De vloek van het Roemeense goud

‘Alleen het leger krijgt me hier weg’

In Transsylvanië moet een dorp wijken voor de grootste goudmijn van Europa. Met de huidige goudprijzen zijn de miljardenwinsten moeilijk te weerstaan. Toch blijft een groep inwoners zich verzetten.

ROSIA MONTANA - Een koe steekt loom de straat over, haar bel tingelt zachtjes. Rechts van de weg slaat een man een spijker in het dak van zijn schuur. Uit de kerk van de pinkstergemeente klinkt gezang. Een zigeuner met een grote snor en een zwarte hoed loopt de weg af en knikt de vreemdeling vriendelijk toe. Achter de plaatselijke school stapelt een klas joelende kinderen een enorme berg gekloofd hout tegen de muur.
Rosia Montana - localitate miniera staat op grote, gele spandoeken die over de enige weg door het idyllische Transsylvaanse bergdorpje hangen. Rosia Montana - mijnwerkersdorp: dat klopte tot vijf jaar geleden, toen de plaatselijke goudmijn werd gesloten. ‘Rode berg’ betekent de plaatsnaam letterlijk, afgeleid van de kostbare ertsen in de bergen in de omgeving. Als het aan de Roemeense regering, de meerderheid van de inwoners en aan de aandeelhouders van het Canadees-Roemeense mijnbouwbedrijf Rosia Montana Gold Corporation (RMGC) ligt, wordt het gehucht zo snel mogelijk opnieuw een mijnwerkersdorp. Het bedrijf plant hier de grootste goudmijn van Europa. Ruim driehonderd ton goud en vijftienhonderd ton zilver wil RMGC over een periode van zestien jaar uit de aarde halen, ter waarde van zo'n zeventien miljard dollar. Om dit te kunnen doen, moet er echter nogal wat wijken in het dorp. Zo'n tweeduizend inwoners moeten hun huizen verlaten. Vier bergen moeten voor de goudwinning compleet worden afgegraven. Een heel bergdal wordt gevuld met door cyanide verontreinigd restmateriaal, gelegen achter een 185 meter hoge dam. En cultureel erfgoed, zoals tweeduizend jaar oude mijnschachten uit de Romeinse tijd, verdwijnt.
'Alleen het leger kan me hier wegkrijgen’, zegt Andrei Gruber, een Roemeen met Saksische wortels. De 26-jarige boer met baard, paardenstaart en wollen muts runt een mini-pensionnetje met drie bedden. 'Als RMGC haar zin krijgt, moet ik mijn huis verlaten. Daarmee vernietigen ze mijn leven. Ze krijgen me hier nooit weg.’
Gruber zit achter het huis waar hij opgroeide. Zijn gezicht zit onder de grijze vlekken; hij is deze ochtend met cement in de weer geweest om de buitenwanden van zijn pension te repareren. De oeroude muren zijn vochtig, de stuc laat steeds los. Kippen tokkelen op de binnenplaats. Gruber is geen prater. Hij compenseert zijn zwijgzaamheid met vastberadenheid. Voor hem is het duidelijk hoe de toekomst van de regio eruitziet. 'We moeten ons op toerisme richten. Afgelopen zomer hadden we ook veel bezoekers.’ Hij doelt op de tweehonderd activisten die eind september voor een reclaim the fields-actiekamp naar het gehucht kwamen. Het moet een bont gezelschap zijn geweest, met Heathrow-bezetters uit Londen, activisten uit Frankrijk en krakers uit de rest van Europa. De ondersteuning van de plaatselijke bevolking voor de internationale groep was beperkt, geeft Gruber toe. 'Ze keken vooral toe.’ Het actiekamp werd georganiseerd door Alburnus Maior, de plaatselijke ngo die fel tegen de komst van de mijn is. In plaats van mijnbouw zet Alburnus Maior in op ecologische landbouw en kleinschalig toerisme.
Tot voor kort was een van de leidende personen van Alburnus Maior de Zwitserse Stefanie Roth, die bijna een decennium van haar leven aan de strijd tegen megaprojecten in Roemenië besteedde. Dat ze niet te onderschatten is, blijkt uit het feit dat ze een jaar of acht geleden het zogenaamde Dracula-project in Sighisoara liet sneuvelen, een miljoenenproject waarbij een idyllisch Transsylvaans stadje in een gigantisch pretpark omgetoverd zou worden. Voor haar inzet ontving ze de prestigieuze Goldman Environmental Prize. Het grootste deel van de 150.000 dollar aan prijzengeld stak ze in Alburnus Maior. 'Helaas is Stefanie vertrokken, ze verzorgt nu haar zieke moeder. Maar ze ondersteunt ons nog steeds. We hebben haar hulp hard nodig’, zegt Gruber.
Niet alleen Roth vertrok uit het dorp, veel bewoners gingen haar het afgelopen decennium voor. Ze werden door RMGC uitgekocht of kregen een 'modern huis’ aangeboden in de omgeving. 'Vroeger woonden hier Hongaren, Roemenen, Saksen, zigeuners, Italianen, Tsjechen en joden’, vertelt Gruber. 'Maar de meesten zijn nu weg. Het wordt steeds gekker. Vandaag zag ik een groep mensen met een grafkist vertrekken. Ze nemen zelfs de doden mee.’
Het verzet tegen de komst van de goudmijn is de afgelopen jaren langzaam afgebrokkeld. Her en der zijn ze nog in het dorp te zien: huizen met daarop een geel bordje, waarop in groene letters 'Dit huis is NIET te koop’ staat geschilderd. Maar het worden er steeds minder. Nog zo'n veertig, vijftig eigenaren willen hun huizen niet verkopen, schat Gruber. Inmiddels bezit RMGC zo'n tachtig procent van alle huizen in het dorp. Een deel daarvan is al gesloopt.
Het is moeilijk om de bewoners in Rosia Montana vast te houden. Er is geen werk in het Apuseni-gebergte. Jongeren trekken naar de steden in de omgeving, willen weg van het zware leven op het platteland, hoe idyllisch de omgeving ook moge zijn. In een gebied met een werkloosheid van rond de zeventig procent is het voor de achterblijvers moeilijk om werk te weigeren. Hoewel de mijn nog niet geopend is, heeft RMGC naar eigen zeggen al bijna vijfhonderd mensen in dienst. Elke ochtend loopt een peloton mannen door het dorp, gestoken in donkergroene overalls en getooid met felgele veiligheidshelmen. Ze restaureren de historische gebouwen in de dorpskern, die uit de Austro-Hongaarse tijd stammen. De op instorten staande poort naar de eeuwenoude Duitse school is door RMGC gestut, in afwachting van renovatie. De voormalige residentie van de vroegere Hongaarse burgemeester van het dorp moet een luxe hotel worden.
Gruber doet schamper over zijn dorpsgenoten die voor RMGC werken. Hij wijst naar twee van hen, die tegenover zijn huis grasmaaien. 'Het is werkverschaffing. In het voorjaar hebben ze het gras gezaaid, nu mogen ze het weer maaien. Als de mijn geopend wordt, zullen ze ontslagen worden. Dit soort simpele baantjes heeft RMGC dan niet meer, dan hebben ze hoger gekwalificeerd personeel nodig.’ Volgens Gruber behoort de werkgelegenheid van RMGC tot de tactiek van het bedrijf om de plaatselijke bevolking langzaam maar zeker te 'kopen’.
De macht van het geld is inderdaad groot. Met een goudprijs die rond een all time high pendelt, is het attractief om goud te winnen. Dat weet ook de Roemeense regering. Daarom landde eind augustus president Traian Basescu met een helikopter op het plaatselijke voetbalveld, om de mensen van de noodzakelijkheid van de mijn te overtuigen. Hij trof onder anderen Eugen David, een van de leden van Alburnus Maior, die zich tegen de mijn weert. 'Je gedraagt je als een bolsjewiek’, zei Basescu tegen de boer. 'Voor mensen als jij hebben we onteigeningswetgeving.’
Het stoort de voorstanders van de goudmijn dat de voorbereidingen nu al elf jaar duren. In die tijd heeft RMGC honderden miljoenen euro’s aan geld voor pr, werkgelegenheidsprojecten en renovatiewerkzaamheden uitgegeven. Steeds had het bedrijf te maken met de venijnige weerstand van Alburnus Maior. Een van zijn grootste successen behaalde het clubje in 2007, toen een Roemeense rechtbank de milieustudie naar het project nietig verklaarde. Het bouwplan in de studie was goedgekeurd door gemeenteraadsleden die bij RMGC op de loonlijst stonden. Hoe dan ook heeft het bedrijf een twijfelachtige reputatie: het heeft nog nooit eerder goud gewonnen, en de oprichter van Gabriel Resources (de grootste aandeelhouder) is de in Canada levende Roemeen Frank Timis, die in 2003 veroordeeld werd voor het bezit van heroïne.
Het lijkt de Roemeense regering niet te deren. Het Canadees-Roemeense bedrijf stelt de Roemeense staat inkomsten ter hoogte van vier miljard dollar in het vooruitzicht. In de regio wil het meer dan drieduizend banen creëren. Zelf wil het bedrijf tijdens de geplande zestien jaar exploitatie 'slechts’ 1,9 miljard dollar aan het goud en zilver verdienen. Naar eigen zeggen 'renatureert’ ze het gebied na afloop van de exploitatie.

EEN VAN de inwoners die uitkijkt naar de komst van de goudmijn is Valentin Rus, de 49-jarige manager van Minvest in Rosia Montana. Rus werkt al 27 jaar voor Minvest. Dit Roemeense staatsbedrijf heeft een aandeel van 19,3 procent in RMGC, de overige ruim tachtig procent is in het bezit van het Canadese Gabriel Resources. Tot 2006 exploiteerde Minvest de plaatselijke goudmijn. 'Vijf jaar geleden hebben we de mijn gesloten, omdat ze niet meer rendabel was.’ Rus toont een deel van de 150 kilometer aan onderaardse gangen die mijnwerkers de afgelopen tweeduizend jaar ondergronds in de rotsen uithouwden. Hij wijst op een oude goudader, die door oxidatie zwart is uitgeslagen. 'De eerste tunnels ontstonden al in de Romeinse tijd. We hebben tot 1971 ondergronds goud gewonnen. Daarna zijn we overgestapt op dagmijnen.’
Volgens Rus hebben de Romeinen vierhonderd ton goud uit de omgeving van Rosia Montana gehaald. 'In de loop der eeuwen is hier in totaal negentienhonderd ton goud gewonnen.’ Tot 2002 ging het goud naar de Roemeense staatsbank. Daarna verkocht Roemenië het op de wereldmarkt.
Volgens de schattingen van RMGC zit er nog altijd ruim driehonderd ton goud onder de aarde, en vijftienhonderd ton zilver. Rus is er klaar voor om aan de nieuwe mijn mee te werken. 'Ik ben opgeleid tot ingenieur. Het is mijn passie om met explosieven te werken. Vroeger blies ik hele stukken rots op. We boorden dertig gaten van twintig meter, stopten er tien ton dynamiet in, en BOEM! We bliezen een heel stuk berg weg.’
Andrei Gruber zit op zulke explosies niet te wachten. Volgens hem gaat het het mijnbedrijf nooit lukken om met haar activiteiten te beginnen, omdat ze volgens hem niets mogen ondernemen zolang ze niet alle grondstukken in hun bezit hebben. Of dat daadwerkelijk waar is, wil Catalin Hosu, de goedgebekte woordvoerder van RMGC, niet zeggen. Het kantoor van de perfect Engels sprekende voorlichter ligt bijna broederlijk naast het kantoor van Alburnus Maior aan het dorpsplein. Uiteraard is het kantoor van RMGC vele maler groter. 'Momenteel wachten we op de milieuvergunning voor het project. Twee hoofdstukken moeten nog door parlementaire commissies behandeld worden. Als dat gebeurd is, volgt hopelijk de milieuvergunning. Daarna moeten we de bouwvergunning aanvragen. Pas als we die ook hebben, kunnen we met de bouwactiviteiten voor de mijn beginnen.’
Wat gaat RMGC doen als enkele tientallen Roemenen blijven weigeren hun grond te verkopen? 'Dan zullen we met de gemeenschap kijken hoe we verdergaan’, zegt Hosu diplomatiek. 'We hebben dit project in dialoog met de plaatselijke bevolking opgezet. We hebben veertien inspraakbijeenkomsten gehouden, waarvan twee in Hongarije. Alle ruim vijfduizend vragen die daaruit naar voren kwamen hebben we schriftelijk beantwoord. Inmiddels bevat het dossier meer dan twintigduizend pagina’s.’
Dat de inwoners van het stadje Abrud, een kilometer verwijderd van de geplande 185 meter hoge dam, bezorgd zijn over de komst van de afvalberg vol chemicaliën, gesteente en vochtige smurrie is onterecht, zegt Hosu. 'Volgens het Noorse Geotechnische Instituut (NGI) is de dam zoals we die plannen een van de veiligste ter wereld. En wat betreft goudwinning met behulp van cyanide: bijna al het goud wordt over de hele wereld zo gewonnen, ook in Europa. Roemenië en dus ook wij houden ons aan de Europese wetgeving. In Finland en Zweden wordt op dezelfde wijze goud gewonnen. Daar is ook geen noemenswaardig protest.’
De naam Catalin Hosu werkt als een rode lap op een stier bij Ramona Duminicioiu, een pittige activiste van Eco Ruralis, een ngo in universiteitsstad Cluj-Napoca. Duminicioiu heeft de twijfelachtige vaardigheid tegelijkertijd te kunnen typen, bellen, roken en praten. 'Ach, die Hosu en z'n geoliede pr-machine! Ja, er zijn inmiddels meerdere ngo’s in Rosia Montana die zich voor het project uitspreken, maar die zijn allemaal met geld van RMGC opgezet. Met hun miljoenen euro’s kunnen ze de publieke opinie kopen. Op één krant na hebben ze in alle Roemeense media advertentieruimte opgekocht. Sindsdien schrijft niemand meer kritisch over hen. RMGC geeft een eigen krant uit, ze zenden constant reclamespotjes op tv uit, ze bombarderen de regio met hun gelikte pr-praatjes. Maar we laten ons niets wijsmaken. Het gaat ze er alleen om zo veel mogelijk geld te verdienen, ze zijn überhaupt niet in de mensen in de regio geïnteresseerd.’
Tot voor kort had Duminicioiu goede hoop dat ze met haar mede-activisten de plannen van RMGC tegen kon houden. Maar eind augustus dook volgens haar een voorstel op om de Roemeense mijnwet aan te passen. 'Het voorstel komt van twee parlementariërs van partijen die normaal gesproken niet samenwerken. Maar ach, dat maakt in Roemenië niets uit. Natuurlijk zijn die parlementariërs door het mijnbouwbedrijf gekocht. Volgens het voorstel kunnen in de toekomst mensen die weigeren hun huis te verkopen, onteigend worden. We hebben via extra vragen het wetsvoorstel kunnen vertragen, maar als het wordt aangenomen, hebben we echt een groot probleem.’
Op 24 november demonstreerden honderden Roemenen in Boekarest tegen de voorgestelde nieuwe mijnwet. Ze overhandigden honderdduizend handtekeningen aan het parlement. Op 28 januari demonstreerden vijfhonderd Roemenen in Boekarest tegen het aanstaande besluit van milieuminister Laszlo Borbely om in te stemmen met de Milieu Effect Rapportage voor de mijnbouwplannen in Rosia Montana.
Niet alleen lokale ngo’s, ook de Roemeense Academie van Wetenschappen heeft zich tegen het project gekeerd. De Hongaarse regering heeft tevens grote bedenkingen; ze is bang voor een ramp zoals die zich in 2000 in het Roemeense Baia Mare voordeed. Destijds brak een dam van een goudmijn en stroomde meer dan honderdduizend kubieke meter met cyanide vervuild water weg, dat vervolgens in de Hongaarse Tisza-rivier terechtkwam. Van daar vervolgde het giftapijt zijn weg via de Donau naar de Zwarte Zee, onderweg een spoor van dood en verderf achterlatend. Meer dan twaalfhonderd ton vis stierf, tweeënhalf miljoen mensen hadden problemen met hun drinkwatervoorziening.
Ondertussen steekt Andrei Gruber achter zijn huis nog een sigaret op. Volgens hem hebben de eersten die hun huis aan RMGC verkochten al spijt van hun besluit. 'Ze kunnen niet wennen in hun nieuwe huis. Het liefst zouden ze hun beslissing terugdraaien.’ Toch moet hij inzien dat steeds meer mensen overstag gaan, ook mensen uit zijn eigen omgeving. De macht van het goud is alomtegenwoordig. 'Zelfs mijn broer werkt inmiddels voor RMGC.’
Gruber denkt even na, zoekt een verklaring. 'Mijn broer en ik praten nog met elkaar. Dat je voor het mijnbedrijf werkt, hoeft nog niet te betekenen dat je het met hun plannen eens bent.’ Hij kijkt naar de beboste hellingen achter zijn huis, waar de bomen in herfstkleuren zijn getooid. 'Weet je, mijn moeder heeft dit land inmiddels verlaten. Ze is naar Bremerhaven vertrokken. Ooit kwamen mijn ouders hiernaartoe om een toekomst op te bouwen, om geld te verdienen. Vóór het communisme hadden bijna alle inwoners hier goudconcessies. Mijn ouders ook.’