Interview met Max Kohnstamm

Alle problemen zijn wereldproblemen

In 1939 reisde de jonge Max Kohnstamm (1914) door Amerika. In De Groene schreef hij een fel pleidooi voor ‘een vrij gemeenebest van de vrije democratieën’. Het pleidooi is nog pijnlijk actueel.

Max Kohnstamm groeide op in het intellectuele burgermilieu van het interbellum, een klimaat van religieus geïnspireerd sociaal engagement. Zijn vader, Philip Kohnstamm, was lid van de Vrijzinnig Democratische Bond en betrokken bij de oprichting van de Wereldraad voor Kerken. Max Kohnstamm studeerde geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, was rector van het Amsterdamse Corps en ook actief in de Nederlandse Christen-Studenten Vereniging. Zijn doctoraalscriptie, over Alexis de Tocqueville, wekte zijn interesse voor Amerika. Hij kreeg een beurs voor een studiejaar in Washington DC. Omdat de studie daar weinig uitdagend was, kocht Kohnstamm voor 150 dollar een auto en maakte daarmee een reis door de zuidelijke staten van Amerika. Tijdens die reis zag hij de kracht van federalisme in de praktijk en raakte onder de indruk van de economische en sociale dynamiek van Amerika. Roosevelts State of the Union uit 1939, waarin hij zich begaan toonde met het voortbestaan van de Europese democratie, overtuigde Kohnstamm verder van de noodzaak van een sterke transatlantische band.

Maar Kohnstamm werd vooral geïnspireerd door de ideeën van Clarence Streit, een Amerikaanse journalist die hij in New York ontmoette. Streit was de schrijver van Union Now, een betoog voor een federale unie van westerse democratieën. Deze federatie moest de zwakke Volkenbond van 1919 vervangen en weerstand bieden tegen de dreigende wereldoorlog. Onder de titel Democratieën aller landen… vereenigt U! schreef de jonge Kohnstamm daarop in De Groene Amsterdammer een pleidooi voor een ‘groot, vrij gemeenebest van de vrije democratieën’. De dreigende oorlog toonde aan, meende hij, dat ‘een statenbond aan innerlijke zwakte ten gronde gaat, tenzij hij zich weet om te vormen tot een gemeenebest waarbij de burger zijn verplichtingen jegens provincie, kanton of staat ondergeschikt maakt aan zijn verplichtingen jegens het nieuwe uit de bond gegroeide geheel’.

De idealen van de jongeman die door Amerika reisde vormen nog steeds de basis van zijn overtuigingen. Bijna zeventig jaar later blijkt de invloed van Streit op het gedachtegoed van de 93-jarige Max Kohnstamm nog altijd zeer groot. ‘Het lijkt wel of ik niets heb bijgeleerd’, lacht Kohnstamm, ‘maar ik sta nog volledig achter wat ik toen schreef.’

Ons gesprek in zijn woning te Amsterdam wordt direct onderbroken door de telefoon. In vlekkeloos Frans staat Kohnstamm een medewerker van de archieven van zakenman en politicus Jean Monnet te woord, die zijn hulp inroept. Kohnstamm werkte na de oorlog nauw samen met Monnet en was met hem bevriend; samen stonden zij aan de basis van de Europese eenwording. Kohnstamm was toen onderdeel van de Nederlandse delegatie die onderhandelde over het Schumanplan en was, van 1952 tot 1956, secretaris van de Hoge Autoriteit van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Van 1956 tot en met 1975 was hij secretaris-generaal, en later vice-voorzitter, van het Actiecomité voor de Verenigde Staten van Europa. Kohnstamm verzoekt de archivaris later terug te bellen: ‘J’ai une programme très très chargé.’

Het is duidelijk: Max Kohnstamm staat in de belangstelling. Pas verscheen zijn biografie en deze maand worden zijn Europese dagboeken uit de periode 1953-57 uitgebracht. Deze belangstelling is niet de realiteit van alledag, ‘maar er zijn er niet zoveel meer die Europa vanaf het begin hebben meegemaakt’, zegt Kohnstamm.

Als laatste Europeaan van het eerste uur biedt Max Kohnstamm ook een toegang tot kennis van Monnet en anderen: ‘Een van Monnets wijsheden was dat als je tegen een muur aan loopt je niet moet proberen met je kop ertegenaan te lopen, maar moet proberen de context waarin dat probleem zich voordoet te veranderen. Kosovo is zo’n muur. Het is een kwestie van tegen of voor Rusland. Dat Rusland zich omsingeld voelt en daarom extra hard is in de Kosovo-zaak en daarom het Servische element steunt, is niet onbegrijpelijk. Deze situatie is ook niet los te zien van het feit dat Amerika lanceerbases wenst te plaatsen in Tsjechië en Polen en wellicht straks ook in Kosovo, als dat voor Europa kiest. Alleen in de context waarin men met Rusland praat, en dan niet alleen over de fouten die dit land maakt, kun je een oplossing voor Kosovo vinden die niet een breuk betekent.’

Kosovo brengt een van Kohnstamms fundamentele overtuigingen naar voren: alle problemen zijn wereldproblemen, en kunnen dus ook alleen zo worden opgelost: ‘Ik zie een toekomst waarin de internationale dialoog zich afspeelt tussen grote federaties. Ik zou bijvoorbeeld graag zien dat Zuid-Amerika een federatie vormt. Als het Westen en de westerse waarden, waar de rechtsstaat de belangrijkste van is, in dit bestel een rol willen blijven spelen, is eensgezinde buitenlandse politiek een vereiste. Dit wil overigens niet zeggen dat ik Europa zie als een machtsblok. Het was ook de angst van Jean Monnet dat dát de gedachte zou worden. Europese eenwording is geen uitbreiding van macht, maar een vredesproces. Het is een stap richting de internationale dialoog tussen een beperkt aantal gesprekspartners. De huidige chaos waarin tweehonderd staten het met elkaar eens moeten worden is verpletterend.’

Wat is de taak van Europa?

Max Kohnstamm: ‘Alleen in de context van een beperkt aantal spelers kunnen de grote problemen van de komende eeuw het hoofd worden geboden. Voor dit alles is wel een Europese stem richting de rest van de wereld nodig. De Unie mag dan in economisch en monetair opzicht vergevorderd zijn, ze schiet te kort op het terrein van buitenlandse politiek, en deze zaken kunnen helemaal niet gescheiden blijven. Olie, bijvoorbeeld, is een economisch probleem maar ook een politiek probleem. Hier komen andere schaarsten, zoals die van ijzererts, en klimaatproblemen bij. Dit alles schreeuwt om een gemeenschappelijke aanpak. Hiervoor is een Europese buitenlandse politiek nodig en dus moeten de individuele lidstaten delen van hun buitenlandbeleid overdragen aan de Unie.’

Is dat gebrek aan één stem een historische fout?

‘Bij het vormen van een verenigd Europa is altijd gezegd: eerst verdiepen, dan verbreden. Dat is niet gebeurd. Er is nauwelijks sprake geweest van soevereiniteitsoverdracht op het gebied van buitenlandse politiek, zelfs niet op de lange termijn. Deze fout staat nu een gezamenlijke buitenlandse politiek in de weg.’

Uw biografie is opgedragen aan een nieuwe generatie Europeanen, die het ‘voorrecht hebben op te groeien in een vreedzaam en welvarend Europa’. U lijkt er zelf niet zo optimistisch over.

‘Ik maak me zorgen om de toekomst van mijn kleinkinderen. We zijn bezig terug te gaan naar de balance of power als regulator van internationale betrekkingen; een situatie waarin elke staat uiteindelijk autonoom is. Dit leidt onvermijdelijk tot oorlog. Het past in de tijdgeest: we leven in een tijd die uit is op de totale autonomie van de mens maar vergeten dat vrijheid alleen bestaat waar ze beperkt wordt door de rechtsstaat. Binnen een rechtsstructuur is een machtsbalans vanzelfsprekend. Zonder regulerende rechtsstructuur is het een strijd van allen tegen allen. De Europese rechtsstructuur zoals wij die nu kennen is te beperkt. Juist op de cruciale punten is er geen soevereiniteitsoverdracht. Een voorbeeld zijn de Tsjechische onderhandelingen over de raketbasis. Tsjechië heeft het volste recht tot dit soort plannen, want nergens heeft het zijn handtekening gezet onder een soevereiniteitsoverdracht van hun buitenlandse politiek. Maar intussen is of er ja of nee wordt gezegd van belang voor de relatie van de hele Europese Unie met Rusland, en daar hebben we niks over te vertellen. Het gebrek aan Europese eenheid wordt nog versterkt door het feit dat in sommige lidstaten de rechtsstaat fragiel is. Ik maak me zorgen dat Berlusconi straks wordt herkozen. Italië gaat dan lijken op de Weimarrepubliek uit de jaren dertig.

Kohnstamm belichaamt de politieke vergezichten van de twintigste eeuw. Niet iedereen kan dit waarderen. Zo verklaarde Frits Bolkestein zich ‘allergisch’ voor Kohnstamms ‘Euro-gezwijmel’. Tijdens ons gesprek biedt Kohnstamm echter een aantal concrete oplossingen: ‘Een goede stap zou zijn om van de Franse stem in de VN Veiligheidsraad een Europese stem te maken. Ook het nog bestaande vetorecht in de Europese besluitvorming moet worden afgeschaft. Zelfs op economisch gebied, waar sprake is van soevereiniteitsoverdracht, bestaat het veto nog. Dit recht is de negatie van het feit dat het algemeen belang soms boven het deelbelang uitgaat en dus ook als zodanig geaccepteerd moet worden.’

De verwoestende werking van het vetosysteem blijkt volgens Kohnstamm uit de kwestie-Servië: ‘Door erop te staan dat Servië eerst Mladic moest uitleveren en te dreigen de toetreding van Servië te blokkeren met een veto speelden ze Servische nationalisten in de kaart. Het scheelde weinig of Servië was door Nederlandse Prinzipienreiterei aan Poetin uitgeleverd.’

Ziet u iemand met de politiek constructieve geest die een verdere stap zou kunnen zetten naar een wereldorde van gemeenschappelijkheid?

‘Als je mij vraagt of er op dit moment staatslieden zijn die een vergaande beslissing zouden willen nemen, dan betwijfel ik dat zeer. Hooguit Barack Obama zou in aanmerking komen. Alleen Obama zou een radicaal andere politiek kunnen voeren, zoals Roosevelt dat deed in 1929. De Amerikaanse politiek onder Bush is gebaseerd op macht; van Obama hoop ik dat hij zal worden gedreven door de zoektocht naar een gezamenlijke oplossing. Ik hoop bijvoorbeeld dat hij Teheran bezoekt, in plaats van isoleert. Net als van het bezoek van Sadat aan Jeruzalem in 1977 kan er een grote symbolische werking van uitgaan. Het zou tekenend zijn voor een houding die uitgaat van dialoog. Dit zou een opleving kunnen betekenen voor transatlantische samenwerking op basis van gelijkwaardigheid.’

Is er een Obama te vinden in Europa?

‘Nee. We missen werkelijk een politiek machthebber die zijn lot wil verbinden aan het versterken van de Europese context, zoals Monnet en Schuman dat deden. Wat dat betreft valt van het kabinet-Balkenende geen heil te verwachten. Als Nederland iets zou willen beginnen, zou het verstandig zijn de Benelux nieuw leven in te blazen. Economisch gezien is deze eenheid achterhaald, maar een gezamenlijk Benelux-standpunt zou de stem van Nederland, België en Luxemburg meer momentum geven.’

Uiteindelijk toch een gezamenlijk Europa, met vlag en volkslied?

‘Er is niets tegen dat soort symbolen, maar ook absoluut niets voor. Het thema van het Europees volkslied, “Alle Menschen werden Brüder”, is een mensbeschouwing die ik in geen enkel opzicht deel. We moeten niet vergeten dat de eerste ontmoeting tussen broers in de bijbel tot moord leidde.’

Anjo G. Harryvan & Jan van der Harst, Max Kohnstamm: Leven en werk van een Europeaan. Spectrum, 268 blz., € 27,50

Medium de 20europese

Mathieu Segers,_

De Europese dagboeken van Max Kohnstamm: augustus 1953 – september 1957. Boom, 278 blz., € 19,50

Kohnstamms artikel uit 1939: in het historisch Groene-archief