepaalde tijd voor losse krachten. Niet weer meteen, hup, de details en de daarbij horende loopgraven in.

De titel van het rapport van de commissie-Borstlap luidt: In wat voor land willen wij werken? Werk is belangrijk. Maar in verkiezingsprogramma’s moeten kiezers kunnen lezen wat voor land we willen zijn.