Algerije heeft de beste wiskundigen

Op zijn persconferentie van afgelopen vrijdag noemde minister van Binnenlandse Zaken Moustapha Benmansour de uitslag van de Algerijnse parlementsverkiezingen een ‘overwinning voor de democratie, voor de jeugd en voor de president’. Dat was niet eens helemaal gelogen. Helaas had de minister in één opzicht gelijk: voor president Amin Zéroual is de stembusuitslag een klinkende overwinning.

Zijn gelegenheidspartij, het Nationaal Democratisch Appèl (RND), behaalde 155 van de 380 zetels. Samen met de 64 zetels van de voormalige eenheidspartij FLN beschikt de kliek van Zéroual over de absolute meerderheid. Die overwinning is behaald dank zij de rijdende stembussen op het platteland, die beheerd werden door regeringsgetrouwe functionarissen en niet waren onderworpen aan enige controle door afgevaardigden van de partijen of internationale waarnemers. De generaalskliek heeft geleerd van de blamage van 1991. Toen behaalde het Islamitische Heilsfront (FIS) dertig procent van de stemmen, wat volgens de logica van het toenmalige districtenstelsel voldoende was voor een absolute meerderheid. De partij werd prompt verboden.
Sindsdien is een representatief stelsel ingevoerd en hebben de Algerijnse veiligheidsdiensten hun reputatie waargemaakt door achtereenvolgens de herverkiezing van president Zéroual en het referendum over de nieuwe grondwet naar hun hand te zetten. De afgelopen maanden hebben ze zichzelf overtroffen door een zetelverdeling in elkaar te knutselen die precies overeenkomt met de prognoses van de regering. De kilotonnen koeskoes, besteed aan onderhandelingen met burgemeesters, sjeiks en fabrieksdirecteuren, hebben zich ruimschoots terugbetaald. Terwijl Benmansour orakelde of zijn leven ervan afhing - ‘een zege voor het Algerijnse volk!’ - konden zijn eigen agenten in de zaal hun lachen niet houden. Zoals een van hen zei: 'Het is een overwinning voor de wiskundigen. Wij hebben de beste van de wereld.’
Voor de Algerijnse jeugd is de uitslag een schijnoverwinning. Meer dan de helft van de stemgerechtigde Algerijnen is onder de 25, dus elke uitslag zou als overwinning van de jeugd kunnen worden voorgesteld, ware het niet dat de meeste jongeren in 1991 op het FIS stemden. Hoe ze nu gestemd hebben of hadden willen stemmen, weet niemand. Het lage opkomstpercentage maakt elke speculatie zinloos.
Voor de democratie is de uitslag in elk geval een absolute nederlaag, en niet alleen op formele gronden, zoals de uitsluiting van de grootste partij, de perscensuur en de vervalsing van stembriefjes. De kleinere partijen en onafhankelijke kandidaten die hopen op een dialoog met de islamisten, versterking van de democratische instellingen en een reële verhoging van de levensstandaard - kortom, op een leefbaar land - zijn opnieuw vermalen tussen de grote legale en illegale machtsblokken. Het Front van Socialistische Krachten - een ouderwets ronkende naam, waarachter niettemin enkele van de beste Algerijnse politici schuilgaan - heeft slechts negentien zetels 'gekregen’. Daarentegen hebben de vertegenwoordigers van terreur en contraterreur in de ogen van hun aanhang een legitimiteit verworven waarop ze weer jaren kunnen teren.