Aleksandr brener

Ruim een jaar geleden spoot Aleksandr Brener in het Amsterdamse Stedelijk een gifgroen dollarteken op een van de beroemdste schilderijen van Malevitsj. Het leverde hem roem, verguizing en vijf maanden gevangenis op. Hij schreef daar ‘Een ondergezeken pistool’, dat vrijdag wordt gepresenteerd in theater Zeebelt te Den haag. ..LE HET STAAT ALS ÇÇn koel regeltje helemaal onder aan zijn curriculum vitae, na een opsomming van groepstentoonstellingen in Moskou, Hamburg, Tel Aviv en Kopenhagen: Green $ on White Cross, Stedelijk Museum Amsterdam. Alsof hij gewoon aan een expositie heeft meegedaan. Alsof achter het koele regeltje niet een tragische geschiedenis schuilgaat.

Op een grauwe winterochtend, januari vorig jaar, wandelde de Russische kunstenaar Aleksandr Brener het Stedelijk Museum binnen. In zijn zak had hij zo'n graffiti-spuitbusje. Hij liep naar zaal 206, bleef tegenover het schilderij Suprematisme 1920-1927 van zijn landgenoot Kasimir Malevitsj staan en bracht er met ÇÇn vloeiende beweging een gifgroen dollarteken op aan. Vrijwillig meldde hij zich bij de suppoost die, volgens Brener, aanvankelijk niet eens zag dat er iets aan het schilderij veranderd was. Hij werd ingerekend en in het huis van bewaring in Hoorn ondergebracht. Vijf maanden zou hij vastzitten. Het dollarteken werd zo snel mogelijk van het schilderij geveegd, maar de groene verf was in de pori‰n en scheurtjes gekropen, het doek bleek onherstelbaar beschadigd. Suprematisme, zeiden de taxateurs, was tien procent minder waard geworden.
Green $ on White Cross is de titel van iets dat niet meer bestaat. De titel van een daad. Een daad van vandalisme, vinden de meesten. In de kranten werd over ‘beschadiging’, 'vernieling’ en 'iconoclasme’ gesproken en werd Aleksandr Brener als een gefrustreerde kunstenaar en een kunstterrorist gekenschetst. Brener zelf stelde dat hij een 'kunstdaad’ had gepleegd, een 'art-performance’. Het witte kruis op het grijzig getinte schilderij van Malevitsj was voor hem het symbool van zuiverheid en schoonheid, voor waarachtige kunst. Het dollarteken dat hij 'als een Christusfiguur aan het witte kruis nagelde’, symboliseerde de corrupte windhandel die het kunstbedrijf inmiddels is. Kunst is daarin een synoniem van geld en dat wilde Brener aan de kaak stellen. De manier waarop de aanslag onmiddellijk ook in termen van kapitaalvernietiging wordt beschreven, laat zien dat hij daar niet helemaal ongelijk in heeft.
HET BLIJFT EEN schokkende paradox: een artistieke daad die bestaat uit de vernieling van een wereldberoemd kunstwerk. En de paradox gaat nog verder: een onbekende kunstenaar beschadigt een meesterwerk in een prestigieus museum waar hij stiekem het liefst zelf in wil worden opgenomen. Zo bezien is het niet eens zo gek dat Green $ on White Cross op het CV van Aleksandr Brener staat. Het is zijn bekendste 'kunstwerk’.
Wat moet je ook als avantgardist in een tijd dat het avantgardisme niet meer bestaat? Of beter gezegd: in een tijd waarin avantgardistische kunst binnen de kortste keren staat opgesteld in de lichte zalen van de kunsttempels waar zij zich tegen afzet? De beeldenstormers die de historische avantgardisten waren, hoefden alleen maar 'ludiek’ te zijn om de kunstwereld te choqueren. Ze hoefden alleen maar het heilige imago van een kunstwerk te vernietigen, niet het kunstwerk zelf. Denk aan het snorretje en sikje dat Marcel Duchamp op een afbeelding van de Mona Lisa plakte. Denk aan zijn pisbak. Tegenwoordig is grover geschut nodig voor het Çpater les bourgeois.
Aleksandr Brener is ook nog eens een Russische avantgardist, een dolende romanticus die achter het IJzeren Gordijn blind vertrouwde op de westerse cultuur. 'Ik leefde’, schrijft hij, 'als een bedevaartganger op het punt van vertrekken, als een verliefde v¢¢r een lang verbeide ontmoeting. De leugens en de vuiligheid in mijn eigen land beschouwde ik als een lokaal, zeer plaatselijk verschijnsel.’
Na de val van het communisme werd die vuiligheid voor een ander soort vuiligheid ingewisseld: die van het kapitalisme. Ook in de kunst. Even was de Russische perestrojka-kunst 'in’ en lucratief, en bezochten westerse kunstpausen Moskou en Petersburg. Ze spraken niet de esoterische, visionaire taal waar Brener zo naar verlangde, maar de taal van de dollar. Toen moet er iets in hem zijn geknapt.
ALEKSANDR BRENER werd in 1957 in Alma Ata in Kazachstan geboren. Hij studeerde Russische taal- en letterkunde in Leningrad en emigreerde in 1988 naar Israel, waar hij voor een Russische krant ging schrijven. Toen hij na een ruzie met de hoofdredacteur zijn ontslag kreeg, ging hij performances doen op straat.
In 1990 keerde hij terug naar Moskou waar hij zich als kunstenaar vestigde. Hij trof er een corrupte maatschappij met een corrupte kunstwereld aan. De kunstenaars die hij uit de verte had bewonderd, hielden zich niet met kunst bezig maar met hun carriŠre. 'Het waren verdomme geen kunstenaars!’ schrijft hij. 'Ofwel ik ben een volslagen idioot, ¢f zij waren geen kunstenaars. Ik was de kunstenaar. Al spoedig kwam de eerste rel.’
Tijdens zijn gevangenschap in Hoorn hield Aleksandr Brener een dagboek bij dat hij de bizarre titel Een ondergezeken pistool meegaf. Behalve dagboekaantekeningen bevat het zijn biografie in vogelvlucht, 'theoretisch gewauwel’ over zijn kunstopvatting, schuttingtaal en hoogdravende gevoelsuitbarstingen. Hij weidt vooral uit over de rellen die zijn provocaties veroorzaakten.
Hij beschrijft hoe hij literaire bijeenkomsten verstoort door heel hard 'Het brandt! Het brandt!’ te gillen, net zo lang tot het publiek de zaal verlaat. Of door de kreet uit te slaan: 'Mijn mama wil naar bed!’ Hij verhaalt over hoe hij vernissages ontregelt. Een hypocriete Amerikaanse kunstpaus laat hij met een enorme bos rode rozen alle hoeken van de expositieruimte zien. Tijdens een andere opening loopt hij schreeuwend rond terwijl zijn kunstbroeder Oleg Kulik naakt op handen en voeten rondrent en het publiek in de kuiten bijt. Op de persconferentie van een groot Duits kunstfestival is hij verkleed als Batman, gewapend met een waterpistool.
Als de oorlog in Tsjetsjeni‰ in alle hevigheid woedt, gaat hij in boxershort en met bokshandschoenen aan op het Rode Plein staan om Jeltsin uit te dagen tot een duel. Nadat Wit-Russische militairen een onschuldige Amerikaanse luchtballon aan flarden hebben geschoten, koopt hij vier flessen tomatenketchup en besmeurt hij de gloednieuwe Wit-Russische ambassade.
Bovenal gaat het hem om, zoals hij het zelf noemt, het falen van de moderne kunst. Tijdens zijn actie 'Ontmoeting’ probeert hij op een koude winterse dag met zijn vrouw de liefde te bedrijven bij het standbeeld van Poesjkin. 'Het lukt niet! Het lukt niet!’ roept hij erbij. De conclusie in zijn dagboek: 'Niets lukt de moderne kunstenaars.’ Als voorbeeld van een geslaagde actie noemt hij ook het poepen in het Poesjkin-museum in Moskou op het moment dat hij naar een doek van Van Gogh loopt en krijst: 'Vincent! Vincent!’
EEN ONDERGEZEKEN pistool is een geschrift dat een lang vervlogen tijd uitademt. Aleksandr Brener is de verkeerde man op de verkeerde plaats. Zo op papier klinken zijn performances nogal flauw - niet voor niets is zijn dagboek, behalve aan zijn ouders, opgedragen aan 'alle pubers’. Hij mag dan benadrukken dat hij allerminst provoceert om te provoceren, de uiteenzetting van zijn motieven is verward. Hij wil uit het kunstgetto breken door 'democratische kunst’ te maken. Dat bestaat uit 'de naakte menselijke schreeuw’, de 'po‰tische kreet’, oftewel: actie. Brener geeft veel woeste omschrijvingen, helder wordt het allemaal niet.
EÇn ding is wel helder: het moet hem van aandacht in de media verzekeren. Omdat zijn Russische acties hier vooral aan vroeger doen denken, moest hij een stap verder gaan. Hij is de eerste niet en zal de laatste niet zijn die zijn gefnuikte kunstenaarschap op een gecanoniseerd kunstwerk afreageert. Het treurige is dat de aandacht die je daarmee trekt niets te maken heeft met hooggestemde idee‰n over kunst. Integendeel. Er is alleen maar iets kapot gemaakt dat zich aan corruptie en vuiligheid probeerde te ontrekken.