Hoofdcommentaar: Mensensmokkel of immigratie

Alle kaarten op tafel

«Wij zijn al dood. Dit is het kerkhof voor de levenden.»

In Calais ligt het vluchtelingenkamp Sangatte. Illegalen zijn naar Calais gereisd in de hoop een enkeltje Dover te bemach tigen. Een Franse journalist verbleef er incognito en publiceerde zijn ervaringen in een verhaal over de keiharde handel van mensensmokkel, geregeerd door een maffia van statelozen die niets meer te verliezen heeft.

Meer en meer is dit waaraan Europa denkt bij het woord «immigratie». In Engeland worden de beelden steeds heftiger. Vluchtelingen die elkaar met messen te lijf gaan en voorpagina’s van de tabloids die moord en brand schreeuwen. Niet voor niets neemt de aanhang van de British National Party toe. Natúúrlijk moet Blair iets roepen. Samen met de Spaanse premier Aznar, die ook al te kampen heeft met een bevolking die zich gewelddadig verzet tegen de vele (Noord-)Afrikaanse illegalen, wil hij de Europese vreemdelingenproblematiek grootscheeps aanpakken. Strafkorting voor ontwikkelingslanden wier inwoners massaal naar het Westen afreizen; oorlogsbodems in de Middellandse Zee om Fort Europa te beschermen; vliegladingen Afghaanse asielzoekers die door de Raf (Return Afghans Fast) naar huis worden gevlogen. Volgende maand op de EU-top in Sevilla moet een en ander zijn beslag krijgen.

Een Europese aanpak is zonder meer wenselijk. Maar hoe driftig ook gebracht, de nieuwe retoriek klinkt als een voorbode van symboolpolitiek pur sang. Opnieuw, want de maatregelen die in 1999 al werden afgesproken op de Eurotop in Tampere bleven een dode letter. En al zou er nu wél strenge controle aan de Europese grenzen komen, helpen zal dat niet. Immigratie is niet te stoppen in tijden van hyperglobalisering. En iemand die «al dood» is, vecht zich dus naar binnen.

Maar dat wil nog niet zeggen dat problemen onder tafel kunnen worden geschoven.

Afgelopen week kwam de LPF in moeilijkheden met haar immigratiestandpunt, hetgeen de in haast bijeengesprokkelde, onervaren politici overigens nauwelijks kwalijk kan worden genomen. Het opperen van een aanvankelijk wel heel ruim opgevat «generaal pardon» leverde behalve protest uit de achterban ook een hoop minachting en verontrusting op bij de gevestigde partijen.

Die beroering maakt eens te meer duidelijk dat er maar één vraag is die er voor velen toe doet: vormen immigranten een bedreiging? De verleiding is groot die vraag te beantwoorden met een eenvoudig nee.

Dat is te simpel. Niet iedereen bezit dezelfde comfortabele positie waar vandaan de wijde blik mogelijk is. Voor degene die op een wachtlijst staat voor een huis in de wijk waar zijn familie al decennia woont, of die in het onderbezette streekziekenhuis moet wachten op een operatie, zijn migranten die dezelfde rechten krijgen in de eerste plaats concurrenten voor zijn voorzieningen. Zonder racist te zijn en zonder marxistisch «vals bewustzijn» kunnen autochtonen de immigranten, hun kinderen en hun kindskinderen ervaren als extra klanten voor de voorzieningen waarvoor zij in de rij staan.

Er is maar één richting voor een oplossing. De grieven serieus nemen. Uitzoeken wie waarvan de dupe is, waar werkelijkheid over gaat in vijandige emoties, en op die snijlijn werken aan zichtbare, humane en vooral realistische oplossingen.

Dus geen huichelachtig beleid dat hooggeschoolde asielzoekers jaren op hun nagels laat bijten terwijl pooiers met wat handig papierwerk buitenlandse vrouwen tot seksslavin maken. Paars produceerde een bikkelharde Vreemdelingenwet: asielprocedures versneld afgehandeld, gezinshereniging bemoeilijkt. Het grofste van alles: wie volgens de strenge wet wordt afgewezen, wordt aan zijn lot overgelaten. Met alle gevolgen van dien — want illegaliteit leidt tot verpaupering, tot gezondheidsproblemen en niet in de laatste plaats tot criminaliteit.

Dus kwam de LPF met een generaal pardon voor illegalen, dat al eens eerder halfhartig door de PvdA was geopperd. Na het pardon (vijf jaar in Nederland, geen crimineel verleden, voldoende beheersing van het Nederlands) zou de paarse Vreemdelingenwet «strikt moeten worden uitgevoerd».

Ook dat is te simpel. Wat moet dan de jonge Algerijnse vluchteling die niet kan bewijzen dat hij wordt gezocht door zowel de staat als de moordbrigades van de GIA? Want hoe bewijs je dat, als de staat elke poging tot verificatie saboteert? Hem wacht bij deportatie de dood. Economische en politieke migratie moeten beleidsmatig worden gescheiden.

Alleen wie bereid is openlijk en tot op het bot de consequenties te doordenken van wat hij voorstelt, met het gevaar daarop te worden afgerekend, bedrijft eerlijke politiek. Voordat dat mogelijk is inzake het immigratievraagstuk, en vóórdat er besloten wordt, moeten eindelijk alle kaarten op tafel.

Juist daarom moeten nieuwkomers als de LPF en ouwe rotten als Blair en Aznar hardop roepen dat er iets moet gebeuren. Want alleen in het open debat kunnen maatregelen worden gewogen en kan de discussie zich verplaatsen. Er ligt vooralsnog een enorme woestenij tussen het emotionele «Hoeveel laten we er nog toe?» en het realistische «Hoe richten we het land zo in dat de vergrijzende Nederlander juist kan genieten van die jonge Turkse ondernemers die zijn pensioentje betalen?»

Die woestenij moet ontgonnen, voordat er ook maar gedacht kan worden aan het einde der symboolpolitiek.