Alle ophef over het VN-migratiepact is vals alarm

In de zomer van 2002 bezocht ik het destijds enige asielzoekerscentrum van Estland. Het spiksplinternieuwe gebouw lag verscholen in de bossen aan de grens met Rusland, vlak bij het dorpje Jaama. Er waren acht asielzoekers terwijl er honderd konden worden opgevangen. De meeste matrassen lagen nog in plastic op de planken. De directeur hoopte dat met het EU-lidmaatschap twee jaar later de toestroom van migranten groter zou worden. ‘We zijn er helemaal klaar voor’, zei hij trots.

Migranten en vluchtelingen zijn sindsdien niet in groten getale de grens bij Jaama overgestoken, toch heeft het Baltische landje afgelopen week het VN-migratiepact van Marrakech afgewezen. Estland voegt zich daarmee in de rij van de Verenigde Staten, Hongarije, Oostenrijk, Australië, Israël, Polen, Bulgarije, Tsjechië, Kroatië en Zwitserland. In andere Europese landen is de discussie nog aan de gang. In Nederland laat minister Harbers de juridische gevolgen nader uitzoeken en zal op 4 december na aandringen van pvv, sgp en FvD een Kamerdebat over het migratieakkoord volgen.

Het is een bizarre ontwikkeling die zich opeens afspeelt rondom het Global Compact for Safe, Orderly and Regular Migration, zoals het akkoord officieel heet. De overeenkomst is opgesteld nadat twee jaar geleden tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York de regeringsleiders besloten afspraken over migratie te maken met als doel meer internationale samenwerking om de migratiestromen beter te beheersen. Sindsdien hebben alle landen meegepraat en zijn talloze conceptteksten rondgegaan.

De angst voor ‘massaal toestromende migranten’ is weer aangewakkerd

Maar in april vorig jaar haakten de VS, waar Trump ondertussen Obama afloste, af. Afgelopen zomer volgden Hongarije en Australië. Nog steeds zijn er dan 190 landen over. Maar op 31 oktober liet Oostenrijk, nota bene de EU-voorzitter, weten het migratiepact niet te zullen steunen. Vanaf dat moment rolden tal van Europese politieke partijen over elkaar heen om te waarschuwen voor dit ‘staatsgevaarlijke pact’ dat, in de woorden van FvD, ‘een open uitnodiging’ is ‘aan heel Afrika en het Midden-Oosten’ om hierheen te komen.

De voorstanders zijn ervan overtuigd dat met het pact migratie juist beter te reguleren zal zijn, dat het juist gaat over terugkeerafspraken, het aanpakken van mensensmokkel, het tegengaan van irreguliere migratie. Dat zei ook premier Rutte in eerste instantie. Hij benadrukte dat het kabinet positief staat tegenover het pact. Na de ophef hebben echter ook de vvd en het cda opeens hun twijfels, terwijl d66 pal voor het verdrag staat.

Het verbazingwekkendst is dat er weinig bijzonders in het pact staat. Er worden zowel de voor- als de nadelen van migratie in benoemd. De meeste maatregelen staan al in andere, voor Europa, bindende verdragen: de rechten van migranten gelden al, bijvoorbeeld dat kinder- en mensenrechten van migranten niet geschonden mogen worden.

Hoe dan ook zal er op 11 december in Marrakech over het akkoord worden gestemd – het is namelijk geen verdrag, het hoeft niet te worden ondertekend, als twee derde voor is, wordt het aangenomen. Ondertussen is de angst voor ‘massaal toestromende migranten’ door populistische partijen nog weer aangewakkerd.

In Tallinn waarschuwde de voormalige minister van Buitenlandse Zaken, Urmas Paet, afgelopen week naar aanleiding van de paniekzaaierij rondom het pact voor het effect van ‘the boy who cried wolf’. In de fabel van Aesopus slaat een zoon die op de schapen van zijn vader past voor de grap driemaal vals alarm. Als er daarna echt een wolf aankomt, luistert zijn vader niet meer en wordt de zoon opgegeten. Door alle loze dreigingen zal, zo waarschuwde Paet, als er echt een ernstig gevaar is en iemand ‘wolf!’ roept niemand meer luisteren.