Hoofdcommentaar

Ali van Gogh

‘IK ZWEER TROUW aan de koningin, gehoorzaamheid aan de wetten en onderwerping aan de krijgstucht. In naam van Allah, de Barmhartige Erbarmer.’ Al sinds 1916 mogen Nederlandse moslimmilitairen de eed van trouw zweren met de linkerhand aan het vaandel en de rechterhand op de Koran: een koloniale erfenis. Tegenwoordig wordt de ‘Allah-eed’ afgelegd door moderne moslims, houders van de Nederlandse nationaliteit. Hoeveel is niet bekend. Defensie registreert afkomst noch religie. De vorige week gesneuvelde soldaat Azdin Chadli wordt door de krijgsmacht evenzeer geëerd als de zeventien andere militairen die het leven lieten in Uruzgan.
Toppunt van integratie? Op internetfora noemden sommigen het hypocriet dat de Marokkaanse afkomst wordt verzwegen als iemand wordt afgeschilderd als een held, maar dat die achtergrond wordt uitgevent als het gaat om iets strafbaars. Op internet ging de discussie ook over de vraag of een moslim zich mag laten inzetten tegen ‘moslimbroeders’. Op een van de islamfora werd Chadli vervloekt: ‘enkeltje hel dusss’. Dat de militair geen praktiserend moslim bleek, maakte geen verschil.
In het officiële beleid van Defensie wordt met de mantel der liefde bedekt dat ook voor niet-moslims de aanwezigheid van moslims in de krijgsmacht ingewikkeld is. Dat bleek vorige week uit de commotie rond de aanstelling van een legerimam. De boosheid van CDA, PVV, VVD, SGP en TON richtte zich op Ali Eddaoudi. Hij was reeds door de MIVD staatsveilig bevonden, maar de parlementariërs vielen over zijn ‘radicale’ publicaties. Ten tijde van de Mohammed-cartoons schreef hij een boos artikel in NRC Handelsblad, waarin hij Balkenende in verband bracht met ‘kruisvaarders’ en stelde dat ‘christenen nog altijd met moslims in oorlog zijn’. En deze man wil nu het kruisvaardersleger dienen? Is hij wel te vertrouwen?
Op Mirsab.nl staan veel van Eddaoudi’s opinieartikelen. Sommige schreef hij al in 2002, het laatste dateert van eind vorig jaar. Daaruit doemt niet het beeld op van een fundamentalist. Wel van iemand die weigert zich van de Nederlandse samenleving af te keren, ook als die zich vijandig toont jegens de islam. Eddaoudi noemt zich ‘een trotse moslim die zegt waar het op staat en (…) opkomt voor de monddode en doodsbange moslim in dit land’. Hij vindt de niqaab een uitdrukking van vroomheid en de weigering vrouwen een hand te geven geen probleem, al ziet hij zelf graag moslima’s ‘in sexy kleding’ en schudt hij gewoon de dameshand.
De artikelen van de beoogde legerimam zijn nogal warrig, maar radicaal zijn ze niet. Je zou Eddaoudi zelfs een toonbeeld van integratie kunnen noemen. Radicale imams vindt hij ‘labiele randfiguren’ en hij begroet met opluchting het groeiende besef bij jonge moslims dat zij in de eerste plaats moslim en Nederlander zijn, dan pas Turk of Marokkaan: ‘Nederland is ons land en daar houden wij van, ongeacht welke islam je aanhangt, belijdend of niet en ongeacht wat autochtonen roepen.’
Ali Eddaoudi is een Nederlandse moslim die op hoge toon de vrijheid van meningsuiting en religie opeist die hem toekomen. Dat is even slikken voor Kamerleden, gewend als ze zijn aan de zwijgzaamheid van het islamitische volksdeel, en je kunt je afvragen hoe verstandig het van Defensie is om juist zo’n activistisch type als legerimam te willen. Maar tot een fundamentalistische vijfde colonne behoort Eddaoudi niet. Hij heeft hooguit enkele luidruchtige redenaarstechnieken overgenomen van Theo van Gogh. Blijkbaar met iets te veel succes.