Albert heijn

Albert Heijn (1) Met verbijstering heb ik gevolgd hoe de pers (landelijk en regionaal) aan de haal is gegaan met het thema ‘Heijn en de Paideia-sekte’. Het lijkt volstrekt irrelevant te zijn wat Paideia werkelijk is en doet. Zelfs De Groene Amsterdammer (15 juni) kon het niet laten sensatieverhalen over Paideia te schrijven. Dat geen enkel in verband met Paideia genoemd feit waar is, dat de betreffende journalist met niemand van Paideia heeft gesproken en dat hij de ingredienten voor zijn stukje bijeen heeft vergaard uit andere publikaties - het schijnt er allemaal niet toe te doen. Wat er wel toe doet, in verband met de verkoopcijfers, is dat de familie Heijn erbij betrokken is. Paideia Food is een natuurvoedingssupermarkt in Overveen, een BV als iedere BV. Haar doel is gezond leven bereikbaar te maken voor zoveel mogelijk mensen, en zij verwezenlijkt dit door het verkopen van natuurlijk voedsel en andere produkten die geproduceerd zijn met respect voor het milieu. Dit gebeurt in een moderne, laagdrempelige supermarkt, die natuurvoeding en milieubewust leven toegankelijk maakt voor een nieuw publiek. Albert Heijn was zeer geinteresseerd in deze formule, en hij en enkele van zijn familieleden hebben aandelen in de BV gekocht. Verder zijn er geen banden tussen Albert Heijn en Paideia Food. De pers had dan ook geen kapstok gehad om deze 'heksenjacht’ aan op te hangen als een lid van de familie Heijn, Fares Boustanji, niet had besloten om Paideia eveneens voor zijn eigen doelen te misbruiken. Boustanji heeft de breuk met zijn vrouw, bestuurslid van Paideia International, en de moeilijkheden met zijn eigen project, Delphis Dames Sportsalon te Haarlem, aangegrepen om een lastercampagne te beginnen tegen Paideia. Paideia wordt dus zowel door individuen als door de pers gebruikt om hun eigen verhaal aan op te hangen. Dat De Groene daar aan meedoet, is teleurstellend. Haarlem, L.K. VERLEUR Albert Heijn (2) Leuk dat Rene Zwaap de spiritistische New-Age-zwijmelarijen van commercieel sektenland zo aan de kaak stelt (De Groene van 15 juni). Maar hij maakt een paar rare vergissingen. Hij veegt mediums, sekten, onfeilbare mystici, Oibibio-bonzen en meer van dat soort spirituele geldklopperij op een hoop met Blavatsky en de theosofie. Filosofisch-wetenschappelijk onderzoek naar Waarheid door het bevorderen van zelfstandig denken waren de doelstellingen van Helena Petrovna Blavatsky, toen zij in 1875 als medeoprichtster aan de wieg stond van de Theosophical Society in New York. Zij verklaarde openlijk de oorlog aan 'ieder onbewezen dogma, geloofsartikel, bijgeloof, dweperig fanatisme en iedere intolerantie’. (H.P. Blavatsky, Collected Writings, deel IV) Als medeoprichtster en redacteur van The Theosophist bracht zij onder de aandacht dat aan de bron van iedere godsdienst in essentie een universele wijsheidsreligie ligt, waar niet een godsdienst met uitsluiting van de andere het patent op heeft. Het maandblad groeide in korte tijd uit tot een vrij platform waar filosofische en godsdienstige stelsels werden onderzocht en vergeleken. Redacteuren zochten naar een gemeenschappelijke ethiek en moraal achter starre geloofsregels en godsdienstige dogma’s, en vonden elkaar in dit gemeenschappelijke pogen een filosofisch-wetenschappelijke onderbouwing te geven aan het vreedzaam samenleven van alle volkeren, teneinde dogmatisch sektarisme, godsdienstwaan, bekrompen nationalisme en rassenhaat tegen te gaan. Lezers en schrijvers over heel de wereld ongeacht ras, sociale status, geslacht of godsdienst namen deel. Blavatsky heeft voor haar inzet nooit een cent gevraagd, noch heeft ze ooit 'onfeilbaar meesterschap’ geclaimd. Ze weerlegde beweringen van spiritisten, mystici en fanaten met rare visioenen van rondvliegende schotels op grond van louter rationele argumenten. 'Geloof niets op voorhand, maar onderzoek het’, was haar stelling. Dus de kans is groot dat deze 'mystica’ madame Blavatsky, met de haar gebruikelijke rationele argumentatie, onze 'klein-maar-dapper’-redacteur van De Groene op zijn eenzame kruistocht tegen eng-mistige sekten, als een vriend zou hebben gesteund. Brussel,ANNA MOLENAAR Homohelden Op gezette tijden, bij voorkeur in de journalistieke komkommertijd, trakteert de Groene ons, homoseksuelen, op een oudbakken koekje van eigen deeg. De zwaaropgemaakte cover (De Groene van 22 juni) met Paul de Leeuw als 'trekker’ moest kennelijk de homoseksuele achterban opgeilen. Van een progressief blad als De Groene verwacht ik een reele weergave van de werkelijkheid en niet dit soort triviale kommer en kwel. De geetaleerde oppervlakkige en eenzijdige profilering van >f13f11< Gay Nederland (versieren, preoccupatie met seks en luxe) slaat de plank volledig mis. Er wel eens aan gedacht dat sommige homo’s ook geinteresseerd zijn in kunst, literatuur en architectuur? Dat zou echter een Groene opleveren die net iets te grijs van kleur zou worden. Extravagantie etaleren is trouwens een zaak van geprivilegieerdheid in sociaal opzicht homo of niet. Graag dus in het vervolg wat meer objectiviteit. Bennebroek, JAN SLEEGERS Gerard 5In De Groene van 15 juni zag ik mezelf vermeld in de Gerard-kroniek: 'De Volkskrant stuurt Klaas de Wit op Gerard af om te toetsen of hij wel een echte katholiek is.’ Deze uitspraak is weliswaar vermakelijk, maar historisch gezien niet helemaal correct. Ik was in 1947 uit overtuiging lidmaat van de Heilige Roomse Kerk geworden, maar in 1966 al niet meer praktizerend. De verwijdering kwam vooral vanwege de in politiek opzicht en in sexualibus zo verkrampte houding van die organisatie. Ook mensen als mgr. Bekkers en dokter Trimbos konden daar weinig aan veranderen. Gerard had ik leren kennen tijdens een lezing die ik voor het Stedelijk Gymnasium van Leeuwarden had georganiseerd. Ik vertelde hem dat ik er met mijn verstand niet bij kon dat iemand met zulke openhartige en controversiele standpunten inzake de dingen des vlezes, iemand die daarnaast in zijn jeugd zo zwaar had geleden onder de geestelijke monocultuur van een rigide systeem als het communisme, nu zo sterk de behoefte voelde zich bij deze kerk aan te sluiten. We bleven hierover in contact. In het kader van dit persoonlijk contact stelde ik voor om hem ter gelegenheid van zijn officiele toetreding tot de kerk te interviewen voor de Volkskrant. Hij was hiertoe bereid, op voorwaarde dat hij a) er enig geld voor zou ontvangen en b) het interview van tevoren zou mogen lezen en de hem in de mond gelegde passages eventueel veranderen. Met het laatste had ik geen probleem; over het eerste deed de Volkskrant aanvankelijk erg moeilijk, maar uiteindelijk zwichtte men. Het interview verscheen ruim een maand nadat Gerard het H. Doopsel toegediend had gekregen en hij kreeg er, meen ik, honderd gulden voor. Of ik er zelf financieel beter van geworden ben, kan ik me niet herinneren. In elk geval kan ik met de hand op m'n hart zweren dat ik me door de Volkskrant niet als een soort verspieder op hem heb laten afsturen. Vries, KLAAS DE WIT