Albright kan beter een doventolk meenemen

De opdracht van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright is niet eenvoudig. Zelfs als ze Israeli’s en Palestijnen deze week weer om één tafel krijgt, zijn onderhandelingen gedoemd te mislukken zolang Israel niet geneigd is tot de concessies die Arafat nodig heeft om zijn achterban van de zin van dit vredesproces te overtuigen. Bovendien ontbeert Albright de praktische middelen die nodig zijn om vooruitgang te boeken. Daar de Israelische regering absoluut niet met argumenten te overtuigen is, blijft politieke druk de enige weg, maar gezien Clintons pro-Israelische instincten is inzet van dit wapen bij voorbaat uitgesloten. Zolang Bibi ongestoord zijn gang lijkt te kunnen gaan, maken de Amerikanen zich in Palestijnse ogen ongeloofwaardig.

Israel zal verdere gesprekken ongetwijfeld afhankelijk stellen van inwilliging van zijn veiligheidseisen. De Arabische zijde brengt daartegen in dat zonder discussie van politieke geschilpunten verbetering van Israels veiligheid illusoir blijft. Beide partijen hebben gelijk. Zolang terroristen Israelische burgers in de lucht laten vliegen, is er in Jeruzalem geen draagvlak voor verdere tegemoetkomingen. Integendeel, Netanyahu heeft de jongste aanslagen aangegrepen om toegezegde terugtrekkingen uit stukjes Westoever te bevriezen. Maar zonder groter gebied en sterker gezag blijft het Palestijnse recht op zelfbeschikking een lachertje, en zullen meer Palestijnen tot het besluit komen dat tegen ‘de zionistische vijand’ alleen fysiek geweld helpt.
De twee eisenpakketten - Israels veiligheid en Palestina’s politieke empowerment - zijn dus onlosmakelijk met elkaar verbonden, en de een kan niet zonder de ander worden gerealiseerd. Maar momenteel is de stem van de rede in het Midden-Oosten verstomd. Beide volkeren zijn geobsedeerd door hun eigen gelijk. Beide hebben zichzelf en elkaar zozeer gehersenspoeld dat hun wantrouwen een self fulfilling prophecy is geworden. Aan Palestijnse kant zit het besef van eigen slachtofferschap er zo diep ingebakken dat pijn toebrengen aan Israeli’s tot laatste uitweg wordt. Israel beantwoordt dat met al even zinloze strafmaatregelen, die de toestand alleen maar verergeren: draconische afsluitingsmaatregelen, inhouden van Palestijnse pensioengelden, vernederingen zoals Arafats helikopter aan de grond houden. Plus nog een nederzetting, en nog een. De boodschap die de Palestijnen ontvangen, luidt inderdaad dat Israel gewoon niet in vrede geïnteresseerd is. Tragisch is de discrepantie tussen de boodschap zoals die wordt ontvangen en de boodschap die de meeste Israeli’s zouden willen uitzenden. De meerderheid van Israeli’s is namelijk bereid territoriaal op te schikken om ruimte te maken voor een Palestijnse staat als dit tot veiligheid leidt. Net zoals een meerderheid van Palestijnen nog steeds bereid is de joodse buurman veiligheid te verschaffen als hij maar een Palestijnse staat gedoogt. Na honderd jaar bloedig samenleven hebben de partijen echter nog steeds niet geleerd de taal te spreken die hun tegenspeler verstaat. Albrights resultaten zullen afhangen van haar vermogen tussen twee dove naties te tolken.