Alle macht aan de verbeeldingskracht

Rüdiger Safranski noemt de Romantici van tweehonderd jaar geleden moderne mensen, ja zelfs ‘onze tijdgenoten’. Als eersten herkenden zij het ‘gevaar van het moderne nihilisme’.
Rüdiger Safranski
Romantik: Eine deutsche Affäre
Hanser, 415 blz., € 24,90

Romantische muziek, een romantisch etentje, een romantische film: iedereen weet wel ongeveer wat daaronder verstaan moet worden. Romantiek heeft met diepe, warme gevoelens te maken, met liefde, met een kortstondig zweven boven de dingen. Maar veel minder helder is waar de Romantiek zijn oorsprong vindt, en welk effect het romantische heeft gehad op politiek en samenleving.

Wie dit allemaal precies wil weten, kan sinds kort een hoogst interessant en goed geschreven boek opslaan. De Duitse filosoof en auteur Rüdiger Safranski, ook in Nederland geen onbekende, heeft in Romantik: Eine deutsche Affäre een geslaagde poging ondernomen helderheid te verschaffen in de wereld van de romantiek. Daarbij beperkt hij zich, zoals uit de ondertitel blijkt, tot Duitsland. Dat de Romantiek zich ook elders heeft gemanifesteerd, is evident, maar evenzeer is duidelijk dat het romantische in Duitsland, land van dichters en denkers, het krachtigst en duurzaamst is geweest. En, zo is wel betoogd, hoogst fatale gevolgen heeft gehad.

Safranski is een kenner van de materie. Verschillende filosofen en schrijvers die in zijn boek een rol spelen, heeft hij eerder in biografieën beschreven. Schopenhauer, Nietzsche, Heidegger, Schiller en E.T.A. Hoffmann werden door hem in het verleden uitvoerig geportretteerd en keren nu terug in Romantik.

Safranski laat de periode in de Duitse cultuurgeschiedenis die met de naam Romantiek wordt aangeduid, beginnen in 1769. In dat jaar vluchtte de jonge predikant Johann Gottfried Herder weg uit Riga. Hij wilde de wereld ontdekken, maar vooral ook zichzelf. Hij ontwikkelde de idee dat het leven vrij moet kunnen stromen, dat de mens zijn scheppende kracht vrij moet kunnen ontvouwen. Hij ontdekte enerzijds het individualisme, anderzijds was hij geïnteresseerd in de cultuur van de verschillende volken. Hij was voorstander van culturele pluriformiteit, waarbij de ene cultuur niet beter is dan de andere. ‘Geen volk van Europa mag zich van het andere afzonderen, en het is dwaas te zeggen: alleen bij ons woont alle wijsheid. Geen volk mag heersen over het andere.’

Is er een goede definitie van het romantische? Safranski geeft de voorkeur aan die van de schrijver Novalis: ‘Als ik het alledaagse een hogere betekenis, het gewone een geheimzinnig aanzien, het bekende de waardigheid van het onbekende en het eindige een oneindige schijn geef, dan romantiseer ik het.’

Romantiek is dus het ontvluchten van de werkelijkheid. Maar waarom wilden de Romantici dat? Dat had te maken met de politieke omstandigheden.

De Franse Revolutie van 1789 had in Duitsland, toen nog een zeer versnipperd land, grote indruk gemaakt. Maar het enthousiasme waarmee de eerste generatie Romantici het nieuws uit Parijs volgde, bekoelde toen de omvang van de jakobijnse terreur bekend werd.

Zo verging het ook Schiller. Hij zocht een antwoord op de vraag hoe deze veelbelovende revolutie zo kon ontsporen. En dat antwoord luidde: de mensen waren er nog niet rijp voor. Uiterlijke vrijheid is alleen mogelijk als de mens ook innerlijk vrij is. Maar die bevrijding moest nog geschieden. Hoe? Door een esthetische opvoeding. Kunst en cultuur brengen de mensheid op een hoger plan. Schiller: ‘Om het eindelijk eens duidelijk te zeggen, de mens speelt slechts waar hij in de volle betekenis van het woord mens is, en hij is alleen daar helemaal mens waar hij speelt.’

Met spelen bedoelde Schiller kunst en literatuur en de eerste Romantici zijn dat idee gaan uitvoeren. Het leven als kunstwerk. Poëzie moest het hele leven doordringen. Zelfs in de religie ging het uiteindelijk om schoonheid.

Een belangrijk aspect was dat mede als gevolg van het verloop van de Franse Revolutie ‘het licht van de Verlichting zijn glans had verloren’. Het verlichte denken, het geloof in de vooruitgang, had aan aantrekkingskracht ingeboet. De Romantici keerden terug naar het irrationele, het geheimzinnige, wonderbaarlijke en duistere. Ze herontdekten het verleden, de cultuur van het volk. En ze ontdekten aan de hand van de filosoof Johann Gottlieb Fichte het eigen ik als de bron van vrijwel alles. De mens diende af te dalen naar de kern van zijn wezen en herkende daar zijn eigen dynamische, redenerende en scheppende ik. Alle macht aan de verbeeldingskracht.

Wie waren nu deze Romantici, en wat hebben ze geschreven? Safranski laat de lezer uitvoerig met ze kennismaken. Hij laat zien dat er rond 1800 in Duitsland twee grote literaire centra waren. In Weimar resideerden de twee literaire vorsten Goethe en Schiller en enkele tientallen kilometers verder, in Jena, kwamen de Romantici bijeen: de gebroeders Schlegel, Ludwig Tieck, Novalis, Clemens Brantano, Hölderlin, Schelling. Die in Jena keken met enige bewondering naar de grote schrijvers in Weimar, maar omgekeerd was er een stuk minder waardering. Goethe vond het romantische ziekelijk.

Safranski maakt ook zichtbaar dat de Romantiek niet iets statisch is geweest. Er hebben zich allerlei en soms ogenschijnlijk tegenstrijdige ontwikkelingen voorgedaan. En uiteindelijk is de Romantiek ook in politiek vaarwater beland.

Onder invloed van Napoleon en zijn Grande Nation begonnen Romantici zich af te vragen waaruit nu eigenlijk de Duitse identiteit bestond. Duitsland, zo luidde het antwoord van Schiller en Novalis, was geen natiestaat, maar een cultuurnatie en had een universele missie: het bevorderen van vrijheid en humaniteit in Europa.

Nadat Napoleon ook grote delen van het eens zo machtige Pruisen had bezet, was dat antwoord niet meer afdoende. Het vaderland was in gevaar, Napoleon moest uit Duitsland worden verdreven en het volk moest worden gemobiliseerd. Er ontstond een Duits patriottisme en nationalisme en de man die dat ging uitdragen was de al eerder genoemde filosoof Fichte in zijn Reden an die Deutsche Nation. Het ging niet meer om het ik en de innerlijke vrijheid, maar om de vrijheid van het land en de vorming van een natiestaat. Romantici traden in dienst van de overheid om het volk voor te lichten en voor te bereiden op de oorlog tegen Napoleon.

Opmerkelijk is dat Safranski de Romantici van tweehonderd jaar geleden moderne mensen, ja zelfs ‘onze tijdgenoten’ noemt. Met hun strijd tegen de Entzauberung van de wereld, tegen het louter economische denken, tegen monotonie en verveling herkenden zij als eerste het ‘gevaar van het moderne nihilisme’.

Rüdiger Safranski laat de Romantiek eindigen met de dichter Eichendorff en de schrijver E.T.A. Hoffmann (gestorven in 1822), maar daarmee is zijn boek nog lang niet uit. Want hem interesseert ook de vraag hoe die Romantiek, beter gezegd het romantische, heeft doorgewerkt in de Duitse literatuur, filosofie en de politiek. Hij laat zien hoe het romantische zijn sporen naliet bij Heinrich Heine, doorwerkte in de opera’s van Richard Wagner en in de filosofie van Nietzsche en later in die van Heidegger zijn weerslag vond. In het Duitse keizerrijk en in de Republiek van Weimar: telkens opnieuw brak het romantische in de een of andere vorm door.

Bestaat er ook een relatie tussen het romantische en het nationaal-socialisme? Verschillende denkers en schrijvers hebben dat beaamd. ‘Nationaal-socialisme is politieke romantiek, zo luidde een diagnose direct na het aan de macht komen van Hitler’, schrijft Safranski en ook na 1945 werd dit beweerd, onder meer door Thomas Mann. Maar in zijn roman Doktor Faustus, verschenen in 1947, heeft Mann dat toch niet kunnen volhouden, zo meent hij.

Safranski zelf geeft een genuanceerd oordeel: ‘Als men denkt aan de bewonderenswaardige genieën van de Romantische periode, die hun werelden hebben geschapen en deze zelfbewust tegenover de werkelijkheid hebben gezet, dan verzet zich er alles tegen een figuur als Hitler in één adem te noemen met deze Romantische traditie. En toch kan men er niet omheen in Hitler deze fatale verbinding aan het werk te zien tussen wereldvreemdheid en in de wereld stortende razernij.’

Ook in onze tijd leeft het romantische voort. Safranski zag het tot uiting komen in de studentenbeweging van ’68. Want was niet een van de leuzen ‘Alle macht aan de verbeeldingskracht’? Precies dat wilden ook de Romantici rond 1800.

Dat moest natuurlijk mislukken. Want, zo benadrukt Safranski tot slot, zodra met het romantische politiek wordt bedreven, wordt het gevaarlijk.