Algerije live!

Ik probeer het mij voor te stellen. Een bende gemaskerde mannen dringt een Algerijns woestijndorp binnen en slacht de bevolking af. Een hels karwei. In speelfilms gaan mensen gemakkelijk en snel dood. Er komt soms wat bloed aan te pas, maar niet de liters die een mens kan verliezen voor hij of zij een lijk is. Sterven in films gaat in een oogwenk. Het schreeuwen duurt maar even. De hoeveelheid rommel is te overzien. Alleen in horrorfilms wil het nog wel eens een kliederboel worden. De spartelende en gutsende overdrijving van het horrorgenre is de andere kant van de medaille van het schone en snelle sterven in de doorsnee speelfilm: het lijkt niet echt.

Ik kreeg van een jonge Siciliaanse filmmaker een lange videoband met een opmerkelijke collectie aan wrede beelden. Beelden die het onvoorstelbare voorstelbaar maken. Sequenze di morte noemde hij zijn macabere verzameling. Het materiaal is zeer divers. Er zijn fragmenten uit documentaires over Afrika, ranzige Italiaanse griezelfilms, medische voorlichtingsfilms, commercials voor het rouwbedrijf, journaalbeelden van autoraces en nog veel en veel meer. Binnen de bonte verzameling raakt alles besmet. Eenmaal opgenomen in de collectie is geen beeld onschuldig meer.
Ik doe een greep zonder mij af te vragen waar de beeldenverzamelaar zijn materiaal vandaan heeft. De documentaire opnamen van een Aziatisch vissersdorpje brengen mij terug naar het woestijndorp. De vissersgemeenschap zit te werken op het strand. Er staan tientallen grote rugvinnen van haaien in het zand gestoken te drogen. De mensen die aan het werk zijn, blijken allemaal wel een arm of een been te missen. De prijs van de haai wordt duur betaald. De met ledematen en levens betaalde vinnen worden voor geld verkocht aan rijke Chinezen. Vanwege de vermeende werking als afrodisiacum. Is het pervers om dan te denken aan de gewonde woestijndorpbewoners die het slachten overleefden? De haaienvissersfilm toont de geheelde, afgestompte ledematen van de vissers bij hun werk op het strand. Hun strompelen brengt de natuurlijke meedogenloosheid van de haai in herinnering. Valt dat voor te stellen: een bende gemaskerde mannen dringt als een school haaien een woestijndorp binnen?
Ook op de band van de Siciliaanse verzamelaar: beelden van een Afrikaanse stam die zo op het oog in prekoloniale tijden leven. Ze doden tijdens de jacht een olifant. Als je maar met genoeg bent en genoeg speren hebt en steeds wegrent als je een speer hebt gegooid, lijk je niet eens veel risico te lopen. En de berg vlees en bloed is nauwelijks te overzien. Het woestijndorp is een abattoir dat de wereldpers haalt. Een wereldpers die van de gebeurtenis geen voorstelling kan geven, want hoe laat je zien dat een heel dorp als een aangeschoten olifant aan moten wordt gehakt?
Op de band nog meer beelden van de Afrikaanse jagers. Ze maakten ook jacht op een andere stam. Of misschien zelfs op elkaar. Bij de overwonnenen werd de penis afgesneden. Dat zie je ook niet iedere dag met zoveel stralen bloed. Of ik nu nog aan het woestijndorp denk?
De commentaarloze aaneenrijging van diverse gruwelijke fragmenten bevat een ontnuchterend inzicht. De slachting van een Algerijns dorp is misschien toch niet zo onvoorstelbaar en ontoonbaar. Het is allemaal al vele malen op film- en videobeelden vastgelegd. Als het journaal het niet ethisch vindt om het slachten zelf te laten zien, dan zouden ze ook een fragment uit een natuurfilm kunnen inlassen. Of een stukje uit een oude griezelfilm. Of een medische educatiefilm. Er moet toch iets te verzinnen zijn. De jacht op zeehondenbaby’s heeft erg geleden onder het vertonen van de beelden van bebloede witte vachtjes. Misschien helpt het als de handel en wandel van gemaskerde mannen met messen en bijlen zo plastisch mogelijk in beeld wordt gebracht. Dan wordt het journaal wat het misschien in wezen al is: een goedkope en ranzige horrorfilm.