Een Italiaanse verdwijntruc

Alle sporen gewist

Van de aardbodem verdwijnen is inmiddels zo goed als onmogelijk. Toch weten Italiaanse vrouwen hoe ze zich moeten verbergen, fysiek of mentaal. ‘Ik weet niet of er nog zo’n plaats in de wereld bestaat waar je gewoon weg bent.’

Benedetta Barzini in The Disappearance of My Mother, regie Beniamino Barrese © Kino Lorber

‘Al minstens drie decennia vertelt ze me dat ze wil verdwijnen zonder sporen na te laten, en alleen ik weet precies wat ze daarmee bedoelt. Ze heeft nooit een vlucht, een zelfmoord of een identiteitsverandering overwogen, en er evenmin van gedroomd elders een nieuw leven te beginnen. Er stond haar altijd iets anders voor ogen: ze wilde in het niets oplossen; ze wilde elke cel van zichzelf laten verdwijnen; er moest niets meer van haar overblijven. En omdat ik haar goed ken, of in ieder geval denk dat ik dat doe, staat het voor mij vast dat ze een manier heeft gevonden om nog geen haar in deze wereld achter te laten, nergens.’

Aldus de proloog van De geniale vriendin, die ‘Het uitwissen van de sporen’ heet. De vertelstem is die van Elena Greco – ‘Lenù’ – die op haar 66ste besluit om het verhaal van de vriendschap tussen haar en Raffaella Cerullo – ‘Lila’ – nu eindelijk op te schrijven. Dat wil ze al een hele tijd, Elena Greco, die tegen de keer van haar afkomst een succesvolle schrijfster in de grote wereld is geworden, maar ze durfde het niet. Vanwege het verbod van dictator Lila natuurlijk, de allesbepalende hartsvriendin uit de nieuwbouwwijk in het stoffige niemandsland achter het Centraal Station van Napels. Jeugdvriendin, vriendin van de pubertijd, vriendin van de volwassenheid en uiteindelijk ook vriendin van de ouderdom, samen tot de dood ons scheidt, had Elena altijd gedacht, maar dat blijkt anders uit te pakken.

Lila is ineens verdwenen, en voorgoed, dat weet Lenù meteen, in tegenstelling tot Lila’s nutteloze zoon van middelbare leeftijd, die nog steeds bij zijn moeder thuis woont in een van de blokkendozen in het niemandsland. Op telefonisch aandringen van tante Lenù doorzoekt hij het armoedige appartement van onder tot boven en inderdaad, precies zoals de hartsvriendin al weet, er is niets meer te vinden, nog geen haarspeld. Lila is verdwenen en heeft alle sporen van haar bestaan op aarde gewist; de kleren, de foto’s waarop ze staat, oude documenten, computerschijfjes, filmpjes, geboortebewijzen, telefooncontracten, gas- en lichtrekeningen op haar naam – álles is weg.

‘Lila wil weer eens overdrijven, dacht ik. Ze wilde, 66 jaar oud, niet alleen zelf verdwijnen, maar ook het hele leven dat ze achter zich had uitwissen. Ik was verschrikkelijk boos. Laten we maar eens zien wie deze keer zijn zin krijgt, zei ik bij mezelf. Ik zette de computer aan en begon onze geschiedenis op te schrijven, alles wat ik me ervan herinner, tot in de details.’ En zo vertrekt de trein van bijna 1700 pagina’s over de vriendschap tussen de ene en de andere, waarbij de vraag wie van de twee de geniale is tot het laatst toe blijft hangen. De onvoorspelbare boskat Lila, of degene die haar zo goed te pakken weet te krijgen op papier, vaak ook ten koste van zichzelf? Een fascinerende vraag die de afgelopen tien jaar wereldwijd zestien miljoen lezers aan zich heeft weten te binden, plus de kijkers van de succesvolle tv-serie, de eerste niet-Amerikaanse serie van hbo, opgenomen in het Italiaans, ten dele zelfs in zwaar Napolitaans dialect. De opnamen voor het derde deel van de serie zijn vorige week begonnen in het oude centrum van Caserta, na de covid-pauze van een jaar.

‘De geniale vriendin’ noopt tot vergelijken omdat de hele structuur van het boek een vergelijk lijkt tussen twee manieren van zijn, tussen twee manieren van het aangaan van de wedstrijd die het leven is, wanneer je uit gelijke startblokken lijkt te zijn vertrokken. Líjkt. Want wat er eigenlijk wordt verteld in de vierdelige saga is juist het eeuwige verhaal van de ongelijkheid. Al heel jong ligt Lenù op nooit meer in te halen afstand voor op Lila, om precies te zijn op hun tiende, als de keuze voor wel of niet mogen doorleren door hun ouders moet worden gemaakt. Twee abnormaal leergierige meisjes uit een achterstandsbuurt van Napels begin jaren vijftig, gezinnen die bulken van de kleine kinderen, afgebeulde moeders die een handje in de huishouding hard nodig hebben: hun kansen zijn niet groot.

Het ene onsje verschil tussen mogen doorleren of niet, tussen de vaste baan als conciërge op het gemeentehuis van Napels van de vader van Lenù of het wankele bestaan als schoenlapper van de vader van Lila, bepaalt de levenslange kloof tussen de meisjes. Een kloof die dieper en dieper wordt en ze uiteindelijk toch uit elkaar zal drijven. Wie mag doorleren krijgt alle kansen van het leven geboden, zij het met veel moeite, oneindig doorzettingsvermogen, vele vernederingen, butsen, vallen en weer opstaan. Wie niet mag doorleren is voor altijd veroordeeld tot de wurgende context van een Napolitaanse achterstandswijk, hoe inventief de geniale schoonheid Lila haar lot keer op keer ook probeert te ontsnappen.

Op het moment dat het haar eindelijk gelukt lijkt, volgt de staartslag van de krokodil. Haar dochtertje van vier verdwijnt pal onder Lila’s neus, op een vrolijke zondagochtend met een jaarmarkt op de hoofdstraat van de stoffige sociale woningbouwbuurt. Eén tel even niet opletten en weg is de kleine Tina, het meisje dat alles goed zou maken. De staartslag van de krokodil: als we jou niet kunnen pakken, pakken we wat jou het liefste is. Dat is de realiteit van een achterstandswijk waar het recht van de sterkste geldt, in De geniale vriendin vertegenwoordigd door de gebroeders Solara, een soort Camorra op wijkniveau. Ze werken met dezelfde methodes, maar ze werken voor zichzelf.

Een kind in het niets laten verdwijnen en de ouders, de familie, de naasten, nooit meer iets laten weten, is een afschuwelijke Italiaanse maffiamethode die eens in de zoveel jaar altijd weer ergens in het diepe zuiden de kop opsteekt. Vaak weten de getroffen ouders niet eens waarom. Onlangs was weer sprake van iemand die Denise Pipitone ergens had gezien, het vierjarige Siciliaanse meisje dat in 2004 verdween onder de neus van haar moeder en grootmoeder, gewoon spelend met een neefje voor de deur in Mazara del Vallo. Ze zou inmiddels 21 moeten zijn, en ze is al vaker opgedoken op filmpjes van mensen die haar meenden te herkenden. Dan weer in Milaan, dan weer in Griekenland, dan weer in Rusland. Ze leek het echt, maar gevonden is ze nooit meer, Denise.

Benedetta Barzini in The Disappearance of My Mother, regie Beniamino Barrese © Bertha DocHouse, Twitter

Het is de zwaarste kwelling die er is, nooit mogen weten wat er met je kind is gebeurd. Altijd blijven denken: is zij het, loopt zij daar? Het is ook het opperste vertoon van macht, een kind niet alleen wegnemen van zijn ouders, maar het ook nog eens volledig in het niets laten verdwijnen, en niemand die ooit iets heeft gezien natuurlijk in het land van de omertà. Ik controleer jouw leven en ik controleer ook je hele omgeving, is de boodschap van deze geste. Ik controleer alles, kortom. En het enige antwoord dat daar uiteindelijk op mogelijk is, een kwart eeuw later, is hetzelfde doen.

Wanneer alle hoop om haar dochtertje ooit nog terug te vinden vervlogen is, verdwijnt ook Lila in het niets. Het is haar laatste daad van protest tegen een leven waarover ze uit alle macht de regie heeft proberen te houden, maar die haar toch is ontglipt, want zo staat het in het scenario dat vanaf haar geboorte in deze wijk vastligt. Het is haar laatste daad van vrije wil: ik verdwijn. En ik laat geen briefje, geen verklaring achter. De verklaring is mijn leven.

Lila’s verdwijnact is een typisch Italiaanse manier van verdwijnen. Het is geen vlucht, geen zelfmoord of een identiteitsverandering, zoals Lenù, degene die Lila het beste kent, schrijft in haar proloog. Het is een mentale categorie, de Italiaanse verdwijning, of beter gezegd de zelfgekozen verdwijning in het niets van vrouwen die ook andere keuzes lijken te hebben. Je moet er toch maar op komen, denk je van buitenaf, om echt helemaal in het niets te willen – en kunnen – verdwijnen. Italiaanse vrouwen komen erop om een hele hoop redenen die diep in het Italiaanse dna verscholen liggen, maar zeker is het ook zo dat ze het verdwijnmodel al kennen. Het maffiamodel, altijd zeer creatief in het ergst denkbare vinden en uitvoeren.

‘Ik wil gewoon weg van hier, van wat het Westen de wereld heeft aangedaan, van wat inhalige witte mannen met de wereld hebben gedaan’

Iemand zonder sporen voor altijd in het niets laten verdwijnen is oneindig veel onheilspellender en bedreigender dan een moord met een lichaam dat uiteindelijk ergens gevonden wordt, in welke staat van gruwelijkheid ook. ‘Het is bekend dat er geen grotere kwelling bestaat voor nabestaanden dan het niet kunnen vinden van het lichaam’, zei Peter R. de Vries op dinsdagmiddag 6 juli in een kort telefonisch interview over dit onderwerp. ‘Daarmee ontzeg je mensen ook nog eens hun hele verwerkingsproces, een graf om naar toe te kunnen op de verjaardag van de overledene, met de Kerst, een plek waar je je tot de dode kunt richten. Mensen zullen altijd, altijd dat ene sprankje hoop blijven houden zolang er geen lichaam is gevonden. En van dat sprankje hoop raak je totaal uitgeput op den duur. Het drijft je tot waanzin.’

Dat het laten verdwijnen van kinderen in Italië een maffiamethode is om erin te blijven hameren dat er altijd een grotere macht is dan jij die kan beslissen over alles in jouw leven, wist hij niet, maar kon hij zich wel voorstellen. ‘Als ik zou moeten zeggen wat het ergste is dat je iemand kunt aandoen, dan dit’, aldus Peter R. De Vries, een paar uur voordat hij werd neergeschoten.

Lila en Lenù met hun poppen in de serie De geniale vriendin gebaseerd op de boeken van Elena Ferrante © hbo

Vice versa kan de zelfgekozen verdwijning ook een ultieme daad van bevrijding van het leven zijn, van welk leven dan ook. Het gaat niet alleen om Italiaanse vrouwen die worden geboren in de omstandigheden van Lila, en die verdwijnen na een levenslang gevecht tegen de bierkaai van hun achterstand en de daaraan gepaarde wreedheden en onrecht. Het kan ook slaan op vrouwen die als extreem succesvol, mooi, rijk en in alle opzichten geslaagd worden gezien.

Op een vrouw als Benedetta Barzini (77), van wie je op het eerste gezicht niet direct zou vermoeden dat haar leven om van te vluchten is, maar dan moet je misschien beter naar haar kijken. Italië’s eerste topmodel, van een Cleopatra-achtige, ingetogen schoonheid. Zomaar ontdekt op straat in Rome in 1963, onmiddellijk ingevlogen naar Manhattan door Diana Vreeland voor een fotoshoot met Irving Penn voor de Amerikaanse Vogue, meteen de ster van Ford Models, meteen de vriendin van Andy Warhol en de Factory-crowd, en van Salvador Dalí, Richard Avedon, Lee Strasberg – meteen het hele pakket succes aan de wereldtop zeg maar, right time, right place, een superschoonheid in het New York van de jaren zestig.

Bovendien is Benedetta van moeders kant ook nog gelieerd aan de onnoemelijk rijke industriële familie Feltrinelli, waar iedereen vanaf de geboorte een intellectueel of een artiest is, met een halfbroer als Giangiacomo Feltrinelli, een legende in Italië. Giangiacomo was de oprichter van het uitgevershuis Feltrinelli en deed wonderdingen, zoals het uit Rusland laten smokkelen van Pasternaks manuscript van Dokter Zjivago, en het als eerste wereldwijd publiceren in 1957. Ook was Feltrinelli de enige uitgever van Italië die inzag dat Il gattopardo een absoluut meesterwerk was nadat iedereen er zijn neus voor had opgehaald, van het gerenommeerde Einaudi tot Mondadori. En zelfs het feit dat de legendarische Giangiacomo in 1972 om het leven kwam bij het onvakkundig peuteren aan een lichtmast in Milaan om een hele wijk in de blackout te leggen in naam van een of andere revolutionaire daad die iets met de Rode Brigades te maken had, droeg bij aan zijn cachet.

Een legendarische familie, kortom, en Benedetta Barzini heeft zich ook nog op alle vlakken kunnen ontplooien na het zelfgekozen einde van haar carrière als topmodel. Ze werd universitair docente beeld en communicatie in Milaan, lid van de communistische partij, vooraanstaand feministe, schrijfster van allerlei marxistisch getinte pamfletten, vaak geïnterviewd, nog altijd een icoon, nog altijd met lintjes gelauwerd, niet lang geleden nog door de gemeente Milaan vanwege haar ‘niet-aflatende strijd om duidelijk te maken dat een fotomodel meer dan een lichaam is’.

In de documentaire The Disappearance of My Mother (2019) volgt haar zoon Beniamino (‘Ben’) zijn moeder met de camera terwijl ze zich klaarmaakt voor de ceremonie van het lintje. Klaarmaakt in de zin van een baggy jas aanschieten over haar slobberbroek en slobbertrui, en hup, zo zonder make-up de deur uit, met een rastastaart en op afgetrapte schoenen. ‘Maar wil je je niet een beetje mooi aankleden, het is toch een eer?’ probeert zoon Ben nog van achter de camera. ‘Ik ben mooi aangekleed zat’, grauwt ze, terwijl ze deur achter zich dichtslaat.

The Disappearance of My Mother lijkt half een grap, maar wordt gaandeweg serieuzer. Benedetta Barzini wil echt verdwijnen in het niets, zegt ze al jaren, en haar zoon Beniamino (de jongste van vier kinderen) wil daar een documentaire over maken. Dat is meteen al reden tot enorme irritatie tussen moeder en zoon, want zij wil juist ontsnappen aan het beeld, aan altijd een lens op haar gericht. ‘Ik wil gewoon weg van hier, van wat het Westen de wereld heeft aangedaan, van wat inhalige witte mannen met de wereld hebben gedaan. Ik weet niet of er nog zo’n plaats in de wereld bestaat, waar je heen kunt en gewoon weg bent’, zegt ze terwijl ze half spottend, half serieus voor de camera van haar zoon over een paadje een hecht bos in loopt.

Hij had haar eerder gevraagd: ‘Mam, eh… kunnen we het even hebben over wanneer je dan vertrekt? Hoe? Waar? Waarheen? Want dat is voor de slotscène van mijn documentaire toch een belangrijk…’ ‘Imbecille’, grauwt ze, en half weggedraaid van de camera verzucht ze: ‘Is het echt mogelijk dat dit een kind van mij is, zó dom, zó kinderlijk, zulke domme vragen? Wat denk je? Dat ik net als Mary Poppins wegvlieg met een paraplu?’ Maar toch krijgt hij het dan voor elkaar dat ze verschillende vertrekscènes samen uitproberen, waaronder die in een bootje, wegroeiend op zee, zij in haar eentje, nauwelijks in staat de roeispanen te trekken, want brood- en broodmager en ook nog lijdend aan een mysterieus euvel dat iets met haar zware rokershoest te maken moet hebben. Om haar mond speelt een klein plagend lachje, terwijl ze wegroeit. Ze zwaait even en roept dan vanaf zee: ‘Zo genoeg, Ben?’ Later, als ze weer samen thuis zijn, in haar bag lady-appartement in het oude centrum van Milaan, een tot de nok toe volgestouwd complex aan een binnenplaats, zegt ze: ‘Ik weet niet, Ben. Misschien wil ik gewoon wel dood.’

Maar dat is het toch ook weer niet. Iemand die dood wil is niet zo obsessief bezig met wat er na haar vertrek gaat gebeuren met haar spullen – ‘Kijk Ben, ik heb hier een hele stapel met handige papieren tassen waar alle documenten in kunnen’ – en met de manier waarop haar vertrek zal worden geïnterpreteerd. Iemand die dood wil geeft ook niet twee jaar later nog steeds interviews om de documentaire van haar zoon te promoten. ‘Als dit allemaal weer voorbij is, ga ik door met mijn zoektocht om een plek op de wereld te vinden waar ik kan verdwijnen’, vertelde ze in april 2020 nog aan de journaliste van The New Yorker, die haar juist had gebeld om te vragen of dit eigenlijk niet de ideale verdwijning was: gewoon thuis, midden in het zwaarst getroffen covid-gebied, Milaan, verboden de deur uit te gaan, want oud en ziek, dus grootste risicogroep. Eigenlijk de ideale omstandigheden voor iemand die van de wereld wil verdwijnen, toch? Nee, gromde Benedetta Barzini via Skype, ze ging door met zoeken naar een plek, ‘een langzaam voortschrijdend proces, maar constant’.

Foto van Inge Schönthal van Greta Garbo in New York, december 1952. Garbo had besloten om de eeuwig op haar gerichte lens van de wereld te ontvluchten door zich in het hart van de wereld te verstoppen © Bettmann / Getty Images

Het is natuurlijk ook helemaal niet simpel om te verdwijnen anno 2021. ‘De digitale traceerbaarheid van alles wat je doet, waar je gaat en staat, maakt het eigenlijk onmogelijk om nu nog te verdwijnen zoals dat in de jaren zeventig, tachtig nog gebeurde’, had Peter R. de Vries gezegd. ‘En helemaal in het land zelf, het land waar je te boek staat. Een doodenkele keer is er nog wel eens iemand, een Nederlander, die bewust verdwijnt in Thailand of Cambodja, dat soort landen. Maar goed, dan moet je dus alles cash bij je hebben en niets op je naam laten zetten. En het geld waarmee je het de rest van je leven moet doen ook. Het is niet simpel.’

Er is nog een andere methode, en dat is de Greta Garbo-methode. Je verstoppen midden in het hart van de wereld, zoals Greta Garbo deed in het New York van de jaren vijftig, totdat ze natuurlijk toch ontdekt werd. Het was een toevallige snapshot van fotografe Inge Schönthal, de latere ook weer legendarische Inge Feltrinelli omdat ze in 1958 trouwde met Giangiacomo. Maar in 1952 was ze nog Inge Schönthal, en zag ze op een kruispunt in Manhattan een mooie vrouw half verstopt onder een hoedje die haar neus snoot. Dat was Greta Garbo, zag ze pas later op het negatief. Greta Garbo die had besloten om de eeuwig op haar gerichte lens van de wereld in New York te ontvluchten. Op zich geniaal, alleen jammer dat dat vandaag ook niet meer kan. Er lopen ruim zevenenhalf miljard fotografen rond over de wereld, er bestaat geen hoekje meer zonder lens.

Dan de állerlaatste verdwijntruc, dat is die van Elena Ferrante zelf. Misschien zien we haar iedere dag in het openbaar. Misschien spreekt ze via andermans mond. Misschien lacht ze zich een bult om de speurtocht naar haar identiteit, terwijl ze voor je neus staat. ‘Ik heb altijd iedere vorm van gedelegeerde mannelijke macht als de pest gemeden’, schreef ze in een artikel voor The New York Times van mei 2019. ‘Ik heb nooit deelgenomen aan bestuursorganen, schooldirecties, medezeggenschapsraden, verenigingen van eigenaren, oudercommissies of andere dingen waarvoor ik ben gevraagd. De enige vorm van macht die mij vanaf jong meisje altijd heeft aangetrokken, is de macht van het vertellen. Wie het verhaal vertelt, heeft de macht, dat was mij meteen duidelijk. Je moet nooit terechtkomen in andermans verhaal.’

Nadat Lila in het niets is verdwenen, laat ze haar hartsvriendin nog één keer voelen wie de baas is: ‘Toen ik gisteren thuiskwam vond ik boven op mijn brievenbus een met krantenpapier omwikkeld pakje. Er zat geen begeleidend briefje bij en ook stond nergens een naam. Behoedzaam heb ik het pakje aan één kant geopend en dat was genoeg. (…) Ik herkende ze onmiddellijk, de poppen Tina en Nu, onze poppen die we bijna zes decennia eerder in een souterrain van de wijk hadden gegooid en die we nooit hadden teruggevonden. (…) Dát had Lila dus gedaan: haar hele leven had ze haar verhaal verteld en daar mijn levende lichaam en mijn bestaan voor gebruikt.’

Aldus de epiloog van De geniale vriendin, die ‘Teruggave’ heet. Teruggave van het verhaal van hun leven. Lila heeft gewonnen.