Alle Chinese minderheden worden heropgevoed

Beijing – Sinds eind 2020 bestaat er in China officieel geen extreme armoede meer. Conform het Vijfjarenplan hebben de laatsten van de 56 miljoen Chinezen die in 2015 geen plek hadden om dood neer te vallen officieel een menswaardig bestaan gekregen. En zo kan China in 2021, het jaar waarin het eerste eeuwfeest van de Communistische Partij wordt gevierd, volgens plan een ‘gematigd welvarende maatschappij’ worden. Voor een land dat nog geen twee generaties geleden een diep moeras van armoe was, is dit een geweldige prestatie. Maar vraag niet naar de diepere bedoelingen van de armoedebestrijding.

De campagne gold alleen voor de armen op het platteland, meestal nomaden of arme boeren in ontoegankelijke gebieden. De partij-media vertellen hoe ze door de aanleg van wegen en spoorlijnen uit hun isolement zijn verlost en hoe dankbaar ze zijn voor de invoering van betere landbouwmethodes, voor de cadeaus en leningen van de overheid, hun verhuizing naar meer ontwikkelde gebieden, hun omscholing tot fabrieksarbeider of kelner. Er wordt niet bij verteld dat het programma zonder enige inspraak van de betrokkenen is uitgevoerd door outsiders. Die hadden maar twee zorgen: hoe halen we de ons toegewezen quota armen en hoe kunnen we er zelf rijker van worden.

De media vertellen evenmin wat de partij voor heeft met de armoedebestrijding: grotere politieke legitimiteit en verdere assimilatie van de groepen waartoe praktisch alle armen behoren: de etnische minderheden. Het armoedebestrijdingsprogramma moest als dekmantel dienen om, zoals een partijbaas zei, ‘achterhaalde ideeën’ en de ‘negatieve invloed van de religie’ eruit te slaan. Dat houdt in dat de Tibetanen, Oeigoeren, Binnen-Mongoliërs, Yi en andere minderheden hun godsdienst en tradities moeten verruilen voor het geloof in Xi Jinping en de partij, en hun taal voor het Mandarijn. Daarom zijn in Tibet zeshonderdduizend herders en landarbeiders – een vijfde van de hele Tibetaanse bevolking – overgebracht naar heropvoedingskampen. Daar worden ze getraind als fabrieksarbeider en krijgen ze les in Mandarijn en liefde voor de partij.

Die methode is bekend uit Xinjiang, waar de interneringskampen voor Oeigoeren en andere moslimgroepen officieel ‘vakscholen’ zijn, bedoeld om armoede en extremisme te bestrijden. Een half miljoen ‘afgestudeerden’ zijn inmiddels als dwangarbeider tewerkgesteld. In Binnen-Mongolië zijn herders overgebracht naar elders en dringt op school het Mandarijn het Mongools steeds verder terug. Voor China’s 55 etnische minderheden is alleen plaats als ze cultureel verdwijnen.