Alle tijd is werktijd, tenzij anders aangegeven

Ook de kerken hebben zich nu gevoegd in het koor van degenen die pleiten voor een onthaaste samenleving. ‘Steeds meer uren van de dag en de nacht worden gebruikt voor economische activiteiten’, sprak dominee Vissinga. ‘Banken en uitzendbureaus zijn al begonnen met een 24-uursdienstverlening en supermarkten verwachten op den duur vijftien procent van hun omzet op zondag te kunnen halen.’ Het ging hem niet om de zondagsrust alleen, benadrukte Vissinga, maar vooral om het gegeven dat mensen ‘geen dag of geen uur rust meer kunnen vinden’ en ‘kapot dreigen te gaan aan de stress’.

Even hoorde ik de echo van de vroege jaren zestig. Ook toen klonk van menige kansel een waarschuwend woord tegen het toenemende jachten en jagen. In beide gevallen gaat het om een protest tegen de tijdgeest. De vroege jaren zestig stonden niet alleen in het teken van stevig doorpezen voor ’s(lands wederopbouw, het waren ook de jaren waarin de eerste tekenen zichtbaar werden van de consumptiemaatschappij. En beide, productie en consumptie van het geproduceerde, brachten een versnelling van het levenstempo teweeg. Destijds speelde dat alles zich nog af binnen de zeer geregelde patronen van het kostwinnersgezin en de vaste betrekking. Nu komen als gevolg van een nieuwe versnelling in productie- en consumptiepatronen ook die vaste kaders in het gedrang.
Die versnelling wordt vooral veroorzaakt doordat dankzij de informatietechnologie producten en productieprocessen een steeds kortere levensduur hebben. Daardoor ontstaat een grote druk om in steeds kortere tijd steeds grotere en riskantere investeringen terug te verdienen. Het resultaat is wat wij inmiddels aanduiden met 24-uurseconomie: een volcontinu productie- en consumptieproces waaraan alle andere bezigheden zo langzamerhand ondergeschikt worden gemaakt. Dat is de achtergrond van de employability-discussie. Dat lastig te vertalen woord betekent niets anders dan inzetbaarheid. Alle tijd wordt werktijd, tenzij anders aangegeven. En dus hebben we dagindelingscommissies vanwege de regering om na te gaan hoe die andere bezigheden, zoals elkaar spreken, liefhebben, vermaken, opvoeden en dergelijke, aan de eisen van de mie zijn aan te passen. En leren we bij Teleac hoe we aan time-sharing moeten doen, wat niets anders is dan leren hoe je twee of drie dingen tegelijk doet. Want behalve werken kun je ook op alle tijden recreëren. De video zorgt dat je op elk moment tv kunt kijken, op helverlichte golfbanen kun je ook ’s(avonds nog een balletje slaan. Het enige probleem zijn nog de schooltijden van de kinderen. Zij het dat er in Amerika al 24-uurscrèches zijn, waar kinderen ’s nachts kunnen spelen, waarna ze overdag met de ouders die in de nachtdienst zitten, kunnen slapen. Iets voor scholen misschien? Dan hoeven we alleen nog maar te wachten op wetenschappers die aantonen dat kinderen geen rust en regelmaat nodig hebben. Onrealistisch? Dat hangt af van de mogelijkheden grenzen te stellen. Daartoe moeten de mogelijkheden van mensen om hun eigen tijd te organiseren en daarin grenzen te stellen, toenemen. Dat is in laatste instantie een politiek probleem.
Welk perspectief biedt het verzet dat de kerken hebben aangetekend? Het wordt van links tot rechts in de kerkgemeenschap gesteund en het strekt zich ook uit tot de islamitische en joodse geloofsgemeenschappen. Tegelijk met de kerken start de vakbeweging dezer dagen een campagne tegen stress. De milieubeweging verheft al jaren haar stem tegen de eenzijdige bevordering van economische groei. Aan het politieke midden lijkt een en ander vooralsnog niet besteed. Daar gelden onverkort adagia als ‘werk, werk en nog eens werk’ en 'markt, markt en nog eens markt’. Het lot van Rosenmöllers deeltijdwet, die een paar weken geleden sneuvelde in de Eerste Kamer, illustreerde nog eens dat het verzet de politiek nog niet heeft bereikt. Maar de wrevel groeit.