Alex, tijn pen emily

Volgende week gaat het nu al fel omstreden stuk ‘Emily, of het geheim van Huis ten Bosch’ in première. Een toneelstuk over de spanningen in het gezin Oranje-Nassau. Op deze pagina’s enkele scènes uit het derde bedrijf. Van wie is Emily?
Emily, of het geheim van Huis ten Bosch, door Theatergroep Toetssteen onder regie van Ger Beukenkamp, is te zien vanaf donderdag 28 november in Theater De Engelenbak te Amsterdam.
HET IS AVOND. De salon. Friso en Willem-Alexander komen binnen.
Alex (vertrouwelijk): Is Tijn met… dat meisje naar bed geweest?
Friso: Weet ik het?
Alex: Dat weet je wel. Jou vertelt iedereen altijd alles.
Friso: Tijn heeft met moeder over die Emily gepraat en ze hebben samen besloten dat ze daar ruzie over gaan maken. Maar als jij nou met die Emily aankomt…

Alex: Ik ben… ik houd echt van haar. Ze is heel lief en als ze lacht… dan weet je niet wat er gebeurt! Kijk niet zo therapeutisch, Fries!
Geschuifel van stoelen in de andere kamer.
Friso (snel en fluisterend): Moet je horen, opa en oma zijn gebleven. Ma wilde absoluut dat we vanavond thuisbleven. Je moet echt nu open kaart spelen.
Alex: Toch niet waar iedereen bij is?
Friso: Jawel.
Constantijn komt de kamer in.
Constantijn: Je hebt een Swiss Army Knife nodig om hier door de dikke atmo te snijden.
Friso: Tijn… als jij met Emily naar bed gaat, hoe kleed je je dan uit?
Constantijn: Eerst sokken, dan overhemd, dan onderhemd; dat is heel belangrijk. Een man met sokken, zonder broek, of een overhemd over een slip, dat is killing.
Friso: En zij? Of laat je dat aan de loop der lusten over?
Constantijn: Ik wilde het uitmaken, vanavond. maar dat kan nog wel even wachten.
Alex (een beetje ongecontroleerd): Omdat zij ’t wil uitmaken, daarom kan ’t nog wel even wachten!
De broers kijken Alex aan.
Constantijn: Wat heb je? Ken jij d'r soms?
Alex: Een huis vol konkel is het hier. M'n moeder met haar…
Friso: Strategie…
Alex: Ik wil er niks nooit meer over praten!
Beatrix en Claus in de deuropening.
Beatrix: Dat is dan heel jammer, Alex, want ik wil het er wel over hebben.
Alex: Laat me toch vrij. Ik wil althans tien procent van mijn eigen leven in de hand hebben. Mag dat? Negen? Acht?
Friso: Ignition starts.
Claus: Gedraag je, Alex. Gebruik je verstand. Die vrijheid die jij wilt, bestaat voor niemand.
Alex: Heus wel.
Beatrix roept naar achteren.
Beatrix: Vader, moeder, komt u er even bij? Neemt u die fles maar mee, ja?
Ze bekijkt haar vier mannen.
Beatrix: Nu gaan we even rustig zitten. Tijn, ik heb heel grote moeite met jouw… Emily. ‘Gewoon zijn’ kan een gunstig predikaat zijn, voor mijn part een soort geuzennaam. Dat kan gebeuren met enige zieleadel, met stijl of een andere bijzondere eigenschap. Grace Kelly had dat.
Friso: Lady Di.
Beatrix: Jullie weten wat ik bedoel. Het kan. Maar als gewoon zijn niet méér betekent dan gewoon zijn, dan is mij dat niet voldoende, Constantijn. Die Emily van jou…
Friso houdt nauwkeurig zijn broer Alex in de gaten. Die wordt al maar roder en roder.
Beatrix: …is een beetje luidruchtig, materialistisch, berekenend, bekrompen…
Claus staat op.
Beatrix: Claus, blijf nou zitten. Hier moeten we even doorheen. Je was het me me eens dat ik dit zou zeggen.
Claus: Je zou je mening zeggen, maar je stuurt het nu al aan op een openbare terechtstelling van dat meisje.
Beatrix: Goed, goed, ik zal het bij mijn mening houden.
Claus: Mening en gebod zijn bij jou een en hetzelfde.
Beatrix: Een meisje, niet te onderscheiden in de eerste de beste winkelstraat. Een muizehoofdje met een muizegeest.
Friso staat op.
Beatrix: Dat wat betreft jouw Emily, Constantijn. Alex…
Claus: Je doet dit niet goed, moeder. Je bent onaardig, tactloos en bezig het tegendeel te bereiken van wat je wilt. Als je zo van leer trekt, dan zie ik de boys met een nog gewoner meisje thuiskomen, als protest.
Beatrix: Dat komt allemaal… doordat ik ontzettend boos ben.
Friso: Moeder, we hebben allemaal heel veel respect voor je; het is prachtig wat je allemaal doet en we staan er met open mond naar te kijken, maar realiseer je wel dat jij het zelf bent die de wereld gewoon maakt. In jouw schaduw, in de schaduw van dat monument dat je van jezelf maakt, valt iedereen in het niet.
Alex: Jij dringt iedereen in een hoek. Jouw van God gegeven misprijzen verschroeit alles wat de kop opsteekt.
Beatrix: Wat steekt dan de kop op? Welke bijzondere bloem wens jij dan mee naar ’t paleis te nemen?
Constantijn: Je bent kwaadaardig aan het worden. Het is precies wat vader zei. Uw tsaristisch gedrag bewerkstelligt precies het tegendeel… Ik ga met Emily trouwen. Mmmm, muizegeest, lekker.
Friso (luid): Dat doe je helemaal niet!
Iedereen kijkt Friso aan.
Friso (tegen Constantijn): Heel kinderachtig wat je aan het doen bent. Je moet moeder niet zo opjagen.
Beatrix: Wat bedoel je, Friesje?
Friso: En u moet niet zo hard oordelen over iemand die u nog nooit gezien heeft.
Beatrix: Ik heb m'n…
Alex/ Friso/ Constantijn: Inlichtingen!
IEDEREEN PRAAT door elkaar. Juliana tikt met haar wijnglas op de tafel.
Juliana: Ik wil dat dit afgelopen is! Anders ga ik naar huis.
Uit respect houdt iedereen even de mond. Juliana voelt dat ze wat moet gaan zeggen.
Juliana: Ik wil alleen maar zeggen…
Bernhard: Je wilde helemaal niets zeggen, moeder.
Juliana: Eerst niet, maar nu wel.
Bernhard: Wel begrijpelijk houden, moesje.
Juliana: Ik ben oud, maar ik ben ook wijs. En ik wil zeggen… dat er geen doel groter is dan het geluk van een mens…
Bernhard: Kerstmis 1958.
Beatrix: Moeder…
Bernhard (onverwacht ernstig): Laat haar uitspreken.
Juliana: Het communisme van have en goed was een slechte zaak, maar het communisme van denkbeelden is dat ook. Klinkt misschien als malle wijsheden, maar ik heb er m'n leven over gedaan om dat met zekerheid te kunnen beweren; en ik weet wat ik zeg… geen groter doel dan het geluk van een mens.
Beatrix: Uw geschiedenis is niet de mijne, moeder.
Juliana: Ik ben nog niet dood.
Beatrix (alsof ze het vorige niet gehoord heeft): Er zijn duizenden meisjes die in aanmerking komen, waarom nu juist zo'n… Emily, Constantijn?
Friso: Moeder, als u ons niet gevraagd had om vanavond thuis te blijven, dan…
Constantijn (snel): Was ik nu al verloofd met haar.
Friso: Dat liegt-ie! Hij heeft ons net verteld dat-ie ’t vanavond met die Emily zou uitmaken, tegen Alex en mij, een kwartier geleden.
Constantijn: Mama’s lieve jongen!
Beatrix: Is dat zo, Constantijn?
Constantijn: Ja. Ik weet niet; 'k vond haar een beetje 'te gewoon’.
Claus: Waar maken we ons dan druk over?
Beatrix (naadloos): Over de keuze van onze oudste zoon.
Alex: Ik doe dat liever onder vier ogen, moeder.
Bernhard (terzijde tegen Juliana): Is dat die Joke?
Juliana: Ja.
Bernhard: Dat is toch geen naam? En zeker niet in het Engels.
Friso: Voordat er weer een storm opsteekt: de verhouding tussen Joke en mijn oudste broer is óók van de baan.
Claus: Dat gaat hard.
Bernhard: Huwelijksmakelaar Friesje zwaait met de zeis.
Beatrix: Dus er is geen Emily en geen Joke meer?
Constantijn: Nee.
Beatrix: Goed, laat ’t zo zijn.
Alex: Uw zelfgenoegzaamheid is verschrikkelijk!
BEATRIX: ER ZIJN dingen te doen, Alex, dat is iets anders. En in onze professie is het hoogst persoonlijke het hoogst openbare. Kan een inpalmende glimlach het einde van het staatsbestel betekenen.
Alex: Ik wil niet verdorren en verkruimelen!
Beatrix: Ik heb daar nog niet het geringste symptoom van kunnen constateren, bij jou. Ik ben in ieder geval blij dat die Joke uit ons gezichtsveld is verdwenen.
Alex (machteloos): Ha!
Beatrix: Ik ben het allemaal met jullie eens en ik weet precies wat oma bedoelt, maar… verliefd word je niet alleen op een lichaam, of op een gezicht. Je word toch in de eerste plaats aangetrokken door een geest, door een energie, door het wezen van een persoon? En als jullie zeggen: dat is blauwkousenpraat, dan geloof ik dat niet. Alleen bezielde dingen bestaan, of dat nou huizen, kunst, gewoon de dingen zijn… maar ook mensen. Er is geen verschijningsvorm alleen maar als vorm. Dat denk je soms wel eens, dan wil je versmelten met iets of iemand, een tijdelijke vergetelheid. Maar dat is in feite een vergissing. Heel vervelend, misschien, dat dit zo is, maar de mens… en ik hoop zeker mijn kinderen, dat is een geestwezen, al weet-ie het zelf niet zo goed. Je hoeft maar eenmaal in je leven een kluit klei in je handen gehad te hebben met de bedoeling daar iets van te maken om te weten dat materie an sich niet bestaat. Een keer voor een stuk ruw marmer te staan, om daar iets uit te voorschijn te willen toveren, om te weten dat erotiek niet het ding zelf is…
Constantijn: Conclusie?
Alex: De dochter van de melkboer is geen materie an sich.
Beatrix: Het is andersom, Alex. Je vader en ik hebben je zo proberen op te voeden, dat de kwaliteit van die opvoeding evenredig zal zijn aan jouw vermogen te onderscheiden.
Alex: Dit is gewoon een sluwe omweg om te zeggen dat u bepaalt wie mijn vrouw zal worden. 'De kwaliteit van mijn opvoeding…’ Ik…ik… Mijn moeder, God, en verder de hele wereld zijn erop uit geweest van mij een passende baksteen te maken, die… die precies in uw straatje past.
BEATRIX: ALS WE op deze voet doorpraten, kunnen we dat inderdaad beter onder vier ogen doen. Ik heb juist iedereen hier bij elkaar gevraagd, om de mening van de anderen… maar goed, ik begrijp van Friso dat het onweer uit de lucht is.
Alex: Onweer?
Constantijn: Maar ’t bleef nog lang buiig.
Alex: U zoekt het maar uit met uw vier ogen of tachtig ogen. Hoeveel ogen ook, er is altijd maar één mond en dat is de uwe. Altijd maar een klont klei en dat zijn wij met z'n allen. En daar maar lekker in kneden. En daar buiten is er een nog grotere klomp, van vijftien miljoen mensen, ook kneden en beïnvloeden. Met mooie woorden, met zalvende woorden, met rotwoorden, maar het moet en zal een vorm krijgen die alleen u begrijpt. Zo is het wel!
Beatrix: Geef me een beeld, geef me een gedachte waaruit jouw visie, jouw kijk op het leven, jouw credo of zelfs maar een glimp daarvan blijkt, en ik leg me erbij neer.
Alex: Neerleggen? Dat kunt u helemaal niet, omdat u in een harnas staat.
Juliana: Nou is het voorbij!
Alex: Precies. Ik ga weg. Ik heb genoeg van dat gezoem hier in huis. Ik ben een mens; heel jammer voor de monarchie, voor het huis van Oranje, voor de constitutie van Nederland, voor mijn moeder, maar ik ben een mens.
Alex wil de salon uitlopen.
Beatrix: Weglopen… Nu, dat zal ik hoog opnemen.
Alex: Dat mag ik hopen. (Wijst naar Friso.) Neem hem maar. Hij is zo verstandig en gewend alles in het geniep te doen. Tot ziens.
Alex weg. Stilte.
Beatrix: Alex is achtentwintig jaar, dan ben je toch bepaalde dingen ontgroeid? Ik maak me zorgen. Als we hier een voorbeeld hebben van zijn algemene zin van reageren, dan ben ik erg bang dat hij te emotioneel, te beperkt is voor wat er op hem wacht.
Juliana: Weet wel wat je zegt, Beatrix. Dat is een heel onverstandige speculatie.
Beatrix: We zijn hier toch onder elkaar, of niet soms? Ik eh… Wat zouden jullie ervan vinden als ik inderdaad besloot Alex te passeren ten guste van Friso?
De anderen reageren sterk.
Friso: Moeder, alstublieft.
Beatrix: Ik heb alle consequenties al regelmatig door m'n hoofd laten gaan. En ik denk dat het kan. Alex is zo onstandvastig. (Tegen Friso:) Heeft hij nu een vriendin of niet? Friesje!
Friso: Als ik koning moet worden, pleeg ik zelfmoord!
Juliana: Friso!
Beatrix (radeloos): Dit is toch… Dit heb ik niet verdiend!
Claus (heel aardig): Mam, luister es even. Ik heb die jongens zo es bekeken, en nou ben ik er haast zeker van…
Beatrix: Niet meer rampen, Claus, nu even niet.
Claus: Ik wil alleen zeggen dat ik helemaal achter je sta, maar volgens mij, wat je allemaal zei over die Emily… Toen ik verleden week zo onverwacht thuis was, weet je wel, toen hadden de jongens meisjes op bezoek…
Beatrix: Wat! Hier op het paleis?
Claus: Ook dat, maar, ze probeerden ze natuurlijk voor mij verborgen te houden, maar ik hoorde hun stemmen op de gang. En een van die meisjes zei, dat hoorde ik heel goed: 'Is die dooie zeerol alweer terug?’
Beatrix (radeloos): Lieve hemel, wat een verschr…
Claus: En nu denk ik dat het meisje dat dat zei, die Emily van Constantijn is.
Beatrix: Maar dat schijnt dan nu toch uit te zijn tussen die twee, Godlof.
Claus: Ja, maar nu heb ik zo'n vermoeden… Ik weet wel zeker dat Emily van de een naar de ander is gegaan. Dat zij het meisje is waar Alex het over heeft.
Beatrix: Alsjeblieft, nee! Ik heb haar een muizegeest genoemd en bekrompen. (Korte stilte.)
DE DEUR ZWAAIT OPEN. Daar staat een verhitte Alex.
Alex: Zo, goedenavond. Fijn dat iedereen er nog is.
Ze zijn verontrust door zijn vreemde stem.
Alex: Ik wil jullie iemand voorstellen. (In de gang:) Kom maar, lieveling.
Buitengewoon schuchter verschijnt Emily in de deuropening. Het hele gezelschap lijkt wel verlamd door de situatie.
Emily: Goedenavond… ie… iedereen… ik…
Claus: Die stem was ’t.
Emily: Ik ben…
Constantijn (verbijsterd): Emily!
Emily (verlegen instemmend): Ja. Ik zal me even netjes voorstellen.
Alex: Pas op die fles, lieverd.
Naast oma’s stoel staat inderdaad de fles cognac nog. Emily struikelt erover. Alex probeert haar nog op te vangen, maar het is te laat. In haar volle lengte valt Emily, in de lucht grijpend, over de salontafel. Een kabaal van jewelste.
Alex: Dit is Emily. Mijn aanstaande verloofde.