Hoofdcommentaar

Alleen God zelf

HET MOET GELEKEN HEBBEN op een scène uit een bedoeïenenfilm. Alleen waren het nu geen Arabische ruiters die krijsend een tentenkamp vertrapten, zwaaiend met hun kromzwaarden. Maandag waren het Israëlische kolonisten te paard die Palestijnen te lijf gingen. Op de Westelijke Jordaanoever stoven ze door Palestijnse olijfboomgaarden en staken die in brand met fakkels.
Joodse kolonisten nemen de laatste tijd stelselmatig wraak op Palestijnen als hun illegale buitenposten worden neergehaald. Vaak zijn dat caravans waar enkel families wonen. De buitenposten zijn een vorm van landjepik die kinderachtig lijkt, maar die in werkelijkheid de kans op vrede tussen Israël en de Palestijnen de bodem in slaat. Kolonisten stenigen auto’s van de Palestijnen, vernietigen hun oogsten en openen het vuur. Dit keer gingen tweeduizend olijfbomen in vlammen op, een belangrijke inkomstenbron voor de verarmde Palestijnse boeren.
De wraak van maandag vond plaats op de dag dat de gerenommeerde en onafhankelijke analisten van de International Crisis Group (ICG) een rapport over de kolonistenbeweging publiceerden. Israël staat onder grote Amerikaanse druk om nederzettingen te ontruimen om de weg vrij te maken voor vrede. Op die weg liggen nog aardig wat andere obstakels, maar president Obama heeft herhaaldelijk betoogd dat van kolonies geen sprake meer kan zijn. Het ICG-rapport maakt echter duidelijk dat het steeds moeilijker wordt om daar zonder geweld een einde aan te maken.
In de begintijd van Israël werd de kolonistenbeweging gevormd door seculiere zionisten in de kibbutzim. Tegenwoordig hebben religieuzen de overhand. Religieuze zionisten, ook wel nationaal-religieuzen genoemd, zijn in de loop der jaren sleutelposities gaan bezetten in de Israëlische samenleving. Ook de ultra-orthodoxen worden belangrijker. De reden: onder seculiere joden is het geboortecijfer 2,5; religieuzen baren gemiddeld acht kinderen per vrouw. De religieuzen zijn in hoog tempo aan het radicaliseren. De ontruiming van de nederzettingen in Gaza (achtduizend bewoners) in 2005 leerde een deel van de kolonisten dat ook de staat hun vijand is. De ICG waarschuwt voor de ‘heuveltopjeugd’, radicale, zeer religieuze jongeren die buitenposten hebben gesticht op heuvels. Ze hebben milities gevormd die vaak beter getraind en bewapend zijn dan het leger. De kans is groot dat deze groep, die bestaat uit enkele duizenden mensen, de wapens zal opnemen tegen zijn eigen militairen als die tot ontruiming overgaan.
Het probleem van de kolonisten is verbonden met de opkomst van religieus rechts in Israël. Er is geen regering meer te vormen zonder de radicale partijen, die door de natuurlijke groei van hun aanhang steeds belangrijker worden. Ook de krijgsmacht wordt afhankelijker van de nationaal-religieuzen. De macht van de kolonisten is daardoor groter dan hun directe aantal – een half miljoen op een bevolking van 7,3 miljoen – zou doen verwachten. Het officierskorps is steeds meer op hun hand, evenals de elite-eenheden. Nieuw is dat op vijftig Torah-scholen het leger militaire training mixt met religie. Menige rabbi onderwijst er volgens het ICG-rapport de goddelijke wetten van de milchemet mitswa, de ‘verplichte oorlog’: de joodse versie van de jihad.
Als het Barack Obama al lukt om de Israëlische regering tot concessies te dwingen, krijgt premier Benjamin Netanyahu zijn geradicaliseerde bevolking dan wel mee? Dat is de vraag, want als na de moslims nu ook de joden hun oorlog als iets heiligs zien, kan alleen God zelf nog vrede brengen. En die heeft het bijbelse land reeds lang verlaten.