Alibi

Uitgerekend nu vijf PvdA'ers strijden om het leiderschap ontbreekt binnen de partij het debat over mens en maatschappij.

Bij de presentatie vorige week van het boek Makke schapen van Paul Kalma, oud-PVDA-Kamerlid en voormalig directeur van de Wiardi Beckman Stichting - het wetenschappelijk bureau van die partij - zat voor mij een ander voormalig PVDA-Kamerlid, tevens oud-bewindspersoon en voormalig commissaris van de koningin. Die schudde zijn hoofd toen zijn vroegere partijvoorzitter Felix Rottenberg Kamerleden wegzette als ambtenaren. Misschien dat het oud-Kamerlid geen ambtenaar genoemd wilde worden, maar hopelijk was het schudden ook een reactie op de impliciete boodschap van Rottenberg dat ambtenaren een te minachten soort zijn.
Kalma heeft zijn boek Makke schapen genoemd, omdat hij zich afvraagt waarom Nederlanders niet in veel groteren getale in verzet komen tegen de puinhopen van het uit de hand gelopen marktdenken. Daar vindt de auteur overigens zijn eigen partij ook medeverantwoordelijk voor.
‘Hoe’, zo haalt Kalma hoogleraar Europees recht Tom Eijsbouts aan, 'treffen de straffe bezuinigingen nu de graaiende aanstichters? Ik zie het niet.’ Om het Eijsbouts na te zeggen: ik ook niet. Bij de lijstjes die de ronde doen nu sinds begin deze week op het Catshuis door Rutte, Verhagen en Wilders wordt onderhandeld over nieuwe miljarden aan bezuinigingen, staan ze niet. Wel een van de gemakkelijkste en snelst werkende oplossingen voor het terugdringen van het overheidstekort: de ambtenaren de komende jaren geen cent loonsverhoging geven.
Zullen de ambtenaren daar massaal tegen in protest komen? Ik vermoed van niet. Op de ministeries staan ook vele banen op de tocht en mogelijk zijn ambtenaren bang om niet te mogen blijven werken als ze 'moeilijk’ doen. Geen prettig vooruitzicht nu de werkloosheid oploopt en het kabinet ook nog eens overweegt de duur van de WW-uitkering te bekorten. Veel steun van derden zullen ambtenaren in ieder geval niet hoeven te verwachten als ze zouden gaan staken, want Rottenberg is niet de enige die ongenuanceerd en ieder over één kam scherend ambtenaren kleineert.
Eigenlijk was Rottenbergs opmerking tijdens de presentatie van Kalma’s boek de ironie ten top. Want Kalma pleit in zijn boek juist voor een krachtig tegenwicht tegen 'heersende beleidsmodes’, waarvan een kleine overheid in combinatie met meer marktwerking als oplossing voor problemen er één is. Het is een trend, en daar verwondert Kalma zich over, die overeind bleef nadat de private banken in 2008 gered moesten worden met overheidsgeld, wat een van de redenen is waarom de overheidsschuld nu zo groot is en Nederland opnieuw miljarden moet bezuinigen. Voor wie is de overheid de laatste jaren eigenlijk de grootste gelukmachine geweest, om het in de woorden van Rutte te zeggen?
Om het geheugen op te frissen: toen Rutte bij het aantreden van zijn kabinet zei dat de staat geen geluksmachine is, doelde hij op uitkeringsgerechtigden, mensen die werken in een sociale werkplaats, instanties die kunnen bestaan dankzij overheidssubsidies of kunstenaars, maar niet op de banken, bedrijven die dankzij de belastingregels bijna geen belasting betalen of rijken die eveneens die dans weten te ontspringen.
Niet alleen de ambtenaren hoeven weinig solidariteit te verwachten als ze zouden gaan staken. Dinsdag staakten leerkrachten tegen de bezuinigingen op het passend onderwijs, een dag eerder begon de politie met acties, schoonmakers staken al twee maanden, langs het Binnenhof trokken al studenten en professoren, kunstenaars en gehandicapten. Zulke makke schapen zijn we dus niet. Toch klopt Kalma’s constatering: je kunt niet zeggen dat er sprake is van grote woede of massaal protest. We protesteren wel, maar doen dat ieder voor zich(zelf).
Toen ik eind jaren zeventig samen met vele anderen werkloos werd, waren we volgens mij overigens ook makke schapen. Ook toen kwamen we niet massaal in opstand tegen die doelloos doorgebrachte dagen. Toch is er een verschil. Hoewel menige arbeider ons destijds werkschuw tuig noemde, was toch het algemene gevoelen dat je er niks aan kon doen dat je geen werk had, het lag aan de maatschappij.
Inmiddels zijn we doorgeslagen naar de andere kant. Nu ligt het helemaal aan jezelf als je niet 'slaagt’ in het leven, waarbij het slagen vooral wordt afgemeten aan je inkomen. Solidair zijn met losers is er niet bij, zo we nog weten wat solidair zijn is. En losers zijn niet alleen de werklozen. Ga in uw omgeving maar eens na wie vinden dat niet alleen ambtenaren, maar ook leraren, NS-personeel, postbezorgers, secretaresses, schoonmakers of winkelpersoneel 'het niet gemaakt hebben’.
Kalma bepleit in zijn boek in tien stellingen even zoveel zaken die anders moeten. Eén daarvan betreft de democratie. Die ziet hij bedreigd, want met een kleine overheid verliest ook de democratie haar invloed en 'trivialiseert’ de politiek. Debatten gaan daardoor over bijzaken, zoals dubbele paspoorten, het rookverbod of boerka’s, en niet over de waarde van werknemers voor een bedrijf, een gelijkere verdeling van rijkdom of de schadelijke gevolgen van grote ongelijkheid voor de samenleving.
Hoe dat te veranderen? Kalma hoopt door debat, door het weer duidelijker expliciteren van een mens- en maatschappijbeeld. Op dat moment overviel me een gevoel van moedeloosheid. Uitgerekend nu zijn vijf PVDA'ers met elkaar in strijd om het partijleiderschap, maar ontbreekt juist dat forse debat. Uit angst voor verdeeldheid. Bij gebrek aan ideeën.
Terwijl uitgerekend nu kabinet en gedoogpartner praten over nieuwe bezuinigingen. Daarbij viert het cijferfetisjisme hoogtij. Want zelfs als het kabinet de strenge eis van drie procent overheidstekort wat zou laten vieren, is dat niet vanwege een ander mens- en maatschappijbeeld. Nee, de crisis lijkt een alibi om de overheid nóg kleiner te maken en daarmee de burger nog meer op zichzelf aangewezen te laten zijn.