30 november 1941 - 25 januari 2010

Ali Hassan al-Majid

Met ijzingwekkende ijver roeide Ali Chemicali echte en denkbeeldige vijanden uit. Zelfs zijn neef Saddam Hoessein was onder de indruk van zijn wreedheid.

AL SNEL NA ZIJN EXECUTIE gaf de Iraakse televisie een paar beelden vrij van Ali Hassan al-Majid, handlanger en neef van Saddam Hoessein. Ze zeggen niet veel, die foto’s. Op de ene is Al-Majid te zien vlak voor zijn terechtstelling, een oude man met wit haar en een witte snor. De andere toont hem met een kap over zijn hoofd, de strop om zijn nek, twee mannen met beulskappen op naast hem. Maar de foto’s roepen onmiddellijk vroegere beelden op van Saddam, en dan niet alleen omdat Al-Majid als twee druppels water op hem leek en soms als zijn dubbelganger optrad. Ze doen denken aan hoe Saddam in december 2003 was opgepakt, en de hele wereld te zien kreeg hoe de meedogenloze dictator zich in een gat in de grond had verborgen en weinig angstwekkends meer uitstraalde. Of aan de bibberige beelden van zijn executie, ook door ophanging, met mobieltjes gemaakt. Een armzalig ogende man met witte baard in een zwarte jas die tussen drukdoende mannen in een donker vertrek zijn lot onderging. Het was rommelig - het had weinig van de glorieuze streep onder een schrikbewind.
De executie van Saddam vond eind 2006 plaats, en hoe helder het je nog voor ogen staat, het lijkt ook heel lang geleden. Zoals de Amerikaanse zegetocht in Irak eindeloos ver achter ons lijkt te liggen, bedolven onder het puin van ellende die erop volgde.
De dood van Ali Hassan al-Majid, alias Ali Chemicali, brengt de ellende in herinnering in het Irak van voor de Tweede Golfoorlog. Hij werd de Heinrich Himmler van Irak genoemd, een van de grote monsters van de twintigste eeuw, een van de wreedste mannen in een van de wreedste regimes ter wereld. Ali Chemicali verdiende zijn bijnaam met de door hem verordonneerde gifgasaanvallen in het Koerdische deel van Irak eind jaren tachtig. Meer dan 180.000 Koerden werden gedood door het gifgas, de massa-executies en de hongersnood die erop volgde; vijfduizend Koerden stierven op 16 maart 1988 in één dag in Halabja door de inzet van chemische wapens. Al-Majids reactie op de slachting werd vastgelegd op videotape. Hij pochte: ‘Wie zal er iets van zeggen? De internationale gemeenschap? Fuck them.’
Human Rights Watch bracht de verschrikkingen als volgt onder woorden: 'Dode lichamen - van mensen en dieren - bezaaiden de straten, waren opeengepakt in deuropeningen, hingen over het stuur van hun auto’s. Overlevenden strompelden rond, hysterisch lachend voordat ze ineenstortten. (…) Degenen die direct aan het gas waren blootgesteld zagen de symptomen verslechteren naarmate het nacht werd. Veel kinderen stierven op de vlucht en waren achtergelaten waar ze gevallen waren.’
Pijnlijk genoeg kostte het Human Rights Watch jaren om de wereld te overtuigen dat de overlevende Koerden de waarheid vertelden over de massaslachting. De waarheid kwam het Westen niet onmiddellijk goed uit - Engeland leverde grondstoffen voor gifgas aan Irak, en Amerika zocht manieren om ook Iran het gebruik van de chemische wapens in de schoenen te kunnen schuiven. Tijdens de rechtszaak tegen Ali Hassan al-Majid bestond er geen twijfel meer. 'U gaf het bevel aan de troepen om Koerdische burgers te vermoorden en bracht hen in barre omstandigheden’, zei de rechter die hem in 2007 ter dood veroordeelde. 'U onderwierp hen aan massieve en systematische aanvallen, waarbij u gebruik maakte van chemische wapens en geschut. U leidde de moord op Iraakse dorpsbewoners. U sloot ze op in hun gebieden, verbrandde hun boomgaarden, doodde hun dieren. U pleegde genocide.’
Ali Hassan al-Majid werd geboren in 1941, vlakbij Tikrit, Saddams geboorteplaats ten noorden van Bagdad. Hij was een simpele man, die aanvankelijk motorkoerier in het leger was. Maar na de staatsgreep van het leger en de Ba'ath-partij bracht hij zichzelf onder de aandacht van neef Saddam. Toen de partij in 1968 een coup pleegde, kon Al-Majid al zijn steentje bijdragen aan de orgie van geweld die losbarstte - meer dan drieduizend politieke tegenstanders werden uit de weg geruimd.
Terwijl de ster van Saddam rees, deelde Ali Chemicali in de voorspoed. Toen Saddam het presidentschap veroverde in 1979 werd hij beloond met de leiding over de veiligheidsdienst. Het was het begin van de acht jaar durende oorlog tegen Iran, toen het Ba'ath-regime even bezorgd was over de binnenlandse veiligheid als over de grenzen aan het oosten. Met ijzingwekkende ijver roeide Al-Majid echte en denkbeeldige vijanden uit. Zelfs Saddam was onder de indruk van zijn wreedheid toen hij, na een mislukte aanslag op de president, het hele dorp van de aanslagplegers wegvaagde; honderden onschuldigen werden vermoord.
Eind jaren tachtig werd hij benoemd tot gouverneur van de noordelijke provincie van Irak en ging hij de rebellerende Koerden met gifgas te lijf. Als beloning maakte Saddam hem minister van Binnenlandse Zaken en, na de invasie van Koeweit in 1990, gouverneur van deze 'negentiende provincie’ van Irak. Tijdens de Tweede Golfoorlog leidde hij het Iraakse leger in het zuidelijke deel van het land. Toen de Amerikaanse overwinning bijna een feit was, probeerde hij het vege lijf te redden door te doen alsof hij was omgekomen bij een bomaanslag op zijn huis in Basra. De in memoriams waren al gepubliceerd, maar een paar maanden later pakten de Amerikanen hem alsnog.
Het Iraakse Hoge Straftribunaal oordeelde hem schuldig aan genocide, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Ali Hassan al-Majid werd vier keer ter dood veroordeeld. De eerste doodstraf kreeg hij in juni 2007 voor de massaslachting van de Koerden. De andere voor het bloedig neerslaan van een sjiitische opstand in de Eerste Golfoorlog en het vermoorden van sjiitische moslims in Bagdad. Deze maand werd hij ook schuldig bevonden aan de gifgasaanval op Halabja.