Toneel

Alledaagse waanzin

Toneel: STUK, jongerentheater & debat over kindermishandeling

Augusto Boal (1931) is een Braziliaanse theatermaker die in zijn land het Teatro do Oprimido («theater van de verdrukten») oprichtte. Hij gaf door middel van toneel de kanslozen een stem. Met amateurs, liever: dilettanten (echte liefhebbers) maakte hij voorstellingen over henzelf. Hij ging met die voorstellingen «de boer op». Van Dale: «naar buiten gaan». Theater om verzwegen onderwerpen in de publieke ruimte te brengen. Ik moest aan Augusto Boal denken toen ik in een voormalige moskee in de Amsterdamse wijk Bos en Lommer de voorstelling STUK zag. Over kindermishandeling. Acht jongeren die hun eigen verhaal vertellen. Over hún alledaagse waanzin: kapotgebeukt worden, fysiek en geestelijk.

Nee, STUK is geen bekentenistoneel, geen ramptoerisme op de schrammen en de blauwe plekken van stukgeranselde pubers. De regisseurs (Har Tortike en Jona Rens) hebben gekozen voor een sterke, theatrale vorm. Geen soap maar zinderend theater. Meteen vanaf de openingsscène. Uit een reeks witte dozen, die eruitzien als betonblokken, bouwen de spelers een muur en een poort. Eén voor één komen ze als volleerde showbizzjongens en -meiden die poort uit. Ondertoon én boventoon: Yes! Eindelijk mag het! We gaan het nú doen! We gaan laten zien wat ons is overkomen. Geen gezeik, geen slachtoffergedoe, we gaan uit van onze kracht.

De scènes die we vervolgens te zien krijgen zijn van een overrompelende schoonheid. Een speler doet aan martiale vechtsport. Een medespeler schildert met rode verf een tekst op zijn rug (inhoud verklappen we niet). Een kind verdwaalt in een fuif van ouders en familie. Het kind wil slapen. Een paar fuifnummers liggen in zijn bed te neuken. Het kind kan nergens heen. Slaapt uiteindelijk op de grond. Wordt door de complete ploeg in slaap gewiegd. Een moeder excuseert zich tegenover het publiek. Dat ze haar zoon hard heeft opgevoed. Ze wilde haar kind harden tegen het geweld dat zij zelf ooit meemaakte. In een oorlog. Ergens in Verweggistan. De blik in de ogen van haar zoon: jij wou mij misschien helpen, maar mij heeft het he-le-maal niks geholpen.

De scènes in STUK werken als een natte dweil in het gezicht. Omdat de spelers ze laten zien zonder pretentie. De muur van witte dozen wordt omgetoverd tot een videoscherm waarop sterke beelden over hun mishandelingen worden getoond (het zouden hun nachtmerries kunnen zijn), de performers dansen de spots uit het lichtplafond, ze bespelen met hun spaarzame teksten het achterste van hun tong. Ergens midden in de voorstelling komt het cruciale moment, waarop de performance overgaat in debat. Help! Ze vragen het. Wat gaan we nu doen? De voorstelling is over.

Het zaallicht gaat aan. We zijn zo’n veertig minuten verder. De spelers veranderen het theater in een ruimte voor discussie, ze treden aan, bewapend met goeie vragen. Wat is volgens u kindermishandeling? Heeft u een idee hoe vaak het gebeurt? Weet u iets over de hoeveelheid dodelijke slachtoffers? En wat kunnen wij doen? Nee, niet dat neutrale «we». Het gaat nu over wij. Zoals wij hier zitten? Daarom zweefde Augusto Boal die avond door mijn hoofd. De voorstelling gaat naadloos over in een discussie – zíjn ideaal van een mooie theateravond. De makers hebben – slim als ze zijn – vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties in de zaal geregeld: de Kindertelefoon, het Meldpunt Kindermishandeling. De spelers blijken geweldige debaters. Ze dagen de zaal uit. Het theater wordt volksvertegenwoordiging. Een parlement over kindermishandeling.

Kindermishandeling is een ondergeschoven onderwerp in het publieke debat. De slacht offers schamen zich – wat doen mijn ouders raar tijdens dat meppen? De mishandelaars willen het niet weten: wij doen zulke dingen niet! Er zijn alleen verliezers. Behalve als de ultieme verliezers, de kinderen, naar creatievere middelen grijpen dan gewoon terugmeppen. Toneel bijvoorbeeld. Op een ongewone manier help roepen. Op een kaal podium. Shehab Saddal (die het initiatief nam, omdat hij een klasgenote met steeds blauwere plekken zag rondlopen), Racquelle Bannink, Chantal Swart, Ahmed El Jennouni, Abdelkarim Elbaz, Abdoelah Nadi, Darolim Wartes en Isabella Sarican – die namen horen (met hun eerder genoemde regisseurs) bij dit prachtproject STUK.

STUK is – als start van een nieuwe serie – opnieuw te zien op de Theaterschool, Jodenbreestraat 3, Amsterdam, op 31 januari en 1 februari. Inl.: Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, 020-5277777, Be At The Media, Michelle Jacobs 020-6703313