Media

Ali Farzat

De uitgeknipte krantenfoto ligt nu al bijna twee weken op het bureau, maar is bij iedere blik nog even aangrijpend. Een wat oudere man, licht grijzend met een stevige baard, in pyjama op bed, met een gehavend lichaam en een bepleisterd gezicht, die zijn beide handen omhoog steekt. De handen zijn gewikkeld in verband, waar het bloed doorheen is gesijpeld. Het is een foto van de Syrische politieke tekenaar Ali Farzat, vlak na zijn thuiskomst uit het ziekenhuis, waar hij moest worden behandeld nadat hij door gemaskerde en gewapende aanhangers van het zittende regime was ontvoerd en mishandeld.

De aanvallers hadden het vooral voorzien op het gereedschap van de tekenaar: zij braken zijn rechterhand en twee vingers van zijn linkerhand, beschadigden zijn linkeroog en lieten hem vervolgens achter langs de weg naar het vliegveld, hem toevoegend dat dit nog maar ‘een waarschuwing’ was. Een symbolische straf: dat zou hem leren de spot te drijven met de machthebbers.
De methode van de militante Ba'ath-aanhangers doet denken aan die van de putschisten onder leiding van Pinochet in Chili in september 1973. Die sleepten de populaire gitarist en zanger Victor Jara naar het voetbalstadion van Santiago, waar duizenden aanhangers van Allende werden gevangen gehouden en gemarteld. De militairen zetten Jara op de middenstip, hakten, ten aanschouwe van de andere gevangenen, met een bijl zijn vingers af en gaven hem vervolgens opdracht te zingen. Getuigen hebben beschreven hoe Jara zich vervolgens omdraaide, zijn bebloede handen ophief en het lied van Allende’s eenheidspartij Unidad Popular aanhief. De gevangenen vielen hem bij, waarop de soldaten woedend hun geweren op Jara leegschoten. Farzats antwoord doet een beetje denken aan dat van Jara. De prent die momenteel de Arabische homepagina van Farzat siert, laat een weegschaal zien, symbool voor Syrië, met op de ene schaal een hartje, op de andere een grote bom, waarbij de eerste de balans doet omslaan.
Niet alleen in zijn geboorteland, maar ook in de rest van de Arabische wereld en ver daarbuiten is Ali Farzat in een paar decennia uitgegroeid tot niets minder dan een instituut. In zijn tekeningen en animaties, waarvan er veel op het web te vinden zijn en die naadloos passen in de beste tradities van de politieke karikatuur, geeft hij een ongenadig beeld van de macht, de ongelijkheid en het onrecht in de wereld, te beginnen in zijn eigen land en het Midden-Oosten. Al in de jaren tachtig vonden zijn tekeningen hun weg naar kranten als Le Monde en The Guardian. Zijn internationale roem, die nog eens werd onderstreept door de toekenning van de Prins Claus Prijs in 2002, gaf hem de nodige speelruimte, al maakte het autoritaire bewind van de Socialistische Partij van de Arabische Herrijzenis, oftewel de Ba'ath, onder leiding van vader en zoon Assad, het hem niet altijd makkelijk.
Toch zegt het ook iets over het karakter van dit regime dat Farzat zijn werk zo lang kon voortzetten. Dat is een belangrijk punt, want het beeld van Syrië is de laatste tijd behoorlijk vertroebeld, niet alleen in de media, maar evenzeer in de politiek. De berichtgeving over het land - en de regio - wordt sinds januari volledig beheerst door het frame van de 'Arabische lente’, waarbij de beweging in Tunesië als een soort model fungeert. Dat is een nogal beperkt perspectief, want de enorme politieke, culturele en religieuze verschillen tussen landen als Tunesië en Syrië, of Egypte en Jemen, dreigen daarmee uit het zicht te raken, met mogelijk ernstige gevolgen. Zo is het niet denkbeeldig dat de val van het Ba'ath-regime tot een burgeroorlog leiden zal, naar het recept van Libanon in de jaren zeventig en tachtig.
Dat de verhoudingen in Syrië heel wat ingewikkelder liggen dan we uit de huidige berichtgeving - met name van de televisie - zouden kunnen opmaken, blijkt uit de ruimte die Farzat steeds is geboden; hij kon zelfs twee jaar lang een eigen satirisch blad uitgeven, al-Domari (de Lantaarnaansteker), geïnspireerd op Le Canard Enchaîné. Tegelijk toont zijn wrede mishandeling aan dat het zittende regime, als het erop aankomt, nergens voor terugschrikt.
Zo bezien doet Farzats positie denken aan die van de klassieke nar, de licensed fool, zoals die verschijnt in Shakespeare’s werk, bijvoorbeeld in King Lear, waarin de onverschrokken fool genadeloos de zwakte en de desastreuze gevolgen van Lears handelswijze blootlegt en met zijn niets en niemand ontziende openhartigheid de machtigen tot razernij brengt. Maar zoals in Shakespeare’s stukken de dreiging van straf - gesymboliseerd door de zweep - nooit wijkt, zo is de politieke tekenaar onder dergelijke regimes zijn bestaan nooit zeker.