Alleen desi houdt nog van winnie

Door alle schermutselingen rond de gouden handdruk voor de Amsterdamse procureur Van Randwijck dreigde een veel ernstiger feit aan de publieke aandacht te ontsnappen. Het werd afgelopen donderdag aan de orde gesteld door de Haagse officier van justitie Van der Voort tijdens zijn verhoor door de commissie-Van Traa.

Afgelopen maandag pikte de voorzitter der procureurs-generaal Docters van Leeuwen voor diezelfde commissie de draad weer op. Van der Voort is verantwoordelijk voor het Nederlandse aandeel in het CoPa-onderzoek, een Amerikaans-Nederlands onderzoek naar het zogenaamde Paramaribo- kartel dat vanaf het begin van de jaren tachtig tonnen Colombiaanse cocaine naar en door Nederland smokkelde. De persoonlijke betrokkenheid van Desi Bouterse bij dit kartel is al bijna tien jaar bij Justitie bekend. Vorig jaar startte het CoPa-team dan ook een gerechtelijk vooronderzoek tegen de voormalige legerleider. Tot Van der Voorts verbazing wordt het onderzoek echter tegengewerkt door een aantal topambtenaren van Justitie, Buitenlandse Zaken, Algemene Zaken en Binnenlandse Zaken (BVD) die gezamenlijk bekendstaan als ‘de Groep’. Volgens hem waakt deze club min of meer op eigen gezag over de relaties met Suriname en houdt zij Desi Bouterse de hand boven het hoofd.
Het bestaan van 'de Groep’ is de zoveelste aanwijzing dat Nederland er een geheim Surinamebeleid op nahoudt dat haaks staat op het officiele streven naar herstel van de Surinaamse rechtsstaat. Al in de jaren tachtig hield het ministerie van Justitie alarmerende rapporten van de Centrale Recherche Informatiedienst over de cocainehandel vanuit Colombia en Suriname achter. Om van Bouterse verlost te zijn, bood de Inlichtingendienst Buitenland hem in 1991 zelfs acht miljoen gulden indien hij naar Brazilie zou verhuizen. Kamervragen over Bouterses aandeel in de drugshandel werden gesmoord met verwijzingen naar de 'gevoeligheid van de betrekkingen’ en het 'gebrek aan machtsmiddelen’ van Justitie. Wel werd het rechtshulpverdrag met Suriname ondertekend, hoewel het niet voorzag in de uitlevering van verdachten aan Nederland. Daarentegen werden Surinaamse asielzoekers die op de vlucht voor Bouterse naar Nederland waren uitgeweken en Justitie uitvoerig hadden ingelicht omtrent zijn criminele activiteiten, onverbiddelijk teruggestuurd naar Suriname.
Het is pijnlijk voor minister Sorgdrager, die vorige week al moest smeken om een vertrouwensvotum van de paarse coalitiepartijen, maar de politieke verantwoordelijkheid voor deze puinhoop ligt opnieuw bij haar. Ambtenaren van het Openbaar Ministerie zijn wettelijk verplicht om de bevelen van de minister van Justitie op te volgen en ambtenaren van andere departementen zijn verplicht Justitie bij de opsporing te assisteren. Gebeurt dat niet, dan dient de minister daartegen op te treden. De kennelijke gelatenheid waarmee Sorgdrager het onderzoek laat saboteren, is wederom niet vertrouwenwekkend. Als dat zo doorgaat, geniet de minister op den duur alleen nog het vertrouwen van Desi Bouterse, moordenaar, fraudeur en groothandelaar in cocaine te Paramaribo.