De zondagsrust in Katwijk

Alleen de meeuwen schreeuwen

In Katwijk heerst nog een ouderwetse zondagsrust. Maar de gesloten luiken staan symbool voor een gesloten gemeenschap.

DE STRATEN in het centrum van Katwijk liggen er verlaten bij en alle winkels zijn gesloten. Een bordje op de kerkdeur van de Oude Kerk, gelegen aan de Katwijkse boulevard, meldt: ‘In verband met de wind, alleen de ingang aan de andere zijde van de kerk is geopend.’ Ook deze zit vandaag op slot. De kerk heeft blijkbaar geen behoefte aan bezoekers, typerend voor de gesloten Katwijkse gemeenschap. De Katwijkers vormen een zeer hechte gemeenschap van families die vaak al generaties lang ‘op Kattuk wonen, het dorp waar de meeuwen skreeuwen’.
Terwijl een dag eerder nog zesduizend supporters op de tribunes zaten te kijken naar de plaatselijke derby Quick Boys tegen VV Katwijk, is het op zondag uitgestorven. Een meerderheid van de Katwijkers is Nederlands Hervormd. Een flink slot hangt om de hekken van sportcomplex Nieuw Zuid. Op zondag geen voetbal.
In het oude centrum is alleen visrestaurant De Mosselaar geopend, waar geen Katwijkers werken, maar waar twee Chinezen het eten klaarmaken. Een handjevol Duitse toeristen eet een patatje op het terras. Onder de klanten is er geen Katwijker te bekennen. Niemand wast de auto en geen kind speelt op straat. Voor de ramen van de hofjeswoningen rond de Oude Kerk zitten enkele Katwijkers in zware leren stoelen aan een tafel met een stoffen kleedje erop. Voor een ander raam staat een oude modelzeilboot, alsof de tijd heeft stilgestaan.
Dat klassieke karakter heeft Katwijk aan Zee altijd gekoesterd. Dat Katwijk aan Zee zo anders is dan de omringende gemeenten Noordwijk en Rijnsburg vindt zijn oorsprong in de visserij. De Katwijkers werkten traditioneel als vissers op de bomschuiten: zware boten die vanaf het strand de zee in werden getrokken. Ook werd er veel op garnalen gevist. Als kustplaats had Katwijk weinig contact met de omringende dorpen en meer verbondenheid met andere vissersdorpen. Aan de oorspronkelijke isolatie van de vissersgemeenschap heeft Katwijk zijn eigen karakter te danken met een hecht gemeenschaps- en verenigingsleven. Het legde het fundament voor het Katwijkse dialect, dat nog steeds gesproken wordt. ‘Al dat lepel likke kan’, zegt de Katwijker als hij ‘iedereen’ bedoelt en ‘de wup in de wap hebbe’ staat voor ‘je eigen baas zijn’.
Veel families zijn zo verknocht aan Katwijk dat ze er al generaties lang wonen. Niet voor niets heet het halve dorp Kuijt, Van Duijn, Haasnoot of Van de Plas.
VANAF DE OUDE KERK, bolwerk van de protestantse gemeenschap, heb je een prachtig uitzicht over het strand en de zee. Toeristen, lui op het strand, passen niet in de gesloten Katwijkse gemeenschap. De zondag wordt in Katwijk nog besteed aan de familie en het geloof: ’s ochtends samen naar de kerkdienst en daarna op bezoek bij familie in het eigen dorp.
‘Toch is er ook een hoop veranderd in Katwijk de afgelopen jaren. Je moet naar RTV West kijken om op oude platen nog iets van het oude Katwijk te zien. Hier zie je dat niet meer’, zegt Katwijker Dirk van de Bent cynisch. Hij zit op een bankje aan de noordzijde van de boulevard bij een oud jaren-zeventigachtig hotel. In het avondzonnetje komen hier de echte Katwijkers samen om even bij te praten, een hangplek voor senioren. De 71-jarige Van de Bent werkt al jaren niet meer en rijdt in een scootmobiel. Als oude visser draagt hij op zijn rechterarm een klassieke zeemanstatoeage met een hart en een anker. Ook zijn oude blauwe petje van rederij Triton in Katwijk verwijst naar zijn verleden op zee.
Zelf komt hij uit Katwijk Binnen, het gedeelte van het dorp dat aan de Rijn ligt. De Katwijk Zeeër-senioren, die bij het strand wonen, zitten een bankje verderop. Nauwlettend houden ze alles in de gaten. De argwaan van de Katwijk Zeeërs richting Van de Bent en zijn gespreksgenoten uit Katwijk Binnen is veelzeggend over de veranderingen in Katwijk. In het gedeelte van Katwijk dat aan de Rijn grenst verschijnen grote flats en nieuwbouwhuizen. Daardoor groeit Katwijk snel en mede door een gemeentelijke fusie met Valkenburg en Rijnsburg telt het dorp nu ruim zestigduizend inwoners. De oude Katwijkers vrezen dat het typische karakter van het dorp verloren dreigt te gaan en daarmee ook de zondagsrust.
‘Maar de oude kern Katwijkers verandert zelf ook en de zondagsrust dreigt steeds minder belangrijk te worden. Van de bijna tweeduizend leden van de protestantse kerk is nog slechts een kwart elke week in de kerk te vinden’, zegt Jaap Plokker, preses van de protestantse kerk in Katwijk. ‘Het is niet meer zoals in mijn jeugd dat je op zondag niet mocht fietsen, zwemmen of televisie kijken. Zelfs bij de streng gereformeerde zwartekousenkerken zie ik nu mensen met de fiets naar de kerk gaan.’ Ook de visserij is grotendeels uit het dorp verdwenen. Dirk van de Bent werkte dertig jaar geleden nog op de grote vissersboten die naar Zweden en Noorwegen voeren. Tegenwoordig werken bijna alle Katwijkers als bouwvakkers, elektriciens en schilders, maar ook als opticiens en in kledingzaken. Slechts de namen Haasnoot en Kuijt op de voorgevels van deze zaken herinneren nog aan de Katwijkse vissersfamilies.