Libiërs vrezen voor afrekeningen

Alle sensoren op rood

De hevigste strijd barst pas los na de val van een regime, bleek in Irak en Afghanistan. Rebellen plegen nu oorlogsmisdaden in Tripoli. Wat doet de Navo?

bekijk hier de fotoreportage van Jeroen Oerlemans

Medium libya82

OPGEZWOLLEN lijken op een grasveld in Tripoli, sommige met de handen gebonden op de rug. Ze liggen verspreid rond tenten met boven de ingang een groot portret van de Libische leider Moamar Kadhafi. Hij was bijna 42 jaar aan de macht en is nu spoorloos verdwenen. De rebellen van de Nationale Overgangsraad heersen in de Libische hoofdstad.
Geruchten en verdachtmakingen, ze horen bij elke oorlog, zeker bij een felle burgeroorlog als die in Libië. ‘Lijken doen spookbeeld massamoorden opdoemen’, kopt persbureau Associated Press. 'Het is onmogelijk te zeggen wie hen heeft vermoord’, schrijft het persbureau. Maar de doden worden gekenschetst als 'waarschijnlijk’ vreedzame Kadhafi-supporters die volgens de gangbare mode hun tenten opsloegen. Dus moeten het wel de rebellen zijn geweest die hen vermoord hebben, concluderen veel journalisten. Maandagochtend sprak een Vlaamse journalist, net terug uit Libië, op Radio 1 over zijn ervaringen. We hadden het kunnen weten, de rebellen zijn begonnen met hun bijltjesdag, was de strekking van zijn relaas.
Groene Amsterdammer-fotograaf Jeroen Oerlemans meldt vanuit Tripoli dat hij de lijken heeft gezien. Het viel hem op dat het allemaal mannen waren in de gevechtsleeftijd. 'Ze lagen aan de rand van Abu Salim, een Kadhafi-gezinde wijk. De lijken lagen om en in tenten, in een ervan was een hospitaaltje ingericht. In dat hospitaaltje telde ik zes lijken, sommigen werden vermoord terwijl ze aan het infuus lagen. In totaal lagen er 26 lijken toen ik er was. Allemaal zwarte Afrikanen. Een aantal had gebonden handen, ik denk een stuk of vier. De meerderheid dus niet. Hoogstwaarschijnlijk waren het huurlingen, er lag veel militair spul om ze heen. Lege wapenkratten, legerjassen, uitrusting et cetera. Ik vroeg een medic van een ziekenhuis of hij dacht dat ze geëxecuteerd waren. De lijken waren al zo opgeblazen dat ik moeite had te zien waar de kogels de lichamen waren binnengedrongen. De medic draaide een lijk om en liet een half ontploft hoofd zien, deze was dus duidelijk in z'n hoofd geknald. De medics die aan het lijkenruimen waren, dachten dat het huurlingen waren, die, zodra ze niet meer nodig waren, werden afgemaakt door Kadhafi-loyalisten zodat ze niet aan de wereld konden vertellen wat ze allemaal hadden uitgevroten. Het is een mogelijkheid. Het zou ook kunnen dat het rebellen zijn geweest die dit gedaan hebben. Maar ik trek met ze op en ik moet zeggen dat ik ze zeer correct vind.’
Amnesty International rapporteert al zo'n dertig jaar over Libië, waar het Kadhafi-regime zich geregeld schuldig maakte aan martelingen en andere mensenrechtenschendingen. Vanaf het begin van de opstand in maart heeft Amnesty onderzoekers in Libië, momenteel zijn dat er twee. Lange tijd had Amnesty een researcher in Misrata, de stad die nog altijd belegerd wordt door Kadhafi-loyalisten. Amnesty-woordvoerder Ruud Bosgraaf: 'We reconstrueren mensenrechtenschendingen zo precies mogelijk. We hebben contacten met alle strijdende partijen. We hanteren het liefst minimaal drie bronnen als we concluderen dat een gebeurtenis heeft plaatsgevonden zoals wij hem beschrijven.’ Op die manier stelde Amnesty vast dat de Kadhafi-getrouwen in Misrata clustermunitie gebruikten en verboden antipersoneelsmijnen. Uit ooggetuigenverslagen en gesprekken met militairen en oud-militairen bleek bovendien dat het regime systematisch op ongewapende burgers liet schieten. 'Maar die geëxecuteerde mannen bij de tenten, daar moet je heel voorzichtig mee zijn. Ook al lijkt het of de rebellen erachter zitten, toch mag je dat niet zonder onderzoek concluderen’, zegt Bosgraaf.
Hoe het mis kan gaan bleek toen Luis Moreno-Ocampo, de procureur van het Internationaal Strafhof, begin juni zei 'dat het regime het beleid had om zijn tegenstanders te verkrachten’. Volgens Ocampo werden troepen van Kadhafi met viagra en andere seksuele stimuli volgepropt om massaverkrachtingen te houden. Dat zou onder meer gebeurd zijn in Misrata. Onderzoekers uit een team van de Verenigde Naties dat bezig was mensenrechtenschendingen in kaart te brengen, protesteerden. Zij zagen geen sluitend bewijs. Ook Amnesty heeft twijfels, zegt Bosgraaf. 'Wij hebben met veel vrouwen gesproken, maar hoorden niets wat op massaverkrachting wees.’ Ocampo nam de gewraakte bewering over van kinderpsychologe Seham Sergewa, die via een vragenlijst voor vrouwelijke vluchtelingen de verkrachtingen op het spoor zou zijn gekomen. Afgelopen week kwam ze met een nieuwe, niet zo heel verrassende beschuldiging: Kadhafi verkrachtte zijn vrouwelijke lijfwachten. Amnesty-onderzoekers vroegen Sergewa of zij hen in contact kon brengen met de verkrachtingsslachtoffers van de vragenlijsten. Maar de psychologe zei dat ze het contact met de vrouwen had verloren. Bosgraaf: 'Het is vreemd dat Sergewa, die gerechtigheid voor de slachtoffers zegt te zoeken, haar bronnen niet deelt met Amnesty International. Met ons netwerk en onze wereldwijde bekendheid zouden we een verschil kunnen maken.’

HOE ZIT HET? Maken ook de rebellen van de Nationale Overgangsraad, voor wie de Navo onder leiding van de Britten en de Fransen zich heeft opgeworpen als luchtmacht, zich schuldig aan misdaden en mensenrechtenschendingen? Ja, zeggen de VN. Na uitvoerig onderzoek beschuldigde de volkerenorganisatie beide partijen van oorlogsmisdaden. Ook de 'door de internationale gemeenschap gesteunde democratische oppositie’. Inderdaad, zegt Amnesty. De organisatie onderzocht de opsluiting door rebellen van 125 personen in een school net buiten de stad Az-Zawiya. Zij werden ervan beschuldigd tot het Kadhafi-kamp te behoren. De gevangenen vertelden dat ze vrijwel dagelijks geslagen werden met geweerkolven. De rebellen gaven een jongen een knieschot. Bosgraaf: 'Volgens internationale verdragen zijn dit oorlogsmisdaden. Ook de rebellen kunnen nu door het Internationaal Strafhof aangepakt worden.’
Bosgraaf vindt het opmerkelijk dat berichten over vermeende oorlogsmisdaden door de rebellen in de media breed worden uitgemeten, terwijl Amnesty Internationals stevige kritiek op de Navo maar moeizaam tot de krantenkolommen doordringt. 'Bij verscheidene bombardementen zijn burgerslachtoffers gevallen. Wij hebben onze twijfel of de Navo wel een adequate scheiding hanteert tussen militaire doelen en burgerdoelen. We constateren dat net als tijdens de Kosovo-campagne de staatstelevisie is aangevallen en dat daarbij personeel is gedood. Dat druist in tegen alle conventies.’ Op 2 augustus vroeg Amnesty International per brief secretaris-generaal van de Navo Rasmussen opheldering over drie bombardementen waarbij burgers werden gedood. Tot op heden kwam er geen antwoord. Het verbaast Bosgraaf niet. 'We zijn jarenlang in discussie geweest met de Navo over ons kritische Kosovo-rapport. Het leidde tot niets. Misschien waren ze bang voor financiële claims? We weten het niet.’
Gerbert van der Aa, historicus en journalist, gespecialiseerd in Noord- en West-Afrika, vertelt dat lang niet iedereen in Libië zich bevrijd voelt. 'Mensen uit Tripoli die ik spreek zijn bang voor afrekeningen. Laatst wilde ik een Libische kennis feliciteren met het verdrijven van Kadhafi. “We zijn eigenlijk helemaal niet zo blij”, zei hij tot mijn verbazing. Vóór de val van Tripoli gaf hij juist ontzettend af op het regime.’
Van der Aa publiceerde vorig jaar het geprezen boek Khadaffi’s woestijn, waarin hij onder meer ingaat op de grote verdeeldheid in het land. Een verdeeldheid die geweld in de hand werkt. Van der Aa: 'Er is eigenlijk altijd een sterke tweedeling geweest tussen Oost en West, tussen Tripoli en Benghazi. Het is geen toeval dat de opstand begon in Benghazi in het oosten, want Kadhafi bevoordeelde altijd het westen. En dan heb je nog de Berbers uit het Nafusa-gebergte, op de grens met Tunesië. Die moet je niet uitvlakken. De rebellen uit Benghazi riepen dat ze met luchtsteun van de Navo zo in Tripoli zouden zijn, maar ze liepen zich keer op keer vast. Het waren de Berbers die het grootste aandeel hadden in de bevrijding van Tripoli.’
Als extra destabiliserende factor lopen dwars door de geografische verdeeldheid ook nog eens scherpe stammentegenstellingen. Volgens Van der Aa kwam het explosieve karakter van de stammensamenleving tot uiting bij de mysterieuze moord eind juli op Abdel Fatah Younis, de militaire leider van de rebellen. Van der Aa: 'Meteen trok Younis’ stam op naar Benghazi om verhaal te halen bij de rebellenleiders. Stammenloyaliteit gaat in de Libische samenleving echt boven alles, en dat kan behoorlijk ontwrichtend werken.’
Het zou Van der Aa niet verbazen als opeens, als een duveltje uit een doosje, de islamisten zich opwerpen als redders van het vaderland. 'Zij kunnen een stabiliserende rol spelen, omdat ze de islam vooropstellen. Zij zeggen: we zijn allemaal moslims, uit welk deel van het land je ook komt en tot welke stam je ook behoort. In de negentiende eeuw gebeurde dat al eens, door de islamitische Sanussi-broederschap.’
'Alle sensoren staan nu op rood’, zegt Rob de Wijk, directeur van het Den Haag Centrum voor Strategische Studies en hoogleraar in Leiden en Breda. Wat Kosovo, Afghanistan en Irak ons hebben geleerd, legt hij uit, is dat de hevigste strijd pas losbarst als de regimewijziging een feit is. Dat stadium is nu aangebroken voor Libië. 'Ik sluit niets uit. Het zou kunnen dat het bij de huidige strubbelingen blijft, dat de rebellen één front blijven vormen en dat Kadhafi niet vanuit een geheime schuilplaats zijn getrouwen gaat aanvoeren in een guerrillastrijd tegen de nieuwe machthebbers. Het zou kunnen, maar het zou een wonder zijn.’
Hij rekent erop dat Libië ten prooi zal vallen aan sektarisch geweld en dat dat noopt tot een militaire stabilisatiemacht. Zónder leidende rol voor de Navo. De Wijk: 'De Britten en de Fransen zijn in de ogen van de Libiërs te zeer verbonden met het oude kolonialisme.’ Maar wie moeten het dan doen? 'Ze wijzen allemaal naar de Afrikaanse Unie en de VN’, zegt De Wijk. 'Ik vraag me af of die organisaties dat aankunnen. Maar zo'n macht moet er nu wel heel snel komen, anders zullen chaos en moordpartijen om zich heen grijpen.’